Posts tonen met het label hoofdzaken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoofdzaken. Alle posts tonen

donderdag 13 oktober 2016

De ene angst is de andere niet.

Schoon initiatief hier in Gent, de week van de veerkracht.
Lees er meer over op 'gezonde stad gent' en al.

Ik heb voorbije maandag het evenement 'Overwin je angsten' bijgewoond.
Jaren geleden leerde ik in cognitieve therapie bij depressie, dat het sturen van onze gedachten van negatief naar positief bijzonder nuttig is.
Tijdens deze informatieavond over het overwinnen van angsten, leerde ik dat je er bij 'gewone' angsten en paniekaanvallen goed aan doet om uw gedachten naar neutraal terrein te brengen. Positieve gedachten liggen wat te ver weg, buiten bereik zeg maar. Naar neutraal zou beter (haalbaar) zijn.
Maar bij obsessief-compulsief gedrag - dat doorgaans ook met angsten gepaard gaat - zit het anders. Daar is het de boodschap om de angsten net niet te proberen onderdrukken. Daar werkt 'naar neutraal gaan' in uw nadeel. Daar is het de boodschap om de gedachten er te laten zijn en voor het wegnemen van de angsten een andere oplossing te zoeken dan het obsessief-compulsief gedrag.

Ge zult maar in een langdurige depressie gesukkeld zijn, omwille van een jaren en jaren lange slopende strijd tegen obsessief-compulsief gedrag en de daarbij horende angsten en gedachten.
En in handen vallen van een heel team therapeuten, dat er geen weet van blijkt te hebben dat een obsessief-compulsieve stoornis een wel héél specifieke aanpak vraagt. :-/

donderdag 6 oktober 2016

zee(r)( )zee(r)

Zeerzee
Zeer zee
Zeezeer

Flinke tijd terug vatte ik het plan op, om mijn grootmoeders lelijke woorden in het zand te schrijven en op die manier aan de zee over te leveren, zodat de zee ermee kon doen wat ze doet, uitwissen.
Maar wat doet de zee dan precies? Hoe kan zij de woorden uitwissen? Als ik het gebeuren tot in detail ontleed, kan ik dit dan mogelijk zelf ook?

Hoe/wanneer is het mogelijk dat de zee geschreven woorden uitwist? Als ze geschreven zijn door verplaatsing van los materiaal. Is dit vergelijkbaar met de wijze waarop een herinnering wordt opgeslagen?
Is het geheugen als los materiaal, bijvoorbeeld zand waarin woorden zijn geschreven?
Hoe wist de zee de woorden uit? Door de deeltjes zand opnieuw te verplaatsen. Wat zorgt voor de verplaatsing? De kinetische kracht waarmee haar water tegen het zand aan botst. De kinetische kracht waarmee zoveel waterdeeltjes tegen zoveel zanddeeltjes aanbotsen. De kracht komt hier vanuit de beweging van velen die één vormen.
Als woorden werden gekrast in graniet, duurt het langer voor ze uitgewist zijn.

Misschien is het geheugen van graniet en onze gedachten als een toegewijd mannetje dat tussen elke golf van de zee door, de woorden herkrast waar ze al stonden. Dat mannetje blijft sowieso bezig. Misschien kan hij de letters aanpassen.
Ook zijn krassen levert een vorm van kinetische energie. De kracht van de beweging van zijn spieren en zijn kraspen. Hoe gerichter zijn beweging, hoe meer al zijn spieren als één op elkaar afgestemd, hoe sterker het resultaat.

Wij zijn de zee die losse delen verplaatst, het mannetje dat de letters krast, het graniet, ... De zee is ons steeds in beweging blijven, ons ritme, als onze ademhaling en hartslag. Het mannetje is onze zelfbeheersing, onze mogelijkheid om te kiezen. Het graniet is onze aarde, ons vlees.
Ons geheugen zit in ons lijf. Daarom, vooral ook daarom, moeten we water drinken, veel water drinken. Zodat onze 70% zee kan blijven doen wat ze doet, in beweging blijven en alles verplaatsen wat door haar verplaatst kan worden.



dinsdag 31 juli 2012

Doe mijn lijf aan!



Doe mijn lijf aan. “Doe het aan!” zeg ik u en leer het iets, iets waar ik wat mee ben.

Ons lichaam herinnert zich dingen, waarvan we ons niet bewust zijn. Ik ben er mij van bewust dat ik me door mijn onbewuste, door mijn lijf wil laten sturen. Wie stuurt mijn lijf? Als mijn onbewuste van mij alleen is, kan ik dan weten waar naartoe?

zaterdag 2 juni 2012

Zoals je zei?


I will walk in the garden
And feel religion within 

“De natuur is zo schoon! Sommige mensen vinden dat misschien zot of onnozel, maar ik kan - als ik ga wandelen - minuten lang bij een bloem blijven staan om ernaar te kijken.” zei grootmoeder vaak – ja, vaak! Dat moet op haar betere momenten geweest zijn, als ze niet grotendeels was verslonden door monsters die haar met hamerwoorden mijn geloof in gruzelementen van elkaar deden slaan.
Nadien – als ze weer was uitgebraakt – zei ze dat ze Onze Heer elke avond vraagt of hij … Wat was het ook weer? Of hij die hamer uit haar poten zou willen houden?? Neen. Ze heeft de hamer nooit gezien.

Alles is zo schoon! Ik kan minuten lang blijven staan om ergens naar te kijken. Dat is op mijn betere momenten. Als ik erin geslaagd ben het huis uit te vluchten, weg van de confrontatie met mijn aan gruzelementen geslagen geloof.


I will learn how to run with the big boys
I will learn how to sink and to swim 

“Ge moet als vrouw altijd zien dat uw handen uwe kost waard zijn!” zei grootmoeder even vaak als “Kinderen kweken om ze dan door een ander te laten grootbrengen?!” over uit huis werkende moeders. Háár moeder had tegen de gehuwde, klagende kinderen altijd gezegd:”Ge zijt gescheept, ge moet varen!” Grootmoeder is – als levenslange minnares van een gehuwde man, moeder van een buitenechtelijke dochter die een man huwde terwijl ze zwanger was van een ander – nooit écht gescheept geraakt zoals haar moeder in de zin had.
Ze zoop dan ook geregeld de maaginhoud van een monster dat haar een hamer in de poten stak, waarmee ze haar vlot aan gruzelementen trachtte te slaan. Nadat ze was uitgebraakt, klampte ze zich vast aan eender welk zeil. Vaak één dat in ’t water lag.

De grote jongens – waar ik mee gelopen en geheuld heb - zaten vaak in vrouwen.
‘k Heb vriend en vijand meermaals onderling omgewisseld.
In de grond is niemand man of vrouw.


And there's talk in the houses
And people dancing in rings 

Ze vertelde meermaals dat hij zélfs toen ze overreden en haar wervel gescheurd was, diezelfde avond seks wou.
Hij vertelde één keer dat ze die hele avond had staan dansen en haar rug plots gewaar werd toen ze naar huis gingen.

Als we denken dat ’t volkomen goed gaat met mensen, is het omdat we hen niet goed genoeg kennen.
Ze weten evenmin waar naartoe en lopen dan maar – in een bocht – naar hun vertrekpunt.


Ah, when you close my eyes, babe?
I can see almost everything
I can see almost everything

“Dat zie ik zo gebeuren met mijn ogen toe!” zei ze. Ja, ze was vaak helemaal overtuigd van inzicht dat ze niet had.

In rust – met mijn ogen toe – doe ik het. Dán zie ik ’t mij allemaal doen.

It's just like you said it would be ( 4 times) 

Ze heeft gelijk gekregen.
Weverszaad is goed voor de darmen en netels tegen reuma.
Maar er valt meer uit te halen dan wat zij vertelde.


I can see too many mouths open
Too many eyes closed, ears closed
Not enough minds open
Too many legs open
Tell me,tell me,tell me, tell me do
Why isn't it why why
I don't see why I listen, why, why 

zei zij
denk ik

Ze leerde mij dat.
Ze leerde mij dat liegen bedriegen is en van bedriegen stelen komt en van stelen moorden.
Dat waar vuile gordijnen hangen vuile mensen wonen.
Dat lange draad slechte naad is.
Dat de beste koeien op stal verkocht worden.
Ze loog dat grootvader elke avonds vertrok om zijn verlamde zus te gaan helpen, terwijl hij in werkelijkheid naar huis ging, bij zijn echtgenote.  Ze plunderde de spaarrekening die anderen voor me hadden gevuld. Ze maakte het leven van mijn moeder kapot.
Terwijl zij de muren van haar keuken wou afwassen met koud water!
Terwijl zij in het café van haar ouders te koop stond en van stal ging met de boer die ze altijd zijn boertigheid verweet!
Terwijl zij hysterisch rukte aan de lange, lange, stroppende, rode draad van ellende!!

Waarom heeft ze niet minder gereuteld, meer geluisterd en gekeken, haar denken aangepast aan haar beweringen daarover en hield ze haar benen niet toe?!
Waarom heb ik zo lang geloofd in ’t nut van haar hamerwoorden?!!


When I've walked in the garden
When I'm walking off stage
When everything's quiet 

Als de ontsnapping aan de confrontatie met het aan gruzelementen geslagen geloof stopt.


Will you stay?
Will you be my lover?
Will you be my mama?
I said will you be my lover?
I said will you be my babe?

Gij? Gij mijn perfecte compagnon.
Gij? Gij die mij adopteerde.
En gij? Gij met ’t ezelke.
Gij aan ’t vensterraam?
Gij met de kussens op uw bovenlijf?
Gij met ’t looprek?
Gij die misschien vertrekt?
Gij die geregeld over – en weer – loopt?


When I lay down my head
At the end of my day 

Als ik het hoofd buig, mij omdraai en kijk naar het spoor, om te zien welk dier daar liep. Als ik mijn oor op de grond leg om te horen of ze komen. Als ik de geur van uw poten herken en uw soort kan benoemen.


Nothing would
Nothing would please me better
Than I find that you're there
When I lay down my head
At the end of my day
Nothing would
Nothing would please me better
Than I find that you're there when I wake 

Het zou vast goed zijn dat ge er dan zijt.


Just like you said it would be ( 4 times)

Will you be my lover?
Will you be my mama?

Just like you said it would be
( 4 times)

Is er iemand die ooit zei dat hij er zou zijn als ik haar ’t mes op de keel zet en die etterbuil open peuter?



Sinead O'Connor - Just like u said it would be



vrijdag 30 maart 2012

de indruk


Mensen, mensen … Wat zitten jullie daar allemaal te doen? Ge houdt mij constant bezig! En geen van jullie heeft het volledig beeld. Moest ge ’t al hebben, ge zou ’t zo snel mogelijk wissen.

Woorden stampen tegen de rand, springen over elkaar heen, maar geraken niet verder.

Indrukken die onuitgesproken woorden de kop indrukken.

Aanrakingen van mij bijten een stuk van mijn vel tot op ’t bloot vlees, maar niet dat stuk waaronder jullie verscholen zitten. Jullie stampen tegen de rand, springen over elkaar heen, maar geraken niet verder.

Hoe ik het eruit krijg, krijg ik er niet in.
Maar blijf maar zitten met de kop ingedrukte indrukken.

Mensen, mensen …
Misschien dat niemand het heeft, omdat niemand het geeft. 

maandag 12 maart 2012

waar waarder waarst

Kan je iemand waarvan je weet dat hij het liegen niet kan laten, als hij zegt dat hij liegt het beste geruststellen door te zeggen dat je hem gelooft of door hem een leugenaar te noemen?

maandag 5 maart 2012

schoot


Kortgeleden - vlak voor het slapen gaan - schoot mijn grootmoeder me door het hoofd. ’t Is lang geleden dat ik haar nog heb gezien. Ik dacht:

“Zo oud dat ge nu zijt. Wat loopt gij hier nog te doen?
Ge hebt nooit veel bijgedragen tot ’t geluk van anderen.
Kom, legt u in mijne schoot. Ik zal u stillekes wurgen.”

Welk gevoel primeert op zo’n moment? Diepgewortelde haat, in toom gehouden woede, medelijdend verdriet?
Toch raar eigenlijk, dat mensen die voortdurend lelijke dingen doen zo vaak denken dat ze de goedheid zelve zijn en omgekeerd?

vrijdag 24 februari 2012

Rije, rije, rije!


Zot van schema’s als ik ben, heb ik van ergens onthouden dat een mens zijn kar doorgaans wordt getrokken door volgende vier emoties: woede, angst, verdriet en vreugde. De menner op de bok van de koets is onze ratio. Wel, hij heeft het druk, mijn menner.

Is Ratio, de menner, niet al te bedreven in het vak of vallen mijn paarden moeilijk te leiden? Woede probeert zelden op kop te lopen, maar kijkt wel geregeld opzij naar wat Angst en Verdriet doen en laat zich daardoor opjutten. Dan laat hij zijn hoofd wat zakken, strekt lichtjes de nek en wil enkel vooruit. Angst spreidt de neusgaten, gooit het hoofd achterover, rolt met de ogen, licht de voorbenen op, zakt licht door de achterbenen en werpt dan het gewicht van zijn hele voorhand in de strijd. De strijd tegen de kracht die Verdriet laat blijken. Verdriet kijkt niet meer door zijn glazige, open ogen, laat niet meer op zich inwerken wat door zijn oren komt. Hij rent en rent, door en door en door, als een machine.
Vreugde lijkt helaas te denken, dat de koets zo ook wel vooruit gaat, zonder zijn verwoede pogingen om de snelste te zijn. Vreugde lijkt niet competitief … Kan Vreugde zijn neus enkel eens voorbij de anderen krijgen, als mijn menner Ratio hen ingetoomd krijgt? Neen, neen, neen! Vreugde kent hen! Vreugde weet dat Angst een krachtig dier is, wiens energie met vlagen komt en gebruikt kan worden. Vreugde weet dat Woede op Angst let en het van hem overneemt als Angst het schuim op de flanken of lippen heeft staan. Vreugde weet dat Verdriet een constante is op wie je kunt rekenen, al weet Verdriet dat niet en hebben Angst en Woede de goedhartigheid om zijn werk geregeld te verlichten. Vreugde houdt hen in de gaten, ziet hun samenwerking en loopt gestaag mee, om af en toe, slechts héél af en toe, als de anderen compleet door zichzelf afgejakkerd hun eigen kracht niet meer kennen, zijn breidel te negeren en helemaal paard te zijn.

Ratio heeft de teugels in de hand. Maar hij is slechts een man, kan zich qua kracht niet met hen meten en moet het stellen met vertrouwen. Dat vertrouwen wordt gesterkt of gekelderd door hun gedrag. Hun gedrag wordt mee door hem beïnvloed. Maar vergeet ook de omgeving niet. Als uw paarden lastig te mennen blijken, vergeet dan de omgeving niet. Uw menner is maar een man. De omgeving is alles daarbuiten. Leven is doorrijden. Hagel doet zeer, hoe goed de teugels ook gevierd worden. 


woensdag 18 januari 2012

wel merci

Kent ge dat? Van die dagen dat ge niet meer weet waarom? Welke waarom? Wel, gelijk welke waarom.

Waarom ge uw mailbox zou open doen. Waarom ge de diepvries zou ontdooien. Waarom ge schoon ondergoed aan zou trekken. Waarom ge zou eten. Ook al hebt ge honger. Ook al hebt ge bergen schoon ondergoed. Ook al weet ge hoe de diepvries snel ontdooid kan worden. En ook al weet ge dat mensen contact met u willen.
Dagen dat ge niet meer weet wat ge zijt met een gegarandeerde voldoening. Want, oh ja. Ge weet dat ge er voldoening uit zou halen, moest ge er allemaal toe komen. Maar ge vraagt u af:”En dan?”, blijft zitten en staart voor u uit.
Wel, voor mij was vandaag niet zo’n dag. Vraag mij niet:”Waarom?”. Ik weet niet waaraan ik ’t heb te danken.
Maar wel:“Merci!”. Want er is veel kans dat gij er voor iets tussen zit.



Udo Jürgens - Merci Chérie - 1966

Merci, Merci, Merci für die Stunden,
Cherie, Cherie, Cherie,
uns're Liebe war schön, so schön,
Mercie, Cherie,
sei nicht traurig, muß ich auch von Dir geh'n.

Adieu, adieu, adieu,
Deine Tränen tun weh, so weh, so weh,
unser Traum fliegt dahin, dahin,
Merci, Cherie,
weine nicht, auch das hat so seinen Sinn.

Schau nach vorn, nicht zurück,
zwingen kann man kein Glück,
denn kein Meer ist so wild wie die Liebe,
die Liebe allein,
nur die kann so sein, so sein, so sein.

dinsdag 17 januari 2012

apenapenapenna

Iedereen kopieert gedrag van anderen, toch? Allez ja, iedereen … Wie actief deelneemt aan een samenleving. Maar doet iedereen dat even bewust?

Als ge mij ziet doen wat algemeen als ‘normaal’ aanzien wordt, zijt dan maar zeker dat ’t geen impromptu is. In elke compleet nieuwe situatie – waarbij ik dus niet heb kunnen checken hoe anderen ermee omgaan – kom ik geregeld onconventioneel over. Waar anderen meteen patronen – haast vanzelf zo lijkt het mij! – doortrekken, moet ik (weer bewust) een link leggen met een situatie die ik als gelijkaardig zie, moet ik eerst al uitzoeken wat dan wel een ‘gelijkaardige situatie’ kan zijn. Want neen, ook dat gaat bij mij niet vanzelf. En omdat de ene vraag tot de andere leidt, kan zo’n reeks gedachtesprongen lang duren en spring ik er dus geregeld even uit.
Na zo’n kleine negenendertig jaar geraak ik het stilaan gewend om als wat raar, zotjes, excentriek, onconventioneel gezien te worden. Om ’t voor mijzelf wat te vereenvoudigen, volg ik doorgaans eenvoudigweg mijn geweten. ‘k Laat mij voornamelijk leiden door de vraag:”Doe ik daarmee iemand opzettelijk kwaad?”. Vroeger ging ik nog verder en vroeg:”Doe ik daarmee iemand bewust kwaad?”. Tussen ‘bewust’ en ‘opzettelijk’ zit een groot verschil! Nu vind ik gedrag waarbij ik mij ervan bewust ben dat anderen er soms last van hebben ok, zolang die veroorzaakte hinder niet mijn oorspronkelijk opzet was. Collateral damage …

Er zijn vast nog veel meer mensen die zoveel sprongen moeten maken. Als er iemand tegen uw kar rijdt, is dat misschien omdat hij de weg naast uw kar (nog) niet kent.

woensdag 4 januari 2012

het kadertje als referentie

Als je iemand die je lief is – om welke reden ook – bekijkt, zie jij die dan in een bepaald kader?

‘k Had al geruime tijd een aantal foto’s aan de muur hangen. Foto’s van mensen die voor mij veel belang hebben. Een duimspijker in ’t randje en dat was het.
Geen idee meer eigenlijk, hoe ik ertoe kwam hen liever in een kader te willen. Nu die keuze gemaakt is, lijkt ’t me zo logisch als wat, alsof ik hen het sierraad wil geven dat ze verdienen.
‘k Ga daar dan ook niet licht over. Iemand komt bij mij niet zomaar in de eerste, de beste lijst terecht. Om hét kadertje te kiezen dat een referentie kan zijn voor die persoon, gebruik ik mijn volledig referentiekader.
Wat heb ik nu ondervonden? Eens ik zo’n kader aan de afbeelding van iemand hebt gekoppeld, ik daar niet meer op terug kan komen.
Ik haal de foto uit de eerder gekozen lijst en stop hem in een nieuwe die ik net kocht. Natuurlijk sowieso één waarvan ik vermoed dat hij een mooiere combinatie zal geven. Wat merk ik? Dat ’t helemaal niet beter is. Het oorspronkelijke besluit om iemand dat soortement huisje, jasje te geven, moet voor mij zo gefundeerd zijn, dat ik me snel aan dat beeld lijk te hechten.
Eens mijn referentiekader gecreëerd is, blijkt het redelijk robuust.

zaterdag 31 december 2011

geheugen als een kaas zonder eind

Het geheugen is een raar spellement. Een straf, maar vooral toch raar iets. Of misschien zelfs toch nóg straffer dan ’t raar is. Kijk …

Ik loop al geruime tijd met ’t vermoeden, dat we eigenlijk alles weten – dat m.a.w. iederéén alles weet – maar dat we niet op elk moment bewust met die kennis kunnen omgaan. Alsof er zoiets is als een heeeeel groot archief dat bestaat uit alle, alle, alle levende wezens hun geheugen, waar iedereen met iedereen in verbinding staat, maarrrr … waar niemand zich (permanent) bewust van is.
Kennis vergaren is dan niet meer dan ophalen wat er al zat. Dat zou willen zeggen, dat IQ iets zegt over de mate waarin iemand in staat is om de sowieso voorradige kennis naar zijn bewustzijn over te brengen en toegankelijk te houden. Dat is zo’n beetje ’t beeld waarmee ik speel.

Ik kijk zelden of nooit tv. Maar 27 december j.l, had ik daar plots in ’t laat nog even zin in en zag het einde van de film op Canvas. Ik zag een madame die zong van “Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt”, een man die “Kukelekuuuuu” moest zeggen op scène en dan compleet doorsloeg. En toen was ’t gedaan. ‘k Wist dat ’t liedje van Marlene Dietrich was. Maar geen idee van welke film ik net een stukje had gezien. ‘k Dacht:”Ik zoek dat wel eens op.”.

Gisteren hing ik een muurkandelaar op met daarachter blauwe veren. Ik wou er een barbie op, zodat ’t lijkt of de veren uit haar schouders ontspringen. Zoals bij een engel, maar dan in ’t blauw. “Der blaue Engel” dacht ik en koos een zwarte barbie.
Uit nieuwsgierigheid zocht ik ‘Der blaue Engel’ op en lap! Bleek dat de titel van die film waarvan ik net een stukje had gezien. En nu vermoed ik ergens, dat ik eigenlijk dus wist dat het liedje uit die specifieke film kwam. Allez ja ‘wist’. Dat die kennis voor mij voorradig was, maar dat ik hem moest weten op te halen.
Terwijl ik dat hier schrijf, denk ik:”Jaaaa! Tuurlijk is die kennis voorradig en moest ge hem gewoon weten op te halen naar uw bewustzijn. Ze noemen dat superarchief waar gij het over hebt ‘het internet’!!!!”. Maar zo simpel bedoelde ik ’t niet.
Ik wil zeggen dat ik het ergens mogelijk acht, dat mijn onbewuste die – door mijn bewuste ook gekende – ‘blaue Engel’ naar voor geschoven heeft, omdat mijn onbewuste die link met die film al kon leggen vóór mijn bewuste dat op ’t internet gezien had.

Moest ik nu nog weten waaróm mijn onbewuste die informatie voor mij toegankelijk wou maken, waarom dat volgens mijn onbewuste belangrijk voor mij is! Onbewust weet ik ‘t natuurlijk al wel. Maar ’t drijft nog niet boven.

’t Zou er dan alleszins wel op neer komen dat ’t geheugen volkomen of toch zo goed als oneindig zou zijn. Geen kaas met gaatjes, maar een kaas zonder eind!!
Pfff … de korst is ofwel lekker ofwel – indien niet eetbaar - leuk om aan te knabbelen.

dinsdag 4 oktober 2011

de liefde van mijn bedrijf


“Wanneer moet ik op? Ik hoor hen niet. ‘k Weet het sowieso niet. Hoe kan ik nu te weten komen wanneer ik op moet?!!” gaat ’t door mijn hoofd. Ik blijf gehurkt zitten aan een glazen deur naar de scène. ’t Wordt heel even stil. Ik waag het erop en weet niet wat te zeggen.
Ik sta daar enkele volle seconden en het komt niet. Ik heb geen énkel idee wat hier hoort. ’t Is me wel duidelijk, dat ik er al veel eerder moest zijn. Maar K en S hebben dat zonder morren opgevangen. Ook nu ik hier ben en compleet geïmproviseerd spel geef, blijven ze glansrijk overeind in hun rol. Alsof het om het leven zelf gaat, waar onvoorzien gebazel van mijn kant zonder veel verlies te overkomen valt.
Het publiek is klein in een grote zaal en stelt zich recht om weg te gaan. Helemaal achteraan staan veel mensen met elkaar te keuvelen. Ook al weet ik nog altijd absoluut niet wat ik hoor te zeggen of doen, wil ik dat ze naar voren komen. Maar ze komen niet … K en S blijven rustig. Zij spelen door. Alsof het goed is zo.
Ik weet het niet meer. Neen, niet enkel de tekst, niet enkel het spel. Ik weet het allemáál niet meer. Wat is mijn rol, mijn taak, mijn nut, de zin van mijn … van mij? Als ik compleet verward, van de kaart, zomaar wat zinnen uitspreek, in een onbestemde gang mijn poten neerplets, dan lijkt er niets bijzonder aan de hand. Als ik er niet ben, wordt het gat meteen gevuld alsof er nooit sprake van een gat geweest is. Waarom ben ik er dan?

Een mens wordt wakker, vraagt zich af waarom hij toch zulke dingen droomt en dan begint de nachtmerrie. De vraag waarom aan elke mondhoek een emotioneel gewicht hangt. “Waarom moet ik geregeld triestig de dag door?” Het besef dat ik vast nooit zal weten of het écht nodig is om verdriet te kennen, wil ik prettige gevoelens weten te waarderen. Het weten dat ‘weten’ geen zin heeft om ‘voelen’ te sturen. Het besef dat ‘weten’ niet díent om ‘voelen’ te sturen. Dobberen … Dobberen, dobberen, … Dobber de dobber … In je eentje. En blij zijn dat de grote stroom bestaat. Hij brengt uiteindelijk toch alles ergens naartoe. Ook naar mij. Ook mij.

donderdag 29 september 2011

zorg voor mij

(7 juli 2011)
Grote lieve maatschappij
Draag me, wieg me,
Zorg voor mij.

Vraag me niets terug.
Ge kunt op mij niet bouwen.
Geloof niet wat ik zeg.
‘k Kan mezelf niet eens vertrouwen.

Maar laat het er niet bij.
Laat mij vrij.






Hoe oud moet een mens worden voor hij zegt ‘ik wil’ in plaats van ‘ik moet’? Kan ik niet beter vragen wat hij moet gehoord, gezien, gevoeld, gekend hebben? Wat moet er gebeuren voor hij niet meer wil ‘moeten’?

Geboren worden en enkele luttele jaartjes geleefd hebben, was voor mij blijkbaar genoeg om niet te willen ‘moeten’. Maar moeten doe je toch! Zo lijkt het. Tot je beseft dat je dingen ‘moet’, omdat je andere dingen ‘wil’.
En ach … ik mag van mezelf ‘willen’. Nog wel … Dus ja. Ik ‘wil’ wel doen wat nodig is om te zijn waar ik wil. Om gehoord, gezien, gevoeld, gekend te zijn door mij. Misschien door u.

zaterdag 30 april 2011

Expert kernenergie: "Fukushima is vele keren erger dan Tsjernobyl" - Milieu - De Morgen

Expert kernenergie: "Fukushima is vele keren erger dan Tsjernobyl" - Milieu - De Morgen

Sensatiezucht? Misschien moeten – neen, mogen! – we dit met een korrel zout nemen. Maar ik vroeg me ook zonder dit krantenartikel al af hoe het radioactieve water daar in de buurt van Japan zou blijven. Kom toe. Als ge uw gezond verstand gebruikt, kunt ge niet ontkennen dat die smeerlapperij over de hele wereld verspreid zal worden.

Als ik zoiets lees, sta ik er extra bij stil. Dan lukt het me even niet meer om die donkere gedachte in een afgelegen hoekje te houden.
Is er nu iets veranderd, doordat ik dat weet, doordat ik me daar plots meer bewust van ben? Bwa … Dat “ça va” als antwoord op de vraag “hoe is ‘t?” eigenlijk niet meer kan uitgesproken worden?

vrijdag 25 maart 2011

soep van stofjes

Zittend op de vensterbank in het zonlicht, vlakbij de terrasvijver.
Er zijn voortdurend flitsen te zien op het wateroppervlak. De beestjes die ze veroorzaken zijn met 't blote oog niet te zien. Maar ze zijn met veel en ze zijn druk bezig.
Er is veel te zien als je naar een klein stuk blijft kijken. Het water zit vol bewegend leven.

Ooit was het hier soep, hier op aarde. Er was land en daarop heel veel vloeistof. Maar van 'water' was nog niet meteen sprake. Alles wat nu bestaat is gebouwd uit materiaal dat er toen al was.
Ik ben gemaakt uit materiaal dat bij het ontstaan van het eerste leven al op aarde was. Tenzij er een partikeltje meteoriet in mij zit. Da's een andere zaak. Dan zou 'k moeten zeggen dat ik gemaakt ben uit stoffen die bij 't begin van het leven op aarde al in het heelal aanwezig waren.
Materieel gezien is alles en iedereen familie van elkaar. We zijn allemaal gemaakt uit dezelfde bouwstenen, wij de mensen, dieren, planten, stenen, olievoorraden, ertsaders, plastieken dozen, …
Alles is gemaakt met materiaal uit de aarde en zou er niet geweest zijn zonder de zon.
De aarde is mijn moeder en de zon mijn vader. De andere planeten zijn de tantes en mijn pa zorgt voor allemaal. Mijn nonkels zijn ver weg, maar 'k zie ze wel. Ze sturen licht. De maan is de oppas voor 't leven op ma haar voorkant als pa haar achterkant bekijkt en omgekeerd. Bomen zijn mijn broers en plastieken dozen mijn zusters.

Moeder was niet overleden! Ze sliep niet eens!! Ze heeft van alles gedaan terwijl pa zich met haar onderkant bezighield . Maar als onze pa wat verder weg is, val ik wel een beetje stil. Nu komt hij terug en 'k zie hem al naderen.

Als ik doodga, verdwijn ik niet. Deze vorm van mij valt weer uit elkaar. Maar altijd in stukjes die al bestonden bij 't ontstaan van alle leven. Ik blijf bij mijn moeder en mijn vader zal me kunnen bereiken. Ik zal altijd bij familie zijn.
Ik zal altijd mijn familie zijn.

donderdag 3 februari 2011

gewicht


Ge kunt een weegschaal nemen en erop gaan staan.
Ge kunt er zelf af gaan en uw tas erop zetten.
Ge kunt een hele grote weegschaal gebruiken om uw hele grote bezittingen te wegen.
Maar hoeveel wegen woorden?
Ze hebben geen massa.
Ze moeten ook met geen massa zijn.






donderdag 2 december 2010

troebel

.




Zo is 't soms.
't Leven.
Iets bedekt waarop ge een troebel zicht hebt.


Warmte kan helpen ontdekken.


Of gelijk ons Eunice zei:
"Ge moet vooruit.
Wat er ook gebeurt.
Altijd vooruit."
en wipte ongemakkelijk op en neer op het bedje.

woensdag 24 november 2010

Hellehonden bijten niet.

't Is een genieuze uitvinding. De Hel, Onderwereld of hoe ge 't ook wilt noemen. Zolang het maar staat voor een plek waar misérie en pijn wacht en waar ge enkel in terecht kunt komen door uw eigen toedoen. 't Is te zeggen, ge geraakt daar door onrechtvaardig gedrag.
Ge moet niet religieus ingesteld zijn om in de Hel te kunnen geraken. Als ge wel religieus zijt, dan krijgt ge respijt tot ge doodgaat en zit ge daar nadien voor altijd. Als ge niet religieus zijt, kunt ge direct vertrekken en ge kunt dan eventjes blijven of tot ge sterft. Maar ge kunt er dus wel altijd geraken.
Tuurlijk ja, als ge religieus zijt en weet dat ge in de Hel zult belanden bij uw dood, dan zit ge er eigenlijk nu al in. En ja, als ge niet religieus zijt en ge zit daar tot ge sterft, dan zit ge daar dus eigenlijk ook voor altijd.
Maar wat ik eigenlijk wou zeggen: een ingenieuze uitvinding dus.

De Hel is een uitstekend instrument om mensen onder de duim te houden, of ze nu gelovig zijn of niet. Zolang ze weergeeft dat mensen hun persoonlijk gedrag de oorzaak is van het slecht gevoel over zichzelf, wordt het beoogde doel bereikt.
Zorg er dus voor dat mensen zich schuldig kunnen voelen en ge hebt ze onder controle. Als ze iets doen waarover ze effectief schuld voelen, installeert zich een organisme in de ziel dat traag knabbelend rondkruipt en elke positieve indruk over het zelf weg eet. De enige manier om dat organisme uit uw lijf en leden te krijgen, is door uw leven te beteren - lees: gedrag vertonen dat geen schuldgevoel bezorgt, m.a.w. gedrag waarvan men zelf niet kan aannemen dat de omgeving het terecht afkeurt.
'Waarvan men zelf niet kan aannemen' is een belangrijk, neen zelfs noodzakelijk onderdeel. Het zélf geloven dat men een fout maakt, is essentieel om een schuldgevoel opgezadeld te kunnen krijgen. 't Is toch daarom dat psychopaten zo oncontroleerbaar zijn? Zij zien hun gedragingen die de maatschappij veroordeelt niet als verkeerd, voelen geen schuld en zijn bijgevolg van daar uit niet gemotiveerd om hun gang en wandel aan te passen. Enkel wat het bereiken van hun doel rechtstreeks in gevaar brengt, kan hen beïnvloeden.

En waarom werkt zo'n schuldgevoel nu zo goed? Waarom vreet het elke positieve indruk over uzelf weg? Het wordt gedragen door het systeem van wederkerigheid. Bij mezelf werkt 't ongeveer zo.
Ik heb geregeld behoefte aan eiland-cultus. 'k Kom betrekkelijk sociaal over, op 't eerste gezicht. Maar wie me langer kent, weet dat ik op zeker ogenblik de grote verdwijntruc toepas.
Moest ik mijn zin doen, dan zou ik te pas en te onpas op mijn eiland zitten. Maar de schuldgevoelens die ik uit 't verleden ken, weerhouden mij daar nog vaak van. Dus bleef ik vaak beschikbaar op momenten dat ik het eigenlijk niet echt meer was. Ik bleef 'schijnbaar' beschikbaar. Op die manier trachtte ik te verstoppen dat ik mijn sociaal betrokken deel nog maar eens kwijt was.
Het masker dat ik op zulke momenten draag, is vanbinnen bekleed met grof schuurpapier. Elke keer dat ik dat mombakkes opzet, verlies ik mijn gezicht, want ik word gekwetst én kom niet eens overtuigend over. Maar ik blijf het gebruiken. Want onbeschikbaar zijn is fout, zo is al meermaals gebleken. Mensen moeten op je kunnen rekenen. Er nu en dan zijn, is niet genoeg. Mensen willen zekerheid. Mensen hebben hun doelen en willen die het liefste langs de kortste weg bereiken.
Zoals iedereen, heb ook ik contact met de buitenwereld nodig om te leven. Wie alleen de verantwoordelijkheid voor zichzelf (of voor zichzelf en min. één kind) draagt, moet er zelf voor zorgen dat die buitenwereld zijn banden met hem of haar niet doorknipt. Alleenstaanden zijn niet voor niks doorgaans sociaal actiever dan mensen in een vaste relatie. Je moét het masker op. Niemand anders zal de mazen in jouw (vang)net repareren. Je wringt dat nepgezicht in de plooi en blijft bezig.
Tot er iemand op 't toneel verschijnt die je nagenoeg permanent in de gaten houdt en je er bovendien ook nog van weet te overtuigen dat wie je bent van tel is en niet wat je doet.

Je neemt plaats voor de spiegel. Het is maanden, misschien zelfs jaren geleden dat je het masker nog hebt afgezet. De ogenblikken dat je 't niet nodig had, waren te kort, de moeite niet. Je bent de confrontatie met jouw zelfbeeld uit de weg gegaan.
"Ah, kijk. Ik heb geen tanden meer. Mmm … Klopt. 'k Heb ze stukgebeten op de stenen die ik wilde vreten. 'k Heb geen wenkbrauwen meer. 'k Kan niet naar buiten want ik kan de regen niet uit mijn ogen houden. Maar hoera! De puisten die 'k wilde verbergen, zijn met vel en al verwijderd!!"

Ik heb gedaan om goed te doen. Ik deed wat ik wist dat 't van mijn verwacht wordt. Bang voor de schuld die ik zou toegewezen krijgen. Vol van besef dat minder niet kon.
Ik leed gezichtsverlies.
De kloven groeien stilaan dicht.
Nu staat mijn toot vol korsten.
Als je mij tegenkomt, laat me dan passeren. En onderdruk misschien je lach tot ik weer lang voorbij ben. Anders zout ge u achteraf schuldig kunnen voelen.
Tenzij je een van mijn hellehonden bent. Een lafaard die gromt en blaft, maar niet bijt omdat 't zogezegd maar om te verwittigen is.
En dan nog. Zet u liever voor de spiegel.
Of hebt ge al lang geen ogen meer?

donderdag 18 november 2010

boenk!

"Voor een rood licht moet ge stoppen.
Bij oranje licht moogt ge enkel nog 't kruispunt vrijmaken."
En zo is 't voor iedereen evident wat er hem bij groen licht te doen staat. Voor iedereen behalve voor dP!!
't Ging om een compleet andere situatie. In werkelijkheid ging het helemaal niet om verkeerslichten. Maar het voorbeeld maakt misschien duidelijk hoe niet evident het soms voor me is om te handelen, waar anderen op automatische piloot doorgaan.

Dan staat ge daar, simpel te wezen.
Iemand legt uit wat je beter niet kan doen. Iemand zegt erbij dat 't heel vervelend is voor anderen als je dat toch doet. Iemand wil dat je ook daadwerkelijk snápt waarom je dat beter niet doet. Je wil het graag geloven. Maar je snapt het niet. En je maakt duidelijk dat je 't niet snapt.
Dan denkt iemand dat je voor jouw eigen lieve lol met zijn voeten aan 't spelen bent. Jij vraagt je af hoe iemand die jou al jaren kent, iemand met wiens voeten je nog nooit probeerde te spelen, tot dat vermoeden kan komen. Het moet al wel héél abnormaal zijn om 'het' niet te snappen.
Inderdaad. Iedereen blijkt mee. Iedereen blijkt één mening te delen. Iedereen blijkt het gestelde evident te vinden. Iedereen behalve dP dus.

Als ik die (gebrekkige?) denkwijze projecteer op een ruimer terrein, stel ik me nog wel wat vragen.
Ben ik open minded? Of keur ik weinig af, omdat ik niet spontaan kán bepalen wat de norm is? Ben ik niet snel in het veroordelen, omdat het me een bewuste redenering kost om tot een oordeel te komen, omdat ik niet 'klak-boem', vanzelf tot een besluit kom?
Nu kunt ge zeggen:"Ah, maar dat is toch schoon, dat is toch positief als ge niet spontaan mensen veroordeelt?". Ok, ok. Dat zal wel. Maar ik vind mensen hun goede daden ook niet spontaan goed. 't Gevolg is dat er in de praktijk, achter mij filevorming is, omdat niemand expliciet liet weten dat ik bij groen licht mocht doorrijden. Waar anderen meteen handelen op basis van hun logische gevolgtrekkingen, zie ik een waaier aan mogelijkheden waaruit een keuze moet worden gemaakt. Een keuze op basis van een hypothese over de gevolgen van al die mogelijkheden. De stappen die door anderen waarschijnlijk onbewust worden gezet, passeren bij mij ook, zij het dus wat … euhm … bewuster - lees: trager. Nu en dan sta ik zelfs een tijd lang helemaal stil, waar anderen spontaan en meteen een richting kiezen.
Het overkomt me zo vaak, dat ik me afvraag hoe 't mogelijk is dat iedereen blijkbaar 't antwoord weet op al die vragen om tot een keuze te kunnen komen. Terwijl de grootste gemene deler zich in realiteit die vragen vast niet eens stelt.

'k Heb ooit eens een bumpersticker gezien waarop stond:"Ik stop ook voor de lol." Dat is waarvan ik word verdacht. Dat is wat ik niet doe. Maar voor jullie is dát niet evident, want jullie moeten niet permanent kiezen tussen vooruit of achteruit naar jullie bestemming rijden.
Ja, ik ben die simpele die dwaas kijkt als jullie kwaad gesticulerend voorbijsteken. En neen, ik neem jullie niet kwalijk dat jullie kwaad zijn. Ik stel mij vragen over de reden waarom jullie op mij willen kloppen.
Moet ik mijn auto aan kant laten staan?