Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

vrijdag 30 maart 2012

de indruk


Mensen, mensen … Wat zitten jullie daar allemaal te doen? Ge houdt mij constant bezig! En geen van jullie heeft het volledig beeld. Moest ge ’t al hebben, ge zou ’t zo snel mogelijk wissen.

Woorden stampen tegen de rand, springen over elkaar heen, maar geraken niet verder.

Indrukken die onuitgesproken woorden de kop indrukken.

Aanrakingen van mij bijten een stuk van mijn vel tot op ’t bloot vlees, maar niet dat stuk waaronder jullie verscholen zitten. Jullie stampen tegen de rand, springen over elkaar heen, maar geraken niet verder.

Hoe ik het eruit krijg, krijg ik er niet in.
Maar blijf maar zitten met de kop ingedrukte indrukken.

Mensen, mensen …
Misschien dat niemand het heeft, omdat niemand het geeft. 

vrijdag 19 november 2010

kies, koos, gekozen koosnaampje

Het moet eentje zijn dat past. Voor sommige mensen gaat er wat zoeken aan vooraf. Sommige mensen gebruiken niet graag eentje dat ze al gebruikt hebben in een vorige relatie.

Een koosnaampje … Het wil iets zeggen als je 't gebruikt.

Maar het wil nog meer zeggen als je het plots niet meer gebruikt. Of als je al eentje gekozen hebt, maar het in de praktijk niet toegepast - lees: uit uwen bek - krijgt. 't Klinkt zo misplaatst als 't al te neutraal klinkt, als het - hoe goed mogelijk ook gekozen - toch niet kozerig overkomt.


Dan heb je op een keer een vervelende aanvaring. Je bent onderweg naar huis en wou plots heel hard dat je lief er was. Je weet dat je in een leeg huis aan gaat komen. Maar 't is toch niet meer zoals vroeger. Vroeger was het nog leger dan de leegte van nu. Er waren geen bruikbare beelden. Je was alleen. Als je alleen bent, is er niemand die jou de tofste van de héle wereld vindt.

Je bent een half uur binnen en uw lief belt u onverwacht op. Je vertelt over de vervelende aanvaring. Je luistert naar de reden van de oproep.

De dag nadien wordt de binnenkant van je lijf zachtjes gesudderd en spreek je elk woord gesmolten uit. Opeens weet je dat je goed gekozen hebt.



(Gelieve zelf voor kaarslicht en vioolmuziek te zorgen!)

maandag 6 juli 2009

Geraldinneke en de blinkiewoe



Geraldinneke is een paar weken terug ergens heen gewandeld. Ze kwam daar aan, vond het er best leuk en besloot om er - minstens voor even - te blijven.

Op het plekje waar Geraldinneke nu al enkele weken verblijft, zijn er heel veel dingen te zien die ze nooit eerder zag. En te voelen ook!

Zo is er iets wat van beneden naar boven loopt, met bobbeltjes op. Het is heel groot en lijkt op een boom. Maar toch is het geen boom, want er zit een hoek aan van 90°. En dat hebben bomen niet.
Om er gemakkelijk over te te kunnen vertellen, noemt Geraldinneke dat grote, van beneden naar boven lopende bobbeltjes-ding een boblie.

Er is ook een ding dat van heel ver links tot heel ver rechts en van heel ver achteraan tot heel ver vooraan loopt. Het is zacht en het wiebelt een beetje als ze er overheen loopt. Het lijkt heel erg op de grond, maar als je hierover loopt, voel je allemaal pluisjes. En die heeft de grond niet.
Om er gemakkelijk over te kunnen praten, noemt Geraldinneke dit een wieblie.

Soms beslist Geraldinneke om een keer van de boblie naar de wieblie te lopen en daar wat rond te kijken.
Kwam er de laatste keer plots een enorm, zwart, glimmend ding met daarin twee grote gaten vlakbij haar! Uit dat ding kwam warme, vochtige wind en daarna leek het of ze in zo'n gat gezogen zou worden. Dan kwam er weer warme wind en dan was er weer dat zuigen. En terug de wind en terug het gezuig en zo maar snel, snel door en door!!
Geen idee wat het was. Het leek op niets wat Geraldinneke ooit al gezien of gevoeld had. Maar het was wel eng.
Geraldinneke noemt het voor het gemak de blinkiewoe.

Omdat Geraldinneke zo bang was dat ze in zo'n gat van de blinkiewoe terecht zou komen, liep ze snel verder over de wieblie. Ze rende en rende, terwijl ze achterom naar de blinkiewoe bleef kijken. Tot ze plots ... ergens tegenaan botste.
Ze schrok, maar had zich gelukkig niet bezeerd. Het was een heel zacht ding waar ze tegenaan gebotst was. Ze moest zich ook maar een beetje bukken om er zo onder te kunnen kruipen.
Oh wat was dát fijn! Geraldinneke had zich voor de blinkiewoe kunnen verstoppen onder iets dat leek op een wolk. Ze had zich dikwijls afgevraagd hoe het zou voelen om een wolk aan te raken. Zoals dit moet het ongeveer zijn, dacht ze.
Maar plots was de wolkie weg! Zomaar! Ineens! Geraldinneke zat nu terug onbedekt op de wieblie!! Renneuh!!!!
Hup, naar de rand van de wieblie tot bij de boblie en daar naar het stukje waar het nooit helemaal licht werd.
In de verte kon ze de blinkiewoe nog altijd zien. Zou hij haar nog kunnen vinden?
Geraldinneke hoopte dat de zonnie nu weer zomaar floep, ineens zou stoppen met schijnen. Want dat kon. Het licht uit de zonnie kon er de ene seconde nog zijn en de andere helemaal niet meer én omgekeerd. Heel vreemd, vond Geraldinneke. Maar nu keek ze er wel naar uit, naar dat plots verdwijnen van het licht. Want in het donker had ze de blinkiewoe al vaak gehoord, maar dan bleef hij altijd ver van haar weg.

Toen het eindelijk donker werd, kwam Geraldinneke tot rust. Ze overwoog zelfs even, om de wieblie weer op te lopen, om op zoek te gaan naar de wolkie. Maar ze deed het toch maar niet. Want eens het donker wordt, begint Geraldinneke steevast aan haar werk. En wie haar ooit al bezig zag, weet dat het niet niks is waar ze elke avond aan begint.

vrijdag 26 juni 2009

Van een tros ballonnen en een ijzeren gewicht



Er was eens, lang geleden, in een land hier ver vandaan, een massa zakjes gevuld met lucht, die heette Tros Ballonnen.
In die tros zaten ballonnen in allerlei verschillende kleuren en in elke ballon zat een ander gevoel.
In de witte ballon zat rust, in de zwarte wanhoop, in de grijze droefenis, in de bruine ontzetting, in de okerig groene walging, ... In de grasgroene zat moed, de gele stak vol met opgewektheid, de turquoise droeg kalme blijdschap mee, de rode was gevuld met impulsiviteit. Dat zijn er maar enkele. Het was een hele, hele grote tros. Alle mengsels kwamen erin voor. Of toch bijna ... En allemaal zaten ze aan elkaar vast. Ze waren aan elkaar verbonden met touwtjes.

Tros vloog rond. Mee met de wind. Hoe harder de zon scheen, hoe warmer de gevoelentjes-lucht in zijn ballonnen werd en hoe hoger hij steeg. Als het koud werd, kropen de luchtdeeltjes vanbinnen dichter bij elkaar, werd elke ballon op één plekje zwaarder, werden de ballonnen wat slap en zakte Tros naar beneden. Tot de zon weer flink ging schijnen. Dan dansten de luchtdeeltjes weer wild in het rond en ging hij weer omhoog ...

En Tros vloog en vloog ... botste af en toe ergens tegenaan ... Hij maakte zich ook wel eens zorgen dat hij tegen iets heel scherp aan zou vliegen en er in één of meer ballonnen een gaatje zou komen!
Nu en dan bleven de touwtjes ergens aan vast zitten. Soms op een plek die hij heel leuk vond, met veel ruimte om rond te tollen. Soms op een nare plek, met veel hoeken en kanten in zijn buurt. Maar de wind blaast voortdurend en vanuit alle richtingen. En telkens kwam Tros weer los en vloog verder. Jaren gingen voorbij. Tros hing aan muren, in bomen, aan lantaarnpalen en autospiegels. Soms heel kort, soms wat langer.

Tijdens al dat vliegen, bedacht Tros wel eens, dat het eigenlijk toch ook niet alles is: altijd maar weer doorgaan, nooit weten waar je mee naartoe genomen wordt, elke keer weer snel afscheid nemen of zelfs niet eens, op een ooh zo mooi plekje zijn en daar niet kunnen blijven omdat je gestuurd wordt door zon, wind, regen, temperatuur, ... kortom alles behalve jezelf, ...
En zo groeide bij Tros het verlangen naar iets wat hem eindelijk bij één plek zou kunnen houden. Iets waar hij zijn lange, lange touwen bij het uiteinde aan vast zou kunnen maken. Zo zouden al zijn ballonnetjes nog altijd kunnen bewegen in de lucht, stijgen, dalen, met een ruk naar links of rechts vliegen. Maar hij zou wel weten waar hij aan het einde van de dag zou zijn.

Een fiets leek hem maar niets. Hij had ooit Kinderfiets leren kennen en bleef wat hangen. Kinderfiets wou alsmaar rondrijden. Tros zo aan zich vast hebben zitten, vond hij wel leuk. Maar Tros had het niet zo met de meppen die hij kreeg. Zijn ballonnen ging té snel heen en weer en dat bracht hem wat in de war.
Een gevel was uitgesloten, want dan zou Tros maar de helft van alle kanten meer uit kunnen. En een schoorsteen is zo hoog dat hij nooit nog de grond zou kunnen raken. Neen, dat kon ook niet zijn.
Het moest iets zijn dat vrijstaat op een open plek in de ruimte, zo klein is dat Tros niet belemmerd wordt bij het rondvliegen en toch zwaar genoeg om zijn eindjes dicht bij de grond te houden.
Niet gemakkelijk te vinden, leek hem.

Tot Tros op een dag IJzer in de gaten kreeg.
IJzer kwam uit de aarde en was door vuur en water heel dicht bij elkaar gekropen. Als de zon heel hard scheen dat Tros al hoog de lucht in ging, dan nog bleven al IJzer zijn deeltjes zo dicht bij elkaar dat het hen lukte om stevig op de grond te blijven. Dat vond Tros prachtig!
De eerste keer dat Tros in de buurt van IJzer ergens aan vast bleef zitten, maakte hij er meteen een praatje mee.
IJzer vertelde dat 'IJzer' maar een stukje van zijn naam was. Net zoals 'Tros' ook maar een stukje van Tros zijn naam was. Tros zijn naam was Tros Ballonnen. En zo heette IJzer om precies te zijn IJzeren Staaf. Maar iedereen noemde hem meestal gewoon IJzer.
Tros vertelde over waar hij naar op zoek was en IJzeren Staaf zei heel beslist, dat hij dan zonder twijfel naar IJzeren Gewicht op zoek moest. Tros was blij dat IJzeren Staaf hem kon helpen. "Is er zo maar één?" vroeg Tros opeens. "Tuurlijk niet!" zei IJzeren Staaf, "Net zoals er van mij veel verschillende types bestaan - lange, korte, dikke, dunne in allerhande combinaties - zo zijn er ook van IJzeren Gewicht veel soorten qua grootte, zwaarte, vorm en noem maar op.". "En hoe weet ik dan, wie goed voor me is?" vroeg Tros. "Dat weet je niet. Je moet het gewoon elke keer proberen." zei Staaf.
En zo begon de tijd waarin Tros hoopte bij een ijzeren gewicht te geraken.

Hij vloog over pleinen, weiden, vijvers en meren, bruggen en gebouwen, ... Bleef haperen aan prikkeldraad, jonge twijgen, verroeste nagels en verrotte zitbanken. De eindjes van zijn touwen rafelden steeds meer uit. Maar hij gaf de hoop niet op. Zijn touwen waren lang en het zou nog flink wat duren voor ze helemaal versleten waren.

En dan, op een koude regenachtige dag, kwam Tros Ballonnen wat aan de slappe kant, naast een ijzeren gewicht te liggen. Tros was eigenlijk helemaal niet in de stemming om Gewicht aan te spreken. Dat was altijd zo als hij helemaal slap van de kou was. Dan bleef hij uit zichzelf al bij de grond en vergat telkens waar hij eigenlijk naar op zoek was.
Toch geraakten Gewicht en Tros met elkaar aan de praat. Om de tijd te doden. Terwijl ze daar dan toch naast elkaar lagen. Maar Tros vertelde niets over zijn groot verlangen ... Tot de zon weer volop ging schijnen, de lucht in Tros zijn ballonnen weer warmer werd en ze één voor één weer opstegen. "Oei, oei, oei!" riep Tros, die plots weer die andere kant van zichzelf zag, "Ik kan me maar beter aan jou vastmaken of ik vlieg zodadelijk weg." Gewicht ging onmiddellijk akkoord. Tros was dolgelukkig!! Maar Tros wist niet waarom Gewicht het eigenlijk zo snel eens was.
Hoe hoger de ballonnen van Tros stegen, hoe nerveuzer IJzeren Gewicht werd. Tot hij uitzinnig naar Tros riep:"Jaaa!! Jaaa!! Vlieg!! Vlieg omhoog!! Neem me mee de lucht in!!". Tros dacht:"Ooo jeee!! Wat nu?!", want dat kon Tros helemaal niet. Daarvoor heb je één, hele grote ballon nodig die al zijn kracht in één richting kan laten gaan. Bij Tros mocht het nog zo warm zijn en zijn ballonnen nog zo dik gespannen, zoiets lukte niet. Als er wind was, vlogen bij hem de ballonnen bijna altijd alle kanten uit. En dat vond Tros leuk. Zo had hij zichzelf altijd gekend. Enkel als er héél, héél felle wind was, een echte storm, gebeurde het wel eens dat heel Tros één kant uitging. Gelukkig maar heel zelden, want Tros had gemerkt dat zijn touwtjes het bij een storm extra zwaar te verduren kregen. Meestal raakte hij dan toch weer los en ging in een rotvaart mee met de stroming.
Gewicht had naar Tros geluisterd en zei dat het allemaal één groot misverstand was geweest. Gewicht was helemaal niet blij met hoe zwaar hij was en hoe hij altijd bij de grond bleef. En nu Tros aan hem vast zat zou hij stikjaloers worden, omdat zij daar in de lucht wel lichte, gekke capriolen konden maken. "Probeer het een keer. Eén keerte maar!" vroeg Gewicht. Dat vond Tros wel goed. "Een keertje proberen kan geen kwaad." dacht Tros. Dus bleef hij hangen tot de volgende windvlaag kwam. En ja hoor! Het lukte!! Het was warm weer, de wind blies hard van onder naar boven, alle ballonnen gingen omhoog en Gewicht ging mee de lucht in. Tros was fier en Gewicht wist met zijn geluk geen blijf! Tot de wind stopte met blazen ...
Tros zakte pijlsnel naar beneden! Maar hij was helemaal niet bang. Er was plek genoeg en hij kwam toch altijd zachtjes neer. Maar waar Tros niet aan dacht, was dat Gewicht helemaaaal geen zachte landing kon maken! IJzeren Gewicht kwam met een smak van jewelste op de grond terecht!! Hij vloekte op Tros omdat die hem niet in de lucht had gehouden. "Ik kon het niet stoppen!" jammerde Tros, "Ik vlieg maar mee met de wind en als hij me niet meer naar boven blaast ... ". Tros stopte met praten. Hij zag dat Gewicht huilde. "Heb je je pijn gedaan?" vroeg Tros. "Me pijn gedaan?! Wat zou ik?!!" snauwde Gewicht, "Ik ben wel een ijzeren gewicht hé!! Besef jij wel hoe hard ik ben?!". Tros keek zwijgend toe. "Het is gewoon dat ... Dat ik, nu ik jou bij me heb, dus nog altijd niet kan vliegen." Beiden zwegen. "En ik wou het zo graag." zei Gewicht nog stilletjes. Teleurgesteld maakten Gewicht en Tros zich van elkaar los. Gewicht bleef liggen. Tros vloog traagjes, zigzaggend weg en dacht aan wat IJzeren Staaf zo lang geleden had gezegd: dat je het niet weet en telkens moet proberen.


donderdag 21 mei 2009

Meester?


'k Krijg soms de indruk, dat er mensen zijn die zelf écht niet door hebben dat ze volleerder zijn dan diegene die ze als meester zien.



Andere keren herinner ik me mijn plaats.
Herinner ik me die maar al te goed.
Goed.

zondag 10 mei 2009

beestachtig


Eerst gefrutsel onder de verwarmingsradiator. Dan achter de kachel. Daarna een opbergbox omver. Telkens met enige tijd tussen en elke keer met Puddy als bron. Tot zijn gekoers en gespring me vanochtend nóg maar eens wakker maakte, ik rechtop in bed ging zitten en hij me gespannen zat aan te kijken mét ... een muis in zijn bek.

"Flinke Púddy! Muis gepakt?! ... Flínke man!"

De kat legt haar neer en loopt op hoge poten, staart in een vraagteken en opgeheven kop weg. De muis trippelde ook weg. Vooral met snelheid. Roefel, de fauteuil onder! Doosje genomen, zetel weg, doosje over de muis, dekseltje eronder en met haar naar buiten.


Bedankt!, originally uploaded by dP spot.



Beestje was toen ik het doosje oplichtte, waarschijnlijk té sterk van slag om zich meteen uit de voeten te maken.
Gevolg ... zoals te zien op volgende foto.


O jee!, originally uploaded by dP spot.



Hij weer met 't grutje naar binnen en 't wreed amusement kon herbeginnen. Na relatief korte tijd was er al 't leven uit.


Is 'beestachtig' terecht of onterecht het woord voor datgene waarvoor 't staat?

Mijn grootvader die bond destijds een mus die hij gevangen had, levend met een touwtje aan een staak. Die pikkedieven kwamen roven in zijn moestuin. "Om de andere mussen te verjagen." zei hij.
Ja, inderdaad. Dezelfde grootvader die een merel hield in een kooi. Hij die beweerde vogels graag te zien. Hij hield van het plezier die ze hem leverden, niet van vogels zelf.

Katten zouden naar 't schijnt 'spelen' met hun prooi, omdat ze instinctief nog altijd jagen, maar het niet meer doen uit honger.
Mijn grootvader had ook genoeg aan wat overbleef na de mussen hun inmenging. 'k Vraag mij af wat de verklaring is voor zijn gedrag. 'k Zie er niet graag een domme, eigengereide bruut in.

vrijdag 1 mei 2009

1 mei verwarringen


'De dag van de arbeid' en we maken er nen dag congé van.
Goed. Dat valt nog te verdedigen, want 't is om te vieren.


Maar "Op 1 mei leggen alle vogels een ei." ... 'k Wee ni hé ...
Als kind kon ik daar niet goed bij.
"Dat is wel maar bij manier van spreken hé zeg!" was 't antwoord.
Maar ik begreep 't concept 'bij manier van spreken' op zich eigenlijk niet.

En mijn Duitse stiefvader zegt geregeld:"Ich gehe ein Ei legen!"
Waarbij 't over zowat het tegenovergestelde van de oorsprong van een kersvers leven gaat.
Hoe komen ze erbij?
't Komt ook uit een gat hé.
Maar als kind had ik vast liever gehad dat men zei:"Ik ga mijn dikke darm leegmaken."

zondag 19 april 2009

wormen in uw vel


Toen ik klein was hé, toen dacht ik dat meeëters wormen waren die in uw vel leven en daar een deel van wat jij eet, opeten. 'k Kon geen andere reden bedenken waarom die anders zo genoemd worden.

En nu nóg vraag ik mij af waar die benaming vandaan komt! In mijn Prisma Etymologisch Woordenboek staat 't niet en via google vind ik 't antwoord evenmin.
Is er een etymoloog in de zaal?

zaterdag 14 februari 2009

de beperkingen van de totentaal


Ben je blij, boos, triest, verbaasd of wat dan ook waarvan je wéét dat je het bent, dan zet je een daarbij passend gezicht op.
En wat als je ‘t niet weet?
Dan zie je er misschien uit zoals blob eergisteravond.

Zat was onderweg naar iets doen, bezig betrokken te worden bij een activiteit. Een bezigheid waarvan ze onlangs nog had vastgesteld dat ze die niet had en veronderstelde dat het ook in de toekomst niet 't geval zou worden. Gevolg? Deels positieve verwondering en de bijbehorende snoet.
Ze ging er van uit dat wat er sowieso al was ook snel weer zou volgen. En op het moment dat het op de proppen kwam, wist ze met de beste wil niet de vinger te leggen op wat ze daar nou eigenlijk echt van vond of zelfs hoe ze er tegenover zou willen staan.


“Trek zo geen toot!” wordt wel eens gezegd tegen iemand die met mimiek zijn ongenoegen laat blijken. “Ik trek geen toot!” wordt door de trekker dan ook wel eens beweerd.
Een hypocriet persoon, wordt hier bij ons ‘nen totentrekker’ genoemd. Vast omdat hij opzettelijk een expressie kiest die van zijn oprecht gevoel afwijkt.
Maar in hoeverre worden onze gezichtsspieren bewust gestuurd? Komt eerst de emotie en na de bewustwording ervan, in super snel tempo - alsof ‘t vanzelf ging, maar dus wél gestuurd door gedachten - de bijbehorende gelaatsuitdrukking? Of arriveren de beide tegelijkertijd omdat ze alle twee uit dezelfde, verborgen poel komen?
Is dat misschien ook de reden waarom we zo veel ongeloofwaardig acteerwerk zien? Omdat mensen al te vaak emotie willen uitdrukken vanuit redenering? Is daarom de fysieke beleving van een gespeelde emotie, zoveel belangrijker dan de verstandelijke herkenning?
Want hoeveel acteurs zijn er niet, die hun lichaam vergeten? Doordat onze focus op het aangezicht ligt, zijn we al te vaak geneigd de taal van onze houding en bewegingen over het hoofd te zien. Verbale communicatie heeft de aandacht danig verlegd, dat we meer dan de helft van wat we zelf vertellen niet meer verstaan. Terwijl ons lijf uiteindelijk toch zegt wat er gezegd moet worden, als we het met ons gezicht niet zonder woorden weten te brengen.
Zoals bij blob dus ...





vrijdag 24 oktober 2008

het woord


er is een woord 'aarbei'
en een ander 'bruine suiker'
dan nog eentje 'bordje'
en nog een ander 'met'

er is een woord 'geitenkaasje'
en eentje 'appeltjes'
nog een ander 'gecarmeliseerd'
en één is 'honing'
en dan nog één 'slaatje'

maar ééntje, slechts één woordje is 'slagroom'


dinsdag 9 september 2008

potgedrag analyse

.
Introvert en extravert ... Elk heeft zo wel zijn gedacht over wat dat inhoudt.
Ik vind dat de volgende uitleg de lading wel dekt, eigenlijk.

De verschillende types op de pot ...

introvert:
Iemand die, als hij alleen thuis is, nog altijd zo stil mogelijk blijft.

extreem introvert:
Iemand die, als hij alleen thuis is, zelfs met krampen nog altijd zo stil mogelijk blijft.

extravert:
Iemand die, als hij alleen thuis is, zich auditief ongeremd uit. - zelfs zonder krampen -

extreem extravert:
Iemand die, ramen en deuren open zet, omdat de buren de boodschap zouden kunnen ontvangen.

extreem extraverte woosie:
Iemand die ondanks de open ramen en deuren de boodschap niet auditief kenbaar wil maken, maar wél vindt dat je daarover een 'interessant' blogstuk kunt schrijven.
.

Voor alle duidelijkheid:

.




dat kost (waarschijnlijk) redelijk wat geld hé, om dat uw venster te laten plakken.
.

dinsdag 26 augustus 2008

'jansaliegeest' - heuh?

.
Het KriQ Mediawoord van vandaag:


JANSALIEGEEST
UIT:
Stap in het duister door Jan Hoedeman (de Volkskrant, 22 augustus 2008)

CONTEXT:
In het Torentje maakt Lubbers zich zorgen en stuurt een conceptbriefje aan zijn 'amici' Van Aardenne en Ruding, met de meest prangende vragen die hij zelf van een antwoord voorziet. 'Hebben de Olympische Spelen een meerwaarde buiten de directe economische effecten? Antwoord: ja, het is een onderdeel van de bestrijding van de JANSALIEGEEST. Alles afwegend ben ik tot de conclusie gekomen dat wij ons moeten kandideren.'

BETEKENIS:
lamlendigheid, futloos karakter

UITSPRAAK:
[jan-SA-lie-geest]

WOORDFEIT:
Jan Salie, zo zegt het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), was een 'typische naam voor een flauw en lauw, of suf en saai, slaphandig en slaphartig manspersoon'. Salie verwijst naar saliemelk, een bijzonder flauwe, zoetige drank (melk met het kruid salie erin) die vroeger vaak als geneesmiddel werd gebruikt.
De figuur Jan Salie is algemeen bekend geworden door De klucht van Jan Saly uit 1622, geschreven door W.D. Hooft (niet te verwarren met P.C. Hooft), en Jan, Jannetje en hun jongste kind (1842) van E.J. Potgieter. Potgieter typeerde Jan Salie als een Nederlander zonder fut en energie. Daaruit ontstond de term jansaliegeest, waarin geest 'karakter' betekent.




Allez ... 't Zal wel. Maar dat wordt hier bij ons niet gebruikt. Wij hebben daar andere woorden voor.

.



Three cheers for Google - I guess ...

.
Komt er iemand uit Ukraine aangesurfd en wil de dP spot verstaan. Gebeurt er dit!
(klik op de foto om hem iets groter te zien en sta 'pief-poef-paf'!! Of bezoek de vertaalde pagina.)


En als ge dan op een regeltje gaat staan, gebeurt er zelfs dit!
(klik op de foto om te vergroten en sta nog pief-poef-paffer!!! of doe het zelf een keer op die vertaalde pagina)




In hoeverre dat 't allemaal ook min of meer weergeeft wat ik eigenlijk wou zeggen, daar heb ik geen idee van. Gezien ik te pas en ten onpas woorden gebruik die echt wel bestaan, maar om één of andere bizarre, mij totaal onbekende reden in geen woordenboek te vinden zijn, heeft Google nu en dan verstek moeten geven. Maar hey ... het bestaat toch maar hé. Goed voor sites waar wél iets nuttig op te vinden is, toch?

Ik wist dat dus écht niet hé, dat dat bestond. Zo gelijk zo een hele pagina in één keer zo!
...
Am I just dumb?
.

maandag 25 augustus 2008

een missing link?

.
Ok, wij hebben zuurstof nodig. Maar zuurstof verslijt onze cellen ook. Ze worden er door afgebroken. We oxideren ... en daarom steken de producenten van verzorgingsproducten anti-oxidanten in hun cremmekes.

Eigenlijk kunnen we dus stellen, dat wij genetisch meer overeenstemmen met een ijzeren stapelrek als met een boom.
.

zaterdag 23 augustus 2008

Luistert! Wordt gij dat ook (niet) gewaar?

.
Bij ons zijn er toch heel wat woorden waarvan de klank prima aansluit bij de betekenis? In tegenstelling tot in het Duits bijvoorbeeld, waar – zoals Alex Agnew opmerkt – nagenoeg alles hard klinkt.
Duitsers vinden trouwens dat niet Duitstaligen hun taal te veel 'zingen' - heeft een Duitser mij zelf gezegd. Een poging om het wat te verzachten, zodat we er iets van onze taal in kunnen herkennen?
Als een blinde die geen Duits verstaat een Duitser hoort praten, denkt hij:”Oetche, 't is mis patat.” Je hebt die mensen hun mimiek nodig. Zonder beeld is 't lastig om hun gemoedstoestand te peilen.
In poëzie wordt waarschijnlijk vaker dan in proza, rekening gehouden met de klank van woorden. Maar zelfs Duitse gedichten klinken mij als een netjes in rijen en kolommen gelegde mozaïek, waarbij je de voegen niet meer uitdrukkelijk ziet omdat je er te ver af staat óf omdat er waterdamp voor hangt.

Terwijl Vlaams? Daarin klinken de woorden zoals dat waarvoor ze staan. Ge kunt als 't ware bijkans voelen wat ze willen zeggen.
Zeg een keer 'brak', zoals in 'het water is brak'. Goed luisteren ... brak ... Daarbij ga je je toch geen helder en klaterend bergriviertje voorstellen?
'Groezelig', nog zo'n woord. Daarbij krijg je niet spontaan beelden van een fris gepoetste kamer met openstaand raam waardoor een frisse Alpenwind heen waait, of wel? - Als ik het met een Nederlandse tongval hoor, doet het me aan iets krokant denken. Doordat die zachte 'g' als 'ch' gaat klinken, denk ik. -
Als iemand 'vermetel' genoemd wordt, dan heb je zelfs zonder te weten wat het precies wil zeggen, sowieso al de indruk dat je er maar beter voor kunt opletten, toch? - Door een Nederlander gezegd, doet het me dan weer aan een kwiek, vrolijk, oud dametje denken. -
'Benard'? Dat klinkt toch niet van:”Joepie! Ik zit in een benarde situatie!”?
"Ze hebben een stormram." Als je dat zegt tegen een kind dat langs geen kanten weet wat dat is, zal het niet denken aan een pluche beest hé?
'Abominabel' ... Allez! 'A-bo-mi-na-bel'!!! Need I say more?!!


In Comedy casino special werd deze keer 'Spek' van Ronald Goedemondt uitgezonden. 'k Vond 't fijn dat ook hij – net als Alex, maar anders ah ja - heel specifiek met de klank van woorden speelde. Hij start bij de uitspraak van 'Viking(en)'.
Al lijkt het (nog) niet allemaal echt in zijn lijf te zitten, toch is die gast zijn show best (al) grappig. Er is heel wat terug te vinden op You Tube. In 'Siciliaans bloed' zet hij bijvoorbeeld een magnifieke imitatie neer en in 'niet bellen in de auto' doet hij nog iets leuk met een ondertussen toch al versleten gegeven. Maar zijn werk komt eerlijk gezegd veel beter tot zijn recht als je het in zijn geheel kunt zien, net omdát het aan elkaar hangt en de opbouw versterkend werkt.
Dat stukje over de die uitspraak, zet ik er hier toch bij. Het stáát er gewoonweg. Ook op zichzelf.




.

vrijdag 8 augustus 2008

slop

.



















Moraal van het verhaal:

soms ligt iets niet direct in zicht


'seni viyorum' is Turks voor iets als
niet weg kijken
ook als er eerst niet veel meer dan een slop te zien is

.

woensdag 30 juli 2008

bag(-atel)

.
Enkel omwille van het oud zeer uit Gerenderde knoken met de 'tas van het seizoen'.



IT-BAG
UIT:
Brillen zijn de nieuwe it-bag (Nu.nl, 27 juli 2008)

CONTEXT:
'C'est brilliant' was de show die zondag op de Amsterdam International Fashion Week hoge ogen gooide. Brillen en jonge ontwerpers gingen gezamenlijk de catwalk op onder het motto dat de bril - met of zonder zon - de nieuwe IT-BAG is.

BETEKENIS:
onmisbaar modeaccessoire

UITSPRAAK:
[IT-bèèg] (met de g van 'goal')

WOORDFEIT:
Een it-bag is een tas van een bekend (duur) modemerk waar je - als je trendgevoelig bent - op een zeker moment mee gezien móét worden. De hotheid van zo'n tas duurt maar kort, vaak niet eens een modeseizoen. It is hier het Engelse voornaamwoord 'het'. De term is rond 1990 bedacht; vooral in de jaren negentig was dit een bekend verschijnsel. De tassenmarkt is sindsdien veranderd en de it-bag neemt in belang af, omdat het modellenaanbod tegenwoordig diverser en persoonlijker is. Kennelijk worden nu brillen als nieuwe must-have gezien en wordt it-bag daarvoor als metafoor gebruikt.




Alweer dankzij KriQ
.