Posts tonen met het label puur biologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label puur biologie. Alle posts tonen

dinsdag 31 juli 2012

Doe mijn lijf aan!



Doe mijn lijf aan. “Doe het aan!” zeg ik u en leer het iets, iets waar ik wat mee ben.

Ons lichaam herinnert zich dingen, waarvan we ons niet bewust zijn. Ik ben er mij van bewust dat ik me door mijn onbewuste, door mijn lijf wil laten sturen. Wie stuurt mijn lijf? Als mijn onbewuste van mij alleen is, kan ik dan weten waar naartoe?

donderdag 19 januari 2012

wolf met rood kapje



Ha!! Totally into Little Red Riding Hood …
Wat een verhaaltje eigenlijk, feitelijk?!






Roodkapje wandelt graag door ’t bos.
Wel, ik ook!
Roodkapje rent niet krijsend weg als een wolf haar aanspreekt.
Wel, ik ook niet.
Roodkapje ziet graag rood.
Wel, ik ook.
Roodkapje draagt graag een kapje.
Wel, ik ook!

Neen, kom toe, serieus … Roodkapje gaat niet over letterlijk opgegeten worden hé? Dat gaat over een jonge vrouw die aantrekkelijk gevonden wordt en een man die haar avances maakt om ook bij haar lust op te wekken.
Ik was ooit een roodkapje. Mmmm … And then the wolf came.

Hier en nu gaan roodkapjes in jeans, rode hoodie, blouson, met rugzak, op hoge hakken de straat op.
Een jonge wolf vraagt ex-roodkapje hoe ’t met haar gaat. Ze denkt:”Dom wolfje! Ik ben helemaal geen roodkapje meer. Zoek toch onwetend vlees.” en antwoordt:”Wel, niet goed! Ik moest lijm hebben en in den Brico waren ze verdomme de vloer aan ’t verven en dus kon daar niemand bij de rekken met lijm!”. De wolf zegt dat hij thuis lijm heeft en vraagt of ze mee wil. Het ex-roodkapje antwoordt dat ’t niet hoeft, dat ze onderweg was naar Delhaize om lijm te halen, maar dat ze al teruggekeerd is, omdat tijdens het telefoongesprek van daarnet bleek dat ’t toch niet dringend is. De wolf:”Nog een fijne avond dan.” Conclusie: Doe alsof je hem al jaren kent. Ventileer volop uw ongenoegen over iets wat niets met hem te maken heeft en de jonge wolf is afgeschoten door de gedachte:”Miljaar! Die praat gelijk mijn zus/moeder/grootmoeder!!” Enfin, een vrouw die hij wel ok vindt, maar zeker niet op zijn ILF-lijstje staat.
Terwijl zij rustig en tevreden over haar techniek op de tram wacht, komt de volgende wolf eraan. Eentje van een heel andere soort. Hij kijkt en haar blik kruist héél kort de zijne. Hij weet. Hij zegt niets. Hij blijft uit de buurt. De tram heeft veel deuren. De wolf loopt met zachte, stabiele tred, op poten met kussentjes onder, naar de plek waar zij staat. Hij stopt en laat haar met een expliciet gebaar voorgaan. Het ex-kapje bedankt, stapt in en gaat zitten. De wolf kijkt even rond en legt zich rustig neer, op korte afstand, zijn kop op zijn poten. Geveinsde onschuld en stromend bloed worden vermengd. Hij waakt. Ze denkt:”Mooie, trotse, krachtige wolf. Gij zult verslinden.” en stapt af. Zelf een wolf … Eentje met een rood kapje.



Incubus - In The Company of Wolves

vrijdag 25 maart 2011

soep van stofjes

Zittend op de vensterbank in het zonlicht, vlakbij de terrasvijver.
Er zijn voortdurend flitsen te zien op het wateroppervlak. De beestjes die ze veroorzaken zijn met 't blote oog niet te zien. Maar ze zijn met veel en ze zijn druk bezig.
Er is veel te zien als je naar een klein stuk blijft kijken. Het water zit vol bewegend leven.

Ooit was het hier soep, hier op aarde. Er was land en daarop heel veel vloeistof. Maar van 'water' was nog niet meteen sprake. Alles wat nu bestaat is gebouwd uit materiaal dat er toen al was.
Ik ben gemaakt uit materiaal dat bij het ontstaan van het eerste leven al op aarde was. Tenzij er een partikeltje meteoriet in mij zit. Da's een andere zaak. Dan zou 'k moeten zeggen dat ik gemaakt ben uit stoffen die bij 't begin van het leven op aarde al in het heelal aanwezig waren.
Materieel gezien is alles en iedereen familie van elkaar. We zijn allemaal gemaakt uit dezelfde bouwstenen, wij de mensen, dieren, planten, stenen, olievoorraden, ertsaders, plastieken dozen, …
Alles is gemaakt met materiaal uit de aarde en zou er niet geweest zijn zonder de zon.
De aarde is mijn moeder en de zon mijn vader. De andere planeten zijn de tantes en mijn pa zorgt voor allemaal. Mijn nonkels zijn ver weg, maar 'k zie ze wel. Ze sturen licht. De maan is de oppas voor 't leven op ma haar voorkant als pa haar achterkant bekijkt en omgekeerd. Bomen zijn mijn broers en plastieken dozen mijn zusters.

Moeder was niet overleden! Ze sliep niet eens!! Ze heeft van alles gedaan terwijl pa zich met haar onderkant bezighield . Maar als onze pa wat verder weg is, val ik wel een beetje stil. Nu komt hij terug en 'k zie hem al naderen.

Als ik doodga, verdwijn ik niet. Deze vorm van mij valt weer uit elkaar. Maar altijd in stukjes die al bestonden bij 't ontstaan van alle leven. Ik blijf bij mijn moeder en mijn vader zal me kunnen bereiken. Ik zal altijd bij familie zijn.
Ik zal altijd mijn familie zijn.

donderdag 11 november 2010

mijn dames

'k Moest er niet van hebben vroeger, van vrouwen. 'k Had een paar vriendinnen voor wie 'k niet constant mijn afweerschild optrok. Maar daarmee is 't eigenlijk ook wel gezegd. Vrouwen waren gemene, doortrapte, feeksen van wezens die nooit aan jouw, maar altijd aan hun eigen kant stonden.


Dat beeld moet gebaseerd geweest zijn op 't voorbeeld dat ik thuis elke dag bij me had. Een voorbeeld in de vorm van een grootmoeder die een rotslechte band had met haar dochter en materieel voor mij zorgde om voor zichzelf te bewijzen dat het uitblijven van goeie resultaten bij mijn moeder niet op haar eigen falen wees. Neen, ze zorgde niet voor mij. Ze probeerde voor haar eigen geweten te zorgen.
Was er een discussie, dan gebruikte dat voorbeeld bij elk tegenargument tranen en deed onbewust pogingen om reverse psychologie toe te passen met uitspraken als:"Ja, ik zal wel de slechte zijn. 't Is altijd mijn fout. Steek het maar allemaal op mij.". De waarheid deed er haar niet toe. Ze wilde bij zichzelf geen fouten zien, geen schuld, geen moeite moeten doen om haar eigenbelang iets minder radicaal op de eerste plaats te stellen.
Ja, soms uitte ze spijt. Dan jammerde ze meewarig dat ze niet zo dom had moeten zijn om voor mij te willen zorgen, om voor X of Y eender wat te willen doen. Ze beklaagde zich vaak over de mooie dingen die ze had gedaan, nooit over haar afgrijselijk egoïstische reactie op het resultaat.
Het merendeel van de vrouwen in haar omgeving was op zijn hoede. Ze had een verhouding met een gehuwde man, met wie ze een dochter had. Men ging er van uit dat zij zich niet liet hinderen door scrupules als ze iets of iemand wou. Achteraf bekeken, rekening houdend met haar mentaliteit op allerhande terreinen, veronderstel ik dat men grotendeels gelijk had.
Op elke foto uit hare jongen tijd zag ze er al hard en verbeten uit; een vrouw die had geknokt voor de plaats waar ze stond. En dat gevecht zal - als jongste in een gezin van twaalf kinderen, waarvan tien jongens en een moeder met de aaibaarheidsfactor van een stalen steunbeer - niet min geweest zijn.
Haar dochter, mijn moeder had niet de nodige persoonlijkheid om op eigen benen te kunnen staan. Ze kende de wet der natuur die zegt dat een vrouw een man moet behagen of anders 'rien ne va plus' - met dank aan Tennessee Williams.

Ook haar 'vriendinnen' hadden niet meteen 't volste vertrouwen in haar bedoelingen. Bij de hardheid van hun oordeel, beklaagde ook mijn moeder zich over de vrouwelijke mentaliteit.
Voeg daarbij nog een meisje uit mijn kinderjaren, die de nulmeridiaan door haar bilspleet voelde lopen, een dramaqueen van formaat bij wie altruïsme niet in de woordenboek was opgenomen en de cirkel is nagenoeg rond. Nagenoeg …
Een jeugdvriendin me geleerd dat er ook mooie vrouwen bestaan. Ze heeft het beeld deels kunnen redden. Ik zag haar als een uitzondering op de regel.


Zoveel jaren later, was er een vrouw die ik begreep, die mij begreep, niet eens vanuit bereidwilligheid om te begrijpen, maar vanuit herkenning, een vrouw die geen vijand, geen toeschouwer, maar een bondgenoot was. Na het worstelen met elk onze moeilijkheden, fantaseerden we over samen een huis delen. In mijn hoofd was ik thuis geraakt. Het beeld klopte. We zouden onze thuis en onze band, ons leven met elkaar delen. We zouden elk een relatie hebben met een man die we liefhebben. Maar onze vaste basis zou bij elkaar liggen. We zouden afhankelijk mogen zijn van elkaar, want we zouden steeds mee opzoek gaan naar het beste voor de andere helft. En dat zoeken, dat zoeken zelf, zou al vinden zijn. Maar het is niet tot 'zijn' gekomen. Het is niets geworden. Het kreeg nooit een kans. Het was een misverstand. Het was slechts een fantasie. Mijn thuis bestond enkel in een verhaal, een verwarmend verzinsel dat me verkild achterliet.


Al die vrouwen in mijn leven hebben me samen vast een resem stoornissen bezorgd. En dan loop je daar, rondjes in een wereld waarbij je minstens de helft van de bevolking met argusogen gadeslaat. Wat staat er in hun verborgen agenda? Hoeveel van wat ze zeggen, menen ze ook écht? Heb ik de chance dat mijn voordeel hun voordeel dient?

En dan start je een samenwerking met een vrouw die heel oprecht uitkomt voor haar gedreven- en veeleisendheid, een vrouw die geen boodschap heeft aan blabla over bedoelingen als er geen consequent handelen uit voortkomt, als de handelingen niet tot een constructief resultaat leiden, een vrouw bij wie voorgaande delen van zichzelf geserveerd worden op een bijna onzichtbaar bedje van zorg, betrokkenheid, respect en zachte, diepmenselijke warmte. Hoe langer je haar kent, hoe meer je haar vriendschap hebt verdient, hoe meer ze jou haar eerst zichtbare trekken heeft gevoederd, hoe meer van de basis zichtbaar wordt. Een vrouw die te intelligent is om zichzelf te kunnen wijsmaken dat 't met wat minder hard knokken ook wel zal lukken. Maar die tegelijk menselijk, warm, sociaal en bereidwillig genoeg is, om zowel moeite als resultaten te delen. En, ze is zich daarvan (altijd?) bewust.

En dan start je - samen met voorgaande vrouw - een samenwerking met een vrouw die staat voor een stroom, tot de oevers en er voorbij gevuld met kolkende emoties. Een stroom die al lang, van grote hoogte, intuïtief onderweg is naar zee en precies daar en nu uitmondt waar wij staan. Zij is de kracht vanuit de behoefte, de wijsheid die met voelen wordt verzameld en de analyse voorbijgaat. Ze heeft weet van haar wonden, trekt de pleister eraf, laat je kijken en komt zo te weten of je een zoutvat achter de hand houdt. Ja, ze geeft je de kans om haar pijn te doen. Ze geeft je de kans om jezelf door de mand te laten vallen. Haar selectieprocedure zit nokvol zelfopoffering en is misschien net daarom zeer efficiënt. En, ze is zich daarvan niet (altijd?) bewust.

En dan ben je samen met die twee vrouwen iets gestart: een samenwerking. Een samenwerking die grensoverschrijdend blijkt, die van een resem stoornissen 'kleine prettige stoornis' maakt.
De ene vaak bewust zoekend, de ander vaak onbewust vindend. De ene het hoofd, de ander het lijf. Zij samen wat nodig is om mij volledig te maken. Als de confrontatie met mijzelf mij moe en moedeloos heeft gemaakt, zalven ze mijn ziel. Als de botsingen met mijn leven mijn lijf hebben beschadigd, dragen hun handen mijn lasten en kneden me terug in vorm. Ze zijn mijn moeders, mijn zusters en mijn dochters tegelijk. Ze zijn voor mij het bewijs dat de vrouw diep gewortelde goedheid in zich kan dragen. Ongeacht wat het Eva-personage ook moge laten uitschijnen of welke reden er ook moge verzonnen worden om haar natuur in diskrediet te brengen en zo haar onderdrukking te rechtvaardigen. Ze is krachtig. Ze is een natuurelement. Van oorsprong niet goed of slecht, net als de aarde en alles wat erop groeit zelf.


Sint-Martine bestaat niet, maar vandaag, op vrouwendag, vier ik haar toch. Dat mag, want morgen viert de katholieke kerk Sint-Lieven en dat blijkt ook een fictief figuur.


maandag 11 oktober 2010

Sweet Child of Mine

‘k Heb maanden geleden aan een vriendin verteld over hoe ‘k eigenlijk toch wel graag een kind zou willen. ‘k Zei er bij dat ik me wel grotendeels neergelegd had bij ’t feit dat ’t vrij onwaarschijnlijk was dat ’t er nog van zou komen, gezien mijn partnerloosheid en leeftijd. Had de vriendin me daar niet aan herinnerd, had ik ’t niet meer geweten.
Nu zijn we … wel ja, nu dus. En nu ben ik niet meer partnerloos. En die partner gaf zelfs te kennen dat hij op termijn met mij een kind zou willen maken. ‘k Liet blijken dat ik positief verwonderd was. “Liever met jou dan met een ander.” voegde hij ter verduidelijking toe.
Op termijn dus.
Maar ik ben nog altijd wel even oud, dan maanden terug. Neen, ouder! Ok, ‘k zou niet de eerste zijn die op mijn leeftijd een eerste kind krijgt. Maar toch …


Sweet Child of Mine, originally uploaded by dP spot.



Toch … is ’t gewoon een excuus waarmee ik onzekerheid wil bedekken over hoe ik met een kind zou omgaan.
‘k Heb een theaterstuk gemaakt over ‘moeder-dochter’ relaties, waarin mijn personage zegt dat ze niets spontaan kan en niets kan loslaten. Dat ze een kind ook niet zou kunnen loslaten en kinderen daar niet voor dienen. Die tekst is ontstaan uit improvisatie. Need I say more?
En als ik ’s ochtends doodmoe in bed lig, door de dag voordien te zijn blijven leven, vraag ik me af of ik mijn kind niet naast mij zou kunnen laten liggen wenen, uren aan een stuk door, zonder een kick te geven, precies zoals mijn moeder met mij deed.
Als je zoals ik, aan een kind dat je op een moeilijk moment aankijkt zoals het poppenhoofd op de foto, een zinnige uitleg wil kunnen geven, kan je van ’t ouderschap dan niet beter mijlenver af blijven?

Hé! Gelukkig zijn er dwaze spreekwoorden als “Niet geschoten, is altijd mis.”.

donderdag 29 juli 2010

'k Zag twee heren,

veel verteren.

Het spel wordt gespeeld zoals elk ander, terwijl het er één – het enige? – is waarbij geen verliezers hoeven te zijn.

Ik zag het allemaal van dichtbij. Uren en uren was ik toehoorder.
Woede om de colère van de ander, tristesse om haar verdriet, gebroken blik en wil om de vermoeidheid die hij bij haar vaststelt.
Hij die er geen bal van begreep, die alleen maar goed wou doen en daardoor in de greep viel van hen die duidelijk zijn over wat ze verwachten.
Bij bosjes geven ze op. Zij die moe gezocht zijn naar de weg uit de eeuwige verwarring. Ze vluchten naar plekken waar zekerheid is.
Ze bestaan.

zaterdag 8 mei 2010

toe

Toe
Open je voor mij, toe
Bijf dicht, toe
Je hoeft het niet te snappen



toe, originally uploaded by dP spot.

vrijdag 23 april 2010

> mestmachine

Mensen die me kunnen laten vergeten dat ik eigenlijk maar een mestmachine ben – een 'mestproducent' om precies te zijn, maar 'mestmachine' vond ik beter klinken. Ze bestaan. Ze zijn eerder zeldzaam. Maar ze bestaan.

Ik genoot buiten op de koer van 't gezelschap van een van mijn katten en dacht:”Wat voor nut heb jij eigenlijk? Voor mij veel. Maar voor uw soort. Ge plant u niet voort. Dus eigenlijk geen. Ge eet en maakt stront. ... Eigenlijk net als ik.”
Ja, jaa, jaaa, jaaaa!! Ik denk niet altijd zo!! Neen, ik loop niet permanent te sjieken op 't idee dat 't leven zinloos is. Maar soms, gewoon soms, voelt het even zo. Dan kan dat onderhuids even blijven hangen.

En dan zijn er dus mensen die dat gevoel weg kunnen nemen. Zomaar. Door te bestaan. Door hier ook stront te maken, zeg maar.
Zelfs terwijl ze verstoppertje spelen, zorgen ze ervoor dat ik zin heb om te blijven zoeken.

Guesch Patti - Etienne

woensdag 7 april 2010

You Tarzan Me profiler!!

“U zouden ze bij de flikken moeten aannemen!! Ze moeten u maar gewoon loslaten en in de gaten houden wie aan u blijft plakken.”
Yep! I should be a fucking profiler!! Zet mij in een lokaal met honderd mensen en ik haal 't duiveltje uit 't doosje. Neen, niet bewust. Maar ik wandel er wel zelf naartoe en het klikt meteen! Wat had je gedacht?
Ben ik simpelweg destructief ingesteld? Of trek ik die rastrero lameculos aan omdat enkel zij zelf giftig genoeg zijn om mijn paljassenstreken niet te vrezen?

Neen, 't gaat niet om 'criminelen'. Was 't maar zo simpel! Dan kon ik er nog iets maatschappelijk (onmiddellijk duidelijk) verantwoord mee doen, met die geweldige gave van mij.
't Gaat om

fout
getekend
fout fout
moeilijke mensen
lastpakken
fout fout fout

't Enige lovenswaardige - volgens de gemeenschap dan - wat ik nu kan doen is de écht brave madammen die sujets besparen. Want kijk. Als ik met iemand klik, dan is er vaak ergens een madame die zich omwille van allerlei fafoulenstreken de haren uit 't hoofd wil trekken en schreeuwt:”Trap het toch af man!!”.
Alleen vraag ik mij af in hoeverre ze dat dan echt meent. Want allez? Wat is er nu fijner dan zo'n 'zogenaamd onmogelijk' mens? - waarvan vast heu-eu-eul vaak blijkt dat die 'zogenaamd' lichtelijk misplaatst is -
Moest ze 't niet menen en ik zou 't weten, 'k zou hem verdorie terug sturen, zie! Wat peist ge daarvan? 'k Ben ik eigenlijk nog zó slecht niet hé?! Neen, neen! 'k Ben ik eigenlijk zo'n écht braaf madammeke. Ergens. Voor een stuk.
Wil 't slecht stuk in mij dan dat soort individuen van 't goed stuk wegtrekken aub???? Graag!! Nu nog te weten komen of ik 't meen.




Rolling Stones - Sympathy For The Devil

vrijdag 26 maart 2010

behang

Eerst ontstond geslachtloze voortplanting en tegelijk begon de eerste oorlog. En toen – niet zomaar plots, ineens, pardaf, floep! - was er geslachtelijke voortplanting.
Ik maak – voor mijn gemak en 't uwe – meteen de sprong naar de zoogdieren.
Elke ongeboren vrucht van een zoogdier is eerst vrouwelijk en wordt tijdens de zwangerschap soms mannelijk. En er is nog altijd oorlog. Dat vind ik normaal.
Maar ik snap niet waarom mannen en vrouwen, als twee kampen elkáár bevechten. Een standbeeld!! Een standbeeld voor moeder natuur, omdat ze van sommige vrouwen een man maakt!!!
Al zou 'k sommige exemplaren met plezier achter 't behang plakken.

woensdag 3 maart 2010

Vi van een vent!!!



Je ligt op je rechterzij met een emmer vlakbij, voor alle zekerheid.
Misselijk, mensenlief zo misselijk. En moe!

“Draai je eens om.”
“Neen. Ik wil op mijn rechterzij blijven liggen.”
“Allez, draai je nu om. Ik wil je zien.”
“Neen, neen! Alstublieft?! Ik wil op mijn rechterzij blijven.”
Je verzet je tegen de fysieke kracht die jou toch op die linkerzij, met je gezicht naar hem toe draait. Maar je bent aan het verliezen. Te moe om te blijven vechten. Te bang om toe te geven. Hoe dichter bij het kantelpunt, hoe groter de paniek.
En plots ben je over de grens. Je gezicht tegen zijn borst en zijn armen om je heen geklemd om je niet te laten ontsnappen. Plots word je vol gepropt met datgene waarvan hij instinctief weet dat je het nodig hebt.
Huilen!!! Wenen, tranen met tuiten en luid, luid, luid huilen. Schokken ... Snakken naar adem tussen de rouwe geluiden die uit je komen.
Met horten en stoten komt het eruit. Weinig woorden zeggen wat zo zwaar weegt.
En korte tijd later weet je het opeens. Weet je opeens wat er aan de hand was.
Mensenlief ...
Vi van een vent!!!

dinsdag 2 maart 2010

consensus op de wip







schoenmaatjaar



Ik ben verjaard. Vorige maand. Sinds laaaang moest ik altijd even nadenken als iemand me vroeg hoe oud ik was. Maar niet dit jaar! Want dit jaar is mijn leeftijd gelijk aan mijn schoenmaat. Joehoe! Wat een gemak! Want daarover hoef ik nooit na te denken. Dat verandert niet om ‘t jaar hé?! En ok … Ja … Ook ‘vrouwen en schoenen‘. Er is iets van aan.
Maar ook ‘vrouwen en handtassen’, ‘vrouwen en koffietassen‘, ‘vrouwen en notitieboekjes’, ‘vrouwen en doosjes’, ‘vrouwen en fotokaders’, ‘vrouwen en … waar ook maar IETS in terecht kan komen. Vrouwen beleven blijkbaar lol aan iets waar ze iets IN kunnen stoppen. Vagina’s! Tassen, boekjes, doosjes, kaders. Allemaal vagina’s!!
En er is nog wel meer mee … met vrouwen.



“Het pad is het doel!” zei ze en gaf me (o.a.) een asbak cadeau terwijl ze me wil helpen stoppen met roken. “Suiker is slecht! Vergif!” zei ze, en nam zonder enig verwijt in haar houding een heerlijk chocolaatje uit de doos die ik net (van een andere vriendin) gekregen had.
“Zelfontplooiing zou ook goed zijn tegen rimpels.” zegt Loesje op een kaartje. Het kaartje van een vrouw die zegt dat ze geen kinderen wil en zo gemakkelijk door had dat ik niet altijd even zeker ben (geweest) of ik wel enkel en alleen ‘in mijzelf’ wil groeien.
Er staat in het Frans dat een vrouw haar lichaam niet gemaakt is om de liefde te bedrijven, dat het daar te mooi voor is. Dat staat op het kaartje dat ik kreeg van een vrouw die er lachend bij zei:”Het klopt niet helemáál. Maar … ge weet wel.”.


Vrouwen … Hun manier van communiceren is vaak complex en zo subtiel dat ‘t een wonder mag heten dat ze tijdens de uren en uren kletsen überhaupt iets aan elkaar verteld krijgen zoals ze het bedoelden. Maar da’s niet erg, want het pad is het doel.


Een van nature blauwe vrouw die op allerhande manieren laat blijken hoeveel vertrouwen ze in mensen heeft, doet toch alle moeite van de wereld om geel te zijn als je bij haar bent. En als het blauw dan op een zondagmiddag in de koude, open winterlucht als een zware wolk lijkt waar je net samen ingestapt bent? Dan wordt ze geel omdat ‘t eindelijk duidelijk werd hoe blauw ze dus in feite is.



Neen man! Neen, neen, neen! Vraag hen niet:”Heb je dat graag?”, want ze kunnen je niet eerlijk antwoorden zelfs als ze zouden willen. Je vraagt hen aan henzelf te denken, maar zij denken automatisch aan jou! Ze willen je helpen en zouden dat kunnen doen door jou te zeggen wat ze graag hebben, maar wat zij willen, is denken aan jou.
“Zeg verdomme toch eindelijk een keer wat JIJ wilt!” raas jij op de duur en dan denken zij stilletjes:”Hield je eindelijk maar eens rekening met MIJ.”. Maar dat zeggen ze niet. Want ze geven de hoop niet snel op.
En zelfs diegenen die zeggen dat ze “Foert!” zeggen, die zeggen dat maar, want ze blijven proberen. Maar dat zeggen ze dus niet. Ook niet tegen elkaar.


Wat moet je dan doen om te weten of het goed voor haar is?

…

“Vaststellen dat ze blijft en haar vertellen dat je daar blij om bent.” zou ‘k zeggen.

…

Dat zeggen ze tegen elkaar.

…

Attributen ter ondersteuning van slechte gewoonten, kaartjes met boodschappen die moeten toegelicht worden, willen - zoals hierboven bleek - ook wel helpen. Maar volgende dialoog kan volgen.

Zij:”Waarom dat cadeau?”
Hij:”Omdat ik ‘t fijn vind hoe jij ineen zit.”.
Zij:”Hoe zit ik volgens jou dan ineen?”
Hij:”Dat ga ‘k niet beginnen uitleggen.”
Zij:”Ah neen? Omdat ge ‘t niet weet?”
Hij:”Zou ‘k je dat cadeau gegeven hebben als ik niet wist hoe je ineen steekt?”
Zij denkt ofwel “Héé?! Daar is misschien toch wel iets van.” ofwel “Hij zal ‘t ook nooit leren.” en zucht. En dat is goed. Want het pad is het doel. En als je er geraakt bent, is ‘t misschien wel gepasseerd. Wie zal ‘t zeggen? Zij niet.


vrijdag 5 februari 2010

Als 't dat maar is!







“Elk kent zijne zot.” hoorde ik vrouwmensen zeggen toen ik nog bitter jong was. Dat was het antwoord op nagenoeg elk ongenoegen over hun 'halve trouwboek'. Een uitdrukking die me toen van ontzettend weinig respect leek te getuigen.

Je komt er wat mee tegen, met de mansmens die er om een of andere bizarre reden in geslaagd is om je aan zijn kant te laten staan. Zelfs evenveel als hij met jou zou 'k durven stellen. En soms komt er een ander exemplaar voorbij dartelen en word je heel even nieuwsgierig, krijg je heel even 't zot gedacht dat 't met hem best wel leuk zou kunnen zijn. 't Is waarschijnlijk zelfs waar.
Maar ik heb 't g'had! 't Hoeft voor mij niet meer. 'k Wil niet meer proeven van de compagnie van al die anderen die héél ... misschien ... leuk ... zou ... kunnen ... zijn. Straffer nog! 'k Wil al geruime tijd niet meer proeven. Maar nu wil ik zelfs niet meer dagdromen over de compagnie van al die ...

't Is ondertussen flink wat tijd geworden, dat tijdje dat we alweer aan elkaar zijn blijven plakken. Het vertrouwen begint weer langzaam maar zeker te vergroten. En zo komt 't ook, dat jij je weer aan mij durft te vertonen met een paar glazen op. Zodat jij die gedachtekronkels die je zelf vreemd vindt, weer één voor één voor mijn voeten durft werpen.
Zo is het altijd geweest. Je vertelde me meer dan aan eender wie. Je vertelde me ook meer dan eender wie me ooit vertelde. En als je gedronken had, nóg meer ineens. Vroeger vond ik dat soms lastig. Nu nog altijd. Je bent vermoeiend dan. Misschien zelfs zo vermoeiend als ik altijd ben.
En dan komt er een ander exemplaar van jouw geslacht voorbij gedarteld. En dan vraag ik me heel even af of ... Maar ik maak de zin niet eens meer af. Want mensenlief ...
“Elk kent zijne zot.” is gewoon een andere manier om te spreken over 'de mantel der liefde' waarmee een vrouw de vreemde maar zo vertrouwde stukjes maar al te graag bedekt. Al zeker als ze even achterom kijkt en denkt:”Als 't dat maar is!”.


dinsdag 25 augustus 2009

typisch augustus-fenomeen



Had nét een A5 schets- en/of notitieboek gekocht en een nieuwe vulling voor mijn favoriete pen.






Met veel, lange, blonde krullen,
stevige, lange, gebruinde benen, waar het gaafste alvast vanaf was,
in die kaki short, die tussen haar billen was gekropen,
op hoge sandalen met kurken plateau-zooltje,
met twee kleine kinderen bij zich,
zag ze eruit als een typisch augustus-fenomeen.


maandag 22 juni 2009

"Ik zit vaaaaaaast!!!!!!!!!"



Het moment dat kersverse kindjes op de werkvloer worden geshowd, zwermt het meerendeel van de dames daar meteen rond. Zelf nooit neiging toe gehad. Kleine pakjes genen waar ik niet mee gelinkt ben, spreken me - naar aanleiding van er gewoonweg te zijn - niet aan.
Zoals ik al weergaf in 'Stank en gekrijs', sta ik daar misschien net wat te rationeel tegenover, om er vanzelf vertederd door te worden. Babies hun gehuil is irritant omdat je er wat aan zou doen. Dat hun stront keihard stinkt, is een goed argument om de luier zou gauw mogelijk te verversen. Dat ze grote ogen, met giganten van pupillen hebben, maakt dat er weinig of geen dreiging vanuit gaat. En zo spartelend zien ze eruit zoals ze eruit zijn met reden, met heel grondige reden. Ze hebben hulp nodig. En dat vrouwen daar zo massaal gaan rondhangen, heeft ook zijn reden. Vrouwen willen/kunnen hulp bieden. Enfin ... doorgaans toch.
Ik heb ook de neiging om hulp te bieden. 'k Zou ze door mensen hun strot rammen als ze mij niet afremmen. Maar babies kunnen waar ik me sterk in weet, nog niet appreciëren, vermoed ik. Elk zijn terrein en dat is blijkbaar 't mijne niet.

Nu sta ik vandaag op punt om uit de tram te stappen. Een vrouw met kinderwagen maant haar andere twee kindjes tot spoed. Begint een van de twee jongens nu toch te huilen!!! Broertje trekt aan zijn trui:"Kom!! Kom!! We moeten eraf!!" Kindje:"Ik zit vaaaaaaast!!!!!!!!!".
Tas opzij gezet, gekeken hoe dat precies zat. Had het jongetje zich blijkbaar omgedraaid op zijn stoel, was met zijn knie tussen de zitting en de rugleuning gegleden, zat daar tot half zijn dij en tot bij zijn enkel tussenin en geraakte er niet meer uit. Puuuure paniek!!!
Hem wat gekalmeerd:"Dat is helemaal niet zo erg. We helpen jou daar wel weer tussenuit. En mama en broer die wachten wel even hoor." Kindje wat rustiger. "Jij trekt en ik duw ondertussen tegen jouw knie. Goed?". Zijn "euheuh" klonk niet echt overtuigd, maar hij bleef kalm. Wanneer hij trok en ik nog maar héél lichte druk zette, sloeg de paniek alweer keihard toe. Hij leek ervan overtuigd dat hij daar nooit of te nimmer nog uit zou geraken.
Een man op leeftijd hielpt mee. Ik hield de jongen bij zijn romp vast om hem te helpen trekken, terwijl de man tegen zijn knie zou duwen. De trambestuurder kwam erbij en zei:"Het gaat heel even pijn doen." Het kind krijste zowat zijn longen uit zijn lijf, ik hield hem beet, trok, de chauffeur duwde en floep! Kindje bevrijd. Huilbui op slag over. Iedereen blij.

Ik ben nog zeker een kwartier behoorlijk van slag geweest door de angst die in dat kind zijn geschreeuw zat.
Kortom, ik mag daar nog zo rationeel tegenover staan als maar mogelijk is. Op 't moment dat een kind paniek toont en of het nu terecht is of niet, raakt mij dat blijkbaar toch sterker dan ik verwacht had.


zaterdag 6 juni 2009

de magie van de koketterie



Ben je een vrouw? Doe de test!
Ken je een vrouw? Vraag haar de test te doen.

Kleed je in een lange broek, daarop een slobbertrui en platte schoenen.
Ga de straat op.
Blijf staan aan een zebrapad.
Keer terug naar huis.
Trek een knielange kokerrok aan, daarop een aansluitende pull tot in de taille en hoge hakken.
Ga de straat op.
Blijf staan aan hetzelfde zebrapad.

Dames, ik weet niet hoe 't bij jullie zit. Maar moest ik in laatst genoemde combinatie toevallig enkel mansmensen tegenkomen, dan waande ik me binnen de kortste keren Mozes bij de Rode Zee!!


Ben je een man? Beantwoord de vraag!
Ken je een man? Vraag hem de vraag te beantwoorden.

Waarom houden jullie achter het stuur van een voertuig zo ontzettend veel gemakkelijker halt als we in de tweede outfit steken?
Is dat omdat jullie ons in die plunje graag even nakijken?
Zien we er zo gekleed op slag ontzettend kwetsbaar en hulpbehoevend uit, zodat jullie plots gaan overlopen van behulpzaamheid?
Of willen jullie ons in die plunje graag even nakijken, net omdát we er dan kwetsbaar en hulpbehoevend uitzien?

En is het om dezelfde reden dat jullie ons in outfit nummer twee op het voetpad en in de supermarkt opvallend veel bereidwilliger laten passeren, ons als winkelier nóg vriendelijker bedienen en jullie ons zoveel vaker per se iets onbenullig te zeggen hebben?

Neen? Waarom dan wel heren? Hoe dan ook, als 't voor u zo klaar als een klontje is: stort u op uw klavier!

Als het u belieft hé ... Allemaal als het u belieft natuurlijk. ;-)


dinsdag 2 juni 2009

schoonmaak


Moest ik belachelijk rijk zijn, 'k zou er waarschijnlijk personeel voor nemen. Wat ik ook bedenk aan systeem of strategie, het blijft oorlogje voeren tegen al die dingen die 'k zoveel liever doe. En toch interesseert het me wel en ben ik er eigenlijk niet eens zo slecht in.
Mijn grootmoe - die mij graag vergelijkt met mijn moeder* en dan vooral bij punten waarop ze de kritiek liefst met bakken gelijk uitkapt - was laatst zelfs wat verwonderd over de doeltreffendheid van mijn aanpak. Pas op! Verwacht u niet aan fenomenale tips. Ze stond er gewoon versteld van dat je uw muren beter met 'warm' water kunt afwassen dan met koud. 'k Moet toegeven dat zoveel onwetendheid bij een vrouw die zich altijd en overal, zeer uitdrukkelijk mijn meerdere wil tonen, me wel goed deed. En 't heeft me doen bedenken, dat het misschien niet eens terecht was, dat ze erin slaagde mij jarenlang met een gevoel van compleet falen op te zadelen.

*Mijn moeder was het type dat perfect fu ... Neen, ze functioneerde eigenlijk gewoonweg 'niet'. Maar goed, ze deed dat 'niet functioneren' perfect, in een omgeving die om hoogdringende interventie vroeg van een professionele schoonmaakploeg - met desinfecterende middelen en heel de handel inbegrepen. Tot ze trouwde met iemand die dat soort interventies wel degelijk van haar zélf verlangde. Op dat punt gearriveerd, ging ze doodgemoedereerd - da's zo min of meer 'ongegeneerd' en 'uiterst kalm' in één woord - aan haar moeder - mijn eerder vermelde grootmoe - vertellen over hoe het bij mij thuis toch wel wat beter zou kunnen.
Mijn grootmoe zelf, was het type dat aan schoonmaken hogere prioriteit gaf dan aan eender welk intermenselijk contact ook. Ze spendeerde daar niet zó ontiegelijk veel tijd aan, volgens ik me herinner. Maar er waren nog wel wat puntjes die boven dat intermenselijk contact stonden. Sinds ik weet dat ze muren probeert af te wassen met koud water, stel ik me vragen bij de diepgang van haar liefde voor properheid. Ze was de jongste van een gezin met een stuk of tien zonen. De verhalen over de eisen die haar moeder op het kuisterrein stelde, verklaren vast deels waarom ze die prioriteit in de praktijk met tegenzin hanteerde. Neen, 'k heb haar nooit gezwind weten poetsen. Maar toch deed ze het blijkbaar liever. Liever dan ...

"Maar wat is nu eigenlijk mijn punt? Waar wil ik hiermee nu allemaal naartoe?" vraagt u zich drieëntwintig zinnen later mogelijk af.
Wel ...
Mijn prille kinderjaren bij mijn moeder, zijn waarschijnlijk geen al té goeie invloed geweest op mijn kuishouding. En dan bedoel ik de houding die ik tegenover het kuisen aanneem, niet tijdens.
De overschot van mijn kinderjaren bij mijn grootmoe, hebben daar bovenop waarschijnlijk voor een aversie gezorgd.
Een andere vrouw die mee voor opvang voor me zorgde van mijn vijf tot mijn zeven jaar, had poetsen als beroep en leed aan een vergevorderde misvorming die ervoor zorgde dat ze er thuis quasi permanent mee doorging. Met krachtige, besliste en onverschrokken overgave stortte zij zich op het enige wat ze goed kende. Ze is nu de zeventig voorbij, weduwe en staat dagelijks om half zes op om haar huis te beginnen kuisen. 'k Heb het moeilijk met het onbegrip dat grootmoe daarbij toont.
En toch ... Ok, 'k zal waarschijnlijk - en ook hopelijk! - nooit een voorbeeldige kuisvrouw worden. Daarvoor ligt mijn ideaalbeeld - de ultieme perfecte, waarbij elk oppervlak de test met de witte handschoen doorstaat - te ver buiten mijn bereik. 'k Wil namelijk niet 't risico nemen om toe te geven aan wat obsessief zou kunnen worden. Om dat gevaar in de buurt te laten komen, ken ik het plezier van 't vuilmaken te goed. Maar ondanks dat, valt 't best nog wel mee. Echt wel ...
En weet je wat? Ge kunt niet geloven hoeveel courage een mens haalt uit 't besef dat hij blijkbaar toch niet gedoemd is om te zijn zoals de genen waaruit hij voortkomt!


woensdag 27 mei 2009

veel en neig


Elke keer - nog voor 't onweer in volle glorie is - sta ik er al bij stil dat ik daar weer een heel dubbel gevoel bij zal hebben.
Want 'k vind dat enerzijds een prachtig natuurfenomeen. Maar anderzijds kan 't toch wel primitieve angsten bij me oproepen.

Een vriendin vertelde me daarstraks dat bij haar 't water omhoog kwam in 't bad, omdat de rioleringen 't niet meer konden slikken. Misschien was dat hier ook. Maar 'k zou 't niet weten, want ik ben niet durven opstaan om te gaan kijken wat dat visueel zoal veroorzaakte.
Volgens de kranten was 't blijkbaar overal in Vlaanderen.
En zeggen dat er mensen zijn die daar losdoor geslapen hebben. Aan wie wel wakker was:"'t Was toch neig hé?".

De donderslagen die vielen eigenlijk nog mee. Maar bliksemen!! Zo snel op elkaar volgende schichten, dat had ik nog nooit gezien. En niet zomaar eventjes hé. Minutenlang aan één stuk door de ene na de andere. En gieten!
'k Heb nu gelezen dat 't op veel plekken ook zwaar gehageld heeft.

Dees in haar bedje liggen denken van

"Zoveel bliksems!
Waar eindigen die allemaal?
Zouden die allemaal ergens op een punt op aarde eindigen?
Hoe zou dat eigenlijk allemaal precies in zijn werk gaan, zo die krachten die in de lucht zo op elkaar inwerken en dan zulke ontladingen veroorzaken?
Hoe zou dat eruit zien van in de lucht? Van héél hoog ...
Water trekt de bliksem aan.
Zou dat klein vijverachtig dingetje op de koer de bliksem aantrekken?
En als 't er zoveel zijn, dan is er toch wel veel meer kans dan anders dat er zo ene hier op 't dak terechtkomt?
Mja ... kijk ...
ALS ik nu doodga, dan zou 'k toch niet ongelukkig sterven."

Daar werd ik dan weer heel rustig van.

En het onweer bedaarde.
Even ...
Een minuut of vijf later werd het winderig.
Steeds harder
En harder
Tot het rolluik ervan flapperde, ik op straat van alles hoorde rollen en mensen dingen naar elkaar hoorde roepen.
Nu en dan een sirenewagen van de hulpdiensten die ik in de verte hoorde rijden.
En weer begon het te gieten.
En weer volgden de bliksemschichten elkaar razandsnel op.

Dees in haar bedje liggen denken van:
"Choh ... Stel dat 't dak eraf vliegt.
En dat daardoor het huis aan stevigheid verliest.
En 't tweede verdiep op 't eerste valt.
En 't eerste ook instort.
Zou 'k deine van hierboven niet gaan wakker maken, voor in geval 't dak eraf vliegt?
Mja ... Door bang te zijn, kan je dat niet tegenhouden hé?
Maar ja ...
Misschien is angst een teken dat je uzelf in veiligheid moet proberen brengen.
Als al dat puin naar beneden komt, zou 'k dan niet veiliger zijn onder mijn bed?
Als 't écht erg wordt, misschien toch maar onder mijn bed kruipen."

't Werd rustiger en ik dan ook.


In de krant staat ook dat er 34 liter per m² neerslag gevallen is.
Mijn vijvertje heeft een oppervlakte van 1.22 m².
Dan zou daar 41 liter water in gevallen moeten zijn.
Als ik mijn wijsvinger loodrecht in 't vijvertje steek, kan hij er net helemaal in en die meet 7 cm.
De totale hoeveelheid water die erin zit, is nu dus 85 liter.
Ja ... Wel ... Dat is dus 't resultaat van minstens vier waterdraag-wandelingetjes in één keer.
Maar wel spijtig van al die schade overal.

vrijdag 15 mei 2009

aandacht besteden aan zichzelf


Zouden er vrouwen zijn die bij het 'aandacht besteden aan zichzelf' zo een schoon muzieksken opzetten, een geurkaarske of zevenendertig doen branden of toch minstens eerst hun armen, benen, hun haar , ... , ... aanpakken?
Mah ja ... Ik vraag mij dat dus echt af hé! Maar ik heb het met andere vrouwen niet over zulke dingen.

'k Sprak enkele weken geleden met een jong, gezond mansmens over 'uw lijf kennen'. Er zijn redelijk veel vrouwen - naar 't schijn in elk geval - bij wie 'helemaal niet kennen' beter uitgedrukt is.
Hij vertelde dat 't allemaal heel begrijpelijk is, maar dat die vrouwen dan toch ook niet vanuit een compleet passieve houding moeten gaan zeuren dat 't de vent zijn fout is als 't niet al te veel voldoening schenkt. Maar daar komt zo veel bij kijken, toch?
't Feit dat de - op dat specifiek terrein - al te openhartige vrouw jarenlang voor een del gehouden werd, waarmee je maar beter niets serieus kon beginnen, zit er hier en daar waarschijnlijk nog altijd wat in. 't Is voor veel vrouwen vast een voortdurende tweestrijd tussen de traditioneel ingebakken norm en de natuurlijke - nog veeeeel meer ingebakken - mogelijkheid om daar evenzeer van te genieten dan de man.

Maar ge hebt er ook - en dat weet ik zeker! - die hun eigen lijf zo goed kennen, dat 't hoop en al vijf seconden duurt voor den aanloop, tien seconden om de meet te zien en 't zich dan bijna nooit kunnen laten om rap een versnellingske bij te steken en vlam! Aankomstlint in frellen vaneen!!!
Pffff ... Dan is dat gezoek en occasioneel gesukkel, dat opbouwen en uitstellen met een ander erbij toch plezanter ze.


Trouwens ...
Als 't opkomt, wie wilt er dan nog kaarskes zoeken allez?

En als 't met kaarskes moet opgewekt worden ...
Wie heeft er dan genoeg in huis jong?

Wie moest willen reageren, houdt 't misschien een beetje 'verbloemd' als ge wilt hé. Dat er hier geen schare Google-aars volkomen ten onrechte toestuikt naar aanleiding van het 'direct' taalgebruik. ;-)