Posts tonen met het label Dendermonde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dendermonde. Alle posts tonen

donderdag 8 januari 2009

van de bus naar Pointillisme


Stond ik gisteren op de bus te wachten en geraakte aan de klap met een heer op leeftijd. Hij bleek in Dendermonde te wonen, schildert, plant binnenkort een tentoonstelling in Gent en stelde zichzelf voor als Willy Bosteels. Een markante man en aangenaam in de omgang.

Uit nieuwsgierigheid gaf ik vandaag de naam in op Google. Meneer Bosteels zou van 1933 zijn, tot de Dendermondse School behoren en onder meer "Rood Landschap" en "Woonwagens" (Piron - Baz 1 - pag. 126) geschilderd hebben. Dat allemaal in geval mijn meneer Bosteels dé Willy Bosteels is waarvan sprake op het internet.
Nu wou ik toch wel weten wat de 'Dendermondse School' kenmerkt. Van Dendermonde afkomstig zijnde, weet u ... En die curieuze-neuziteit bracht me tot bij een omschrijving van Impressionisme en zo bij Pointillisme.

Straf! Ja, eigenlijk straf hoe ontzettend weinig ik afweet van stromingen in de kunst. Terwijl ik het net boeiend vind om te weten welke technieken bepaalde stromingen nu precies onderscheiden van andere, weet ik er nagenoeg niets vanaf.
Een vriend van me, vertelde me kort geleden, dat de streepjestekening die ik van Aurélie had gemaakt niet knap te noemen was, maar wel 'iets' had, 'iets' wat zei dat het 'iets' zou kunnen worden. Dat op zich vond ik al heel prettig om te horen, omdat het uiteindelijk toch enkel een schetsje was. Enerzijds was het bezigheidstherapie geweest en anderzijds kon het voor mezelf als geheugensteuntje dienen.
De manier waarop het getekend was, deed hem ergens aan Impressionisme denken, maar wel héél vlak. Ik moest bekennen dat ik geen flauw idee had waarom! Tot nu ik gelezen heb, dat in die stroming kleuren náást elkaar werden aangebracht om ze nadien door de hersenen te laten vermengen tot de kleur die men wou weergeven. En DAT was nu precies wat ik op toen wilde doen!! Niet als op voorhand vastgelegd doel op zich. Neen, gewoonweg omdat ik slechts enkele kleuren bij de hand had en mijn plan moest trekken om tot die kleur te komen die ik hebben wou. Van armoei dus. Zoals ik vroeger al vertelde wou ik rond haar persoon een straling van warm licht proberen weergeven. Maar ik kon de kleuren met die viltstiftjes niet in elkaar laten overlopen of vervagen. Dus zette ik streepjes om het allemaal niet té zwaar en donker te maken en van iets verder bekeken zonder scherpe focus toch die doorloop te krijgen.
Kortom, zonder het te weten, was ik dus eigenlijk met een sterk vereenvoudigde vorm van Pointillisme bezig. Helemaal strikt en juist was het natuurlijk niet, omdat echt Pointillisme enkel primaire kleuren gebruikt, maar de bedoeling was wel gelijkaardig.

Als mijn meneer Bosteels dé meneer Bosteels is, dan zou onderstaande van zijn hand zijn en is hij volgens mij - zoals ik gisteren al vermoedde - een warm mens.
En ondanks ik doorgaans een voorkeur heb voor niet figuratieve en surrealistische kunst - omdat het voor mijn part minder met denken en meer met voelen te maken heeft - wil ik dat soort werken toch wel graag in het echt kunnen zien. Omdat ik de indruk heb, dat ook daar gemikt wordt op zintuiglijke gewaarwording die omgezet wordt naar emotie. En door dat te schrijven, bedenk ik dat dat laatste misschien zelfs voor alle kunstvormen 't geval is. Maar ik herhaal 'misschien', want ik weet er zo weinig vanaf niet waar ...




zondag 30 november 2008

Spoorwegmaatschappij maakt autoloze vrouwen uithuizig.


De Lijn heeft Gentenaars geleerd om te vertrouwen op het openbaar vervoer. In het weekend rijden er quasi non-stop trams en bussen.

Ging ik vorige zaterdag naar het optreden van Arsenal in Mechelen. Geraakte ik met de trein niet meer terug naar Gent of ik moest rond langs Brussel Zuid en daar om half één 's nachts 37 minuten wachten. De laatste verbinding zonder toertje rond vertrok om 22u05!!!!
Oplossing: overnachting bij een vriend die ook naar 't optreden ging.


Ging ik voorbije vrijdagavond naar een toneelvoorstelling kijken in Dendermonde. Laatste rechtstreekse verbinding terug naar Gent om 23u02!!
En met de bus? Ja er is een verbinding ... Bruikbaar? Mwoehahahahaaa!!!! De laatste bus vertrok om enkele minuten na 20u!!!!!
Oplossing: overnachting bij oma die in Dendermonde woont.


Maar hey ... Ik heb de keuze. Ik MOET niet weg uit Gent.



dinsdag 25 november 2008

een hoofd met een deurtje



Ik ben Olga niet. En dat is goed. Goed dat ik dat na zo'n twintig jaar eindelijk lijk door te hebben.
Ik speel te graag mee, ben vast niet genoeg 'onderwerp'.
Maar moest het nu echt? Moest ik dat nu echt voor een heel groot stuk beseffen door na te denken over een verlies?!

Het is zo ... Turks Fruit zou Turks Fruit niet zijn zonder het einde. En sommige van Eric zijn fantasieën zouden hem als een eerste klas klootzak achterlaten zonder dat einde. Maar moest ik nu echt op die manier beseffen hoe alles behalve romantisch en of passioneel zoiets in de realiteit is?

Goed ... Ik verloor meer dan een vriendin.
Ik verloor ook een drang.
Ik hoef geen Eric meer.

En zo haal ik voordeel uit wat me flink door elkaar heeft geschud.
'k Neem het mezelf niet kwalijk, maar 'blij' is anders.





Tsss ... We hadden ooit afgesproken, áls we een dochter kregen, haar naar elkaar te noemen.
Dat was lastig, omdat ik dat achteraf eigenlijk niet zo graag wou.
Zou zij daar ooit nog aan teruggedacht hebben? Op momenten dat ze leeftijdsgenoten kinderen zag krijgen?


nr. 10

donderdag 25 september 2008

Facebook heeft twintig jaar stof geruimd!

.
Paar dagen geleden dan tóch gezwicht voor Facebook. 'k Ging daar niet mee beginnen, had ik tegen mezelf gezegd.
Tssss ...


En mensen dat je daarop terugvindt! Mensen!! Allez, 'véél' wil ik zeggen.
Allemaal mensen begraven onder zo'n twintig jaar stof, die 'k in 't echt van tien negen nooit meer was tegen gekomen.


En tijd dat ge daar idd mee verprutst! Tijd!! Allez, verprutsen ... Tenzij dat ge naar elkaar gooien met bv's, uitzoeken welke soort barbie dat ge zijt en elkaar bestoken met porren, knuffels, massages, karma, ... als uw meest waardevolle dagtaak kunt zien. Gij zelf: ja! Uwe werkgever, uw lief of uwe wettige wederhelft, uw kleine spruit(en) en anderen die op uw toewijding rekenen: not so entirely sure!
't Lijkt in elk geval of iedereen zich daar zo om en bij de vijftien jaar voelt. Oók de exemplaren die daarvoor twintig jaar stof van hun façade moeten vegen.

't Is anders wel compleet mijn soort van sociaal contact: ge kunt er op elk moment aan meedoen als ge goesting hebt, zonder u wat meer als een paar stappen te verzetten én - vooral!! - ge kunt op elk moment uw gat keren! Want zo ben ik ... heel vriendelijk en dol op sociaal contact, zolang het niet langer moet duren als ik er zelf iets uithaal. En dat durft nogal een keer van korte duur zijn als ik mij in een grote groep bevind.

En he-le-maal anders als Netlog. Dat was ook nog een reden waarom ik niet zo rap was om daar een account aan te maken. Netlog is mij nogal tegengevallen en 'k dacht dat 't daar niet veel beter ging zijn.
Mijn eerste indruk is, dat Netlog voornamelijk gaat om nieuwe mensen leren kennen. - Misschien omdat er echt niet veel mensen te vinden zijn uit mijn 'echte' wereld. - En euh ... sorry da 'k het moet zeggen, maar als ge daar op zoek gaat in de grabbelton hangen uw handen rap vol drek!! Facebook gaat veel meer om contact onderhouden met mensen die je al kent van ergens anders. Zoals Linked In, maar dan op vlak van amusement.

Normaal gezien, is 't praktisch niet te doen om met alle man met wie je ooit één of andere sociale activiteit hebt gedeeld in contact te blijven. Facebook maakt dat enigszins doenbaar. Als je 't in de hand kunt houden en er niet door achter uwe pc blijft plakken tot je al de rest uit 't oog verloren zijt, that is. Want ik heb er al een paar over een Facebook-verslaving horen spreken en verschiet daar niks van.

So, see ya! Bij voorkeur nog voor 't mij tegensteekt of ik mijzelf verwens om zoveel slapte en verplicht ben om af te kicken.

.


zaterdag 23 augustus 2008

knaptanden kwijt

.

't Eerste jaar dat E en ik in Ledeberg woonden, heb ik een paar foto's gemaakt van de Lichtstoet. Vandaag was't weer zover. 'k Ben heel even op de zetel bij 't raam aan de straat gaan staan, ben om kermiskost (een vettige braadworst!) geweest en direct weer naar huis. Tot zover mijn deelname aan de folkloristische toestanden deze keer. Vorig jaar nog even de braderie afgelopen. Zelfs dat is er nu niet meer bij. 't Is duidelijk niet aan mij besteed. Is het omdat ik niet van hier ben?
In een roman las ik dat het volk zich veel meer verbonden voelt met een reus die ze zelf in elkaar gefoeterd hebben, dan met een standbeeld van één of andere zichzelf bijzonder verdienstelijk gemaakte mens die hen in feite onbekend is. En ik kan dat heel goed begrijpen. Wat dan met Katuit in Dendermonde? Ik ben van Dendermonde. En toch voelde ik ook daarbij geen betrokkenheid. Of was dat omdat Goliath, Indiaan en den anderen mij niets zegden? Maar de knaptanden! Dat was iets anders!! Die bende kwelduivels, daar keek ik van kindsbeen af naar uit en dat is nooit helemaal verdwenen.


Mannen volledig gehuld in een koker van teddyberenvel en daarop een wolvenkop met een grote, grote muil vol witte tanden waarmee ze snel en vooral heel luid konden klepperen. Ze kwamen naar je toe gelopen tot die grote muil vlakbij je gezicht was. Oe-oe-oe-oeh!!! Als kind was het telkens weer de vraag hoe lang je stand zou houden. Hoe lang zou het duren voor je je gezicht wou verstoppen in de jas van een grote mens? Zelfs als volwassene kon je zo'n fractie van een seconde overmand worden door kinderlijke schrik voor 'het grote boze beest'.
't Waren eigenlijk gewoon speelvogels die knaptanden. Eéntje heeft mijn grootvader zijn hoed een keer in zijn muil meegepakt. Hij rende er wat mee rond en bracht hem dan terug. Maar toch ...

'k Had spijt toen ze hun oud kostuum voor een nieuw en daardoor veel minder doorleefd pak hadden ingeruild. Geen grauw, versleten teddyberenvel meer, maar mooi, zacht glanzend velours. 't Leek of ze mijn kindertijd hadden uitgedaan en een nieuwe aangetrokken die de mijne niet meer was.




bron afbeelding

.

zondag 17 augustus 2008

tijden

.

Destijds in 't Koningshof (voor het in Ckomilfoo werd veranderd) had de dj een specifiek nummer waarmee hij op vrijdag of zaterdag – 'k wil eraf zijn – altijd afsloot. En er was er maar één die daarop kon dansen, waarbij al de rest zich eerst afvroeg op welke planeet hij zich waande en na een minuut of wat moest toegeven dat het machtig om te zien was. Hij in zijn eentje, maakte gebruik van de hele dansvloer en genoot van het volledig opgaan in de muziek. Of daar nu voor de rest nog volk was of niet, leek hem geen moer te kunnen schelen.
'k Heb mijzelf blijven kwalijk nemen dat ik dat niet kon, totdat ik het kon - en dat was dan in theater.






Dat doet mij dan denken aan zijn broer en zo beland ik bij Batmobile. Een rockabilly groep die in '87 op de affiche van 't Psycho Festival stond.
'k Had net de gast die mij o.a. The Cramps, Nick Cave and The Bad Seeds, The Stooges en Anna Domino had leren kennen aan de kant gesmeten. Hij dronk tot 't bier uit zijn ogen liep.
Ik was content omdat ik 't lef had - ooh! waouw!! - om Jeroen Haamers (zanger/gitarist) aan te spreken en zijn adres te vragen. We zijn nog vrij lang over en weer blijven schrijven. En ik ben zelfs bijna honderd procent zeker dat ik die brieven nog heb.
(En wat blijkt? Die zijn nog bezig!! Vorig jaar stonden ze nog in Hof ter Lo in Antwerpen. Had ik dat geweten, was ik gaan zien. For old times sake ...)


't Koningshof werd Ckomilfoo en over de verbouwingen heen, was ik stapel op een jongen die zoenen tot een avondvullende bezigheid wist te verheffen. Als hij er was, wist mijn vriendin dat ze mij voor de rest van de avond niet meer kon aanspreken wegens 'vastgeplakt'. Man, die gast kon zoenen!! En dat was het, want voor de rest konden we met elkaar niets aanvangen. Toch kan ik 't gevoel van zijn huid en haar nog altijd oproepen. 'k Herinner me zelfs nog elk nummer waarop ik ooit met hem danste en het parfum dat hij gebruikte.






Het waren en blijven miserabele tijden.

'misérable', maar voor mij wat te veel doordrongen van een lokale klank, om het juist te schrijven

.

donderdag 29 november 2007

Douchen op een rolluik


Een smalle straat naast een hoge dijk. Een huis in de rij.

Als je de voordeur open steekt, kom je meteen in een kleine woonkamer met een kachel, een oud, versleten salon en een tafel met een paar stoelen. Hier en daar is de vloer uitgebroken en daar zijn dan kleine zandkuilen.

Achter het huis, onder een doorschijnend, golfplaten dak staat een fornuis, een gootsteen en daarnaast is er een douche. Daar ligt geen vloer en om niet in de modder te moeten staan, is er een oud, houten rolluik op de grond gelegd.

Boven zijn er twee kamers. In de achterste kamer laten twee piepkleine venstertjes boven het hoofdeinde van een bed een beetje licht binnen.

- Waar het toilet was, weet ik niet meer. Waarschijnlijk ook onder de golfplaten en een beetje afgeschermd. -


Mijn lied ...







Zijn lied ...







Later, in een woonst waar alles in orde was, stortte het in elkaar.
Ik kwam er te laat achter dat hij geen kneit had begrepen van waarover zijn lied ging.



zaterdag 3 november 2007

Van 't één naar 't ander


Was ik op You Tube bij The Cure beland. Weet ik ondertussen al niet meer hoe ik precies vanaf daar bij U2 terecht kwam. Zocht ik naar 'Even Better Than the Real Thing'. Wou ik een afbeelding van 'crimpson' vinden – in the tekst komt “We're free to fly the crimson sky - The sun won't melt our wings tonight”, omdat het zo'n ontzettend mooi woord voor een prachtige kleur is. Kwam ik bij een heel expressief portret dat een bijzonder fijne klasgenoot van me destijds zat te kopiëren. En zo tot bij Crimson King - 21st Century Schizoid Man


Hoe oud was R.M. toen? Dertien, veertien? Hij was blijkbaar nog bijzonderder-der-der dan ik kon inschatten!


't Wordt echt wel tijd om nog een keer enen te gaan drinken in 't cafeetje waar hij nu schijnt te werken. Voor hij daar terug weg en dus weer uit 't zicht verdwenen is.





zondag 23 september 2007

Magical Tree


Drie jaar geleden haalde ik uit het beeld van een boom inspiratie voor een rol in een theaterstuk. En het deed nog meer.


Toen ik nog piep was, woonde ik een huis aan een onverharde weg waar die stopte bij een veldwegeltje van een man breed, omgeven door weilanden, akkers, braakliggende terreinen, aan hun eigen willekeur overgelaten bossen en grote vijvers. Er was geen omheining om onze tuin en geen onderscheid tussen bij ons en daarbuiten. Op de open vlakte naast ons huis groeide onkruid tot hoger dan mezelf. 's Zomers stond ik samen met de zon op om met een deken en een kussen daar verder te slapen. Ik plukte voor mijn grootmoeder zo veel boterbloemen dat mijn armen nog amper om het boeket heen konden. Er lag een spoorlijn die al jaren buiten gebruik was en prima dienst deed als evenwichtsbalk. In een deels onder water gelopen bos, gingen vrienden en ik uitzoeken hoe ver we konden doordringen. Stapje voor stapje tastend verder, telkens met één voet vooruit en elkaar vasthouden. “Dieper!” riepen we opgewonden uit en keerden pas om toen we plots tot net onder ons bekken in het water floepten. Onder het slijk naar huis, de douche in en dat was ok. We hadden een lievelingskoe die ons herkende en gaven haar zelf een naam. De mijne had een witte krans om haar nek en kon wel eens dwars liggen als de boer en zijn zoons kwamen melken. Ze bleef niet staan of trapte ongedurig met een achterpoot. Mijn grootvader haalde een vlieger uit een weiland en werd daarbij achterna gezeten door een kolos van een trekpaard zodat hij moest rennen en over de pinnetjesdraad springen. Mijn grootvader stond niet al te stil bij bloemen, maar hij zag wel graag de violetten die zich verstopten in de bermen langs de vijverpaden en kolleblommen die hele velden groen met rood gestippeld maakten. In onze tuin werden allerlei groenten en bessen gekweekt. Zowel het gedroogde patattenkruid als papier en karton werden opgestookt in een oud metalen vat.


Beetje per beetje werd dat landschap waarin ik opgroeide omgevormd tot verstedelijkt gebied. Het zicht werd onderbroken door de nieuwe spoorlijn. De weg werd verhard en doorgetrokken. De gronden naast ons huis werden verkaveld. Op de top van een van de laatste zavelbergen, die er lag tijdens de zoveelste verandering, was ik Sheena, Queen of the Jungle met gehuil en al.

Ikzelf evolueerde mee. Bos, velden, bloemen, beestjes, tochten door gebied dat ik kende als mijn broekzak werden vervangen door schoenen, hitparades, kleren, kapsels, danspasjes en jaloezie. Jongens waren er al.


Toen ik uiteindelijk verhuisde, trok ik naar omgevingen waar nog veel minder groen was. 'k Ben mijn interesse in natuur niet kwijtgeraakt, maar ze bleek meer en meer van op afstand en op de lange duur enkel nog in theorie tot uiting te komen. The Magical Tree has broken the spell.

In mijn volwassen ogen leek hij op een boom uit een sprookje, die een gezicht zou hebben en zou beginnen te praten eens je er vlakbij stond. Hij bracht echter ook die tijd terug dat realiteit nog nutteloos en onbelangrijk mocht zijn – wat meteen ook het mooiste is uit mijn kindertijd – en liet mij vooral terug de bosbewoner zijn die ik als kind was geweest. Voor wie bomen niet moesten kunnen praten om erbij te horen. Ze waren wat ze waren, een onlosmakelijk deel van mijn leefwereld.

Het was liefde op het eerste zicht en toen ik een steek waarop vond, begon ik hem te fotograferen en dankzij hem ook te lezen over hoe je bomen kunt herkennen. Geloof het of niet. Ik ben in de schaduw en tussen de wortels van bomen groot geworden, maar kon (zonder de vruchten) enkel de den, spar, berk, knotwilg en populier herkennen. Het is een paardenkastanje. Die komt oorspronkelijk uit de Balkan. Net als mijn vader. Haha!! Maar dat is natuurlijk toeval.


vrijdag 31 augustus 2007

Kijker

Ik hoor ontzettend goed en luister graag naar allerhande wat niet te luid klinkt. Net als geuren wekken geluiden bijzonder snel emoties bij me op. Toch word ik meer gefascineerd door beelden en dan vooral van wat zonder hulpmiddelen niet te zien is.



Geef me een ruim uitzicht en met een verrekijker ben ik uren zoet. Van kindsbeen af, liep ik voortdurend rond met een loodzware kijker. Het leek wel of ik door hem te gebruiken mezelf waar ik keek heen kon flitsen. De kijker bracht de dingen niet naar mij toe, maar mij naar de dingen.

Onderweg heb ik ook graag een kleine verrekijker bij de hand. Ooit passeerde ik ’s avonds laat een huis waarvan de ramen niet waren afgeschermd en de kamers langs de straatkant sterk verlicht waren. Ik tuurde binnen. Niet om de bewoners te begluren, want die waren niet eens te zien. Gewoon ... omdat het kon.


Dingen die al dichtbij zijn sterk vergroten, vind ik net zo leuk. Ik amuseer me kostelijk met een juweliersloep die 20 X vergroot en had als kind zelfs genoeg aan een simpel vergrootglas. Ik bekijk insecten en spinnen, mijn eigen vingertoppen, haren, stenen, stukjes hout, mijn oog, ... ‘k Heb ook altijd al een microscoop gewild. “Wat ga je daar dan mee doen?” werd me telkens gevraagd. “Naar dingen kijken!” was het enige antwoord dat ikzelf logisch vond. Dat ik dingen zou kunnen zien, die anders verborgen blijven door hun grootte, was toch ruim voldoende? Sinds kort heb ik een veldmicroscoopje dat tot 100 X vergroot. Jééé!!


E noemt het mijn speelgoed en vindt heel gewone dingen vies als ze zo groot zijn. Dan glimlach ik opgetogen en kijk lekker verder.



De bovenste afbeelding is oorspronkelijk van Het Wasgoed Theater. Ik heb ze bewerkt.
De onderste afbeelding haalde ik van
www.dreimal-z.de.

donderdag 30 augustus 2007

Zwemmen


Mijn grootmoeder gaat elke week twee keer zwemmen in het stedelijk zwembad vlakbij waar ze woont. Voorbije namiddag ging ik met haar naar ’t Strop in Gent.

’t Was toch dat niet, zei ze. Het richeltje aan de rand van het bad was te laag voor haar om met haar voeten op te steunen. Ze is maar 1m53 groot. Zelfs in het ondiepste stuk moest ze op haar tipjes staan. We zijn uiteindelijk in het oefen- of kinderbadje gaan zwemmen. Daar is ’t maar een meter diep. Net diep genoeg om niet met haar voeten over de grond te slepen, want die gaan niet meer zo goed omhoog. En dan nog werd ze geïntimideerd door spelende kinderen en jonge mensen die leute aan het maken waren. Het was moeilijk om me in haar vrees in te leven.

Toen ik vijf was, was ik Carine of Pascale Verbauwen en won ik elke avond de zwemwedstrijd in het ligbad bij me thuis. Vanaf de temperatuur het toeliet, diende ook de opblaasbare kano buiten als bad om zwemmertje in te spelen. Bij een van mijn pogingen om in het ligbad te draaien door de fantastische rol te doen, geraakte ik niet meer alleen boven water. Gelukkig had ik een vaste supporter die me gewillig ter hulp schoot.

Het was mijn familie duidelijk, dat ik zo snel mogelijk wilde leren zwemmen. De lessen die in het stedelijk zwembad werden aangeboden, waren geen succes. Als start werden we per twee door een vastbesloten mannenhand kopje onder geduwd en daar even gehouden. Had die hufter dat gevraagd, dan had ik dat graag gedaan. Ik kon er met mijn pril verstand niet bij, vond dat misbruik van spierkracht onvoorstelbaar onrechtvaardig. De dwang had een tegenovergesteld effect. Ik ging niet meer naar die lessen en kan me die vent zijn gezicht, zelfs zijn slecht figuur (voor een zwemmer!) nu nog altijd voor de geest halen.

Gelukkig voor mij, was mijn peter conciërge van een grote school, waar ook een zwembad was van toch twaalf meter lang. Elke avond mocht ik zo’n half uurtje plonzen en kreeg mijn eerste degelijke zwemlessen van mijn bonne. Eerst leerde ik de schoolslagbewegingen met zwembandjes aan de armen en daarna telkens een pasje verder van de kant zonder de bandjes. In een wip kon ik zonder hulp de lengte over, zowel in schoolslag als in crawl en rugslag. Ik was apetrots toen ik korte tijd later in het stedelijk zwembad mijn eerste gouden medaille won. Fijn voor mij én de badkamer bleef sindsdien droog.

Nu ga ik nog zelden zwemmen. Als ik ga, komt bij mezelf meteen het meest kinderlijke deel naar boven. Ik sta in het water, spring omhoog en gooi mijn benen alletwee tegelijkertijd in de lucht tot mijn voeten boven het water uitsteken, om met een dikke plons neer te komen en het uit te schateren. Ik zwem zo lang mogelijk onder water met mijn buik bijna tegen de bodem. Ik leg mijn onderbenen op de rand langs het bad en laat me achteruit zakken. Het verwondert me in feite, dat ik mijn grootmoeder niet heb gevraagd in spreidstand te staan, zodat ik door de opening kon zwemmen. En toch is het niet meer hetzelfde. Vroeger dacht ik nooit:”Als ik nou maar geen kramp krijg.”