woensdag 25 februari 2009

de verhuis der visitekaartjes



We hebben allemaal een systeem nodig om georganiseerd te blijven. Dat is als we toch al zover geraakt zijn, dat we van die zaligheid hebben kunnen proeven om die dingen die we willen doen ook effectief gedaan te krijgen.


Ik houd van de digitale aanpak. ‘t Uitwisselen van gegevens gaat via die weg snel, gemakkelijk en ‘t is goedkoop. Na zoveel jaar computergebruik, vind ik ‘t nog altijd fantastisch dat één klik voor een ‘floep en ‘t is ergens anders heen’ kan zorgen. Het soort van overmeesteren van tijd en afstand, kan mij nog altijd ontzettend opgetogen maken over het bestaan van internet.
Even beheerst uitgelaten dan dat ik lelijk kan doen op de momenten dat één of andere server niet werkt. Oehh!! Dan kan je mijn humeur maar beter niet trachten te verbeteren. Ik HEB het er niet mee en ik wil dat venijnig doen over een panne mij gepermitteerd wordt.


Ook al ben ik zelf dus verkocht en verknocht aan applicaties op computer, toch kan ik goed aannemen dat anderen zweren bij papier en een favoriete schrijfstok. Het is ten slotte enkel de manier van werken die telt en niet het medium dat je ervoor gebruikt. Ik wil ook niet altijd en overal een laptop meezeulen, maar wél een notitieboek! ‘k Doe veel met allerlei elektronische aardigheden, omdat ik die gewoonweg ‘graag’ gebruik en dat is vast niet in het minste, omdat ik na jaren aan een klavier sneller kan tikken dan met de hand kan schrijven.
Maar het ronduit schitterend samengevatte systeem dat David Allen onder de noemer ‘Getting Things Done’ weergeeft, kan even goed worden toegepast met een notitieboek, een agenda en een klassiek klassement.


Eén van mijn vriendinnen stampt gewapend met pen en papier, een gsm en een agenda volledig afgewerkte theaterprojecten uit de grond. - combinatie 'uit de grond stampen' en 'afgewerkt' lijkt niet ideaal ... wel ... ze blijft stampen tot ze helemaal de grond uit zijn! nah!! -
Ze wil best aannemen dat het een pak gemakkelijker zou lopen met behulp van een aantal computerprogramma’s - naast Word, want dat gebruikt ze al! - maar kwam er nooit toe om ze te zoeken, omdat het terrein haar té onbekend is. Ze zegt “Ik zie mijn computer niet graag.” en ik vertel haar dat ‘t zo is, omdat ze niet weet wat hij allemaal voor haar zou willen doen.
Ja, inderdaad. Ik raad haar bepaalde tools aan. Neen, niet om haar net zo digitaal-gericht als mezelf te maken. Enkel zodat ze toch eerst een keer zou kunnen proeven voor ze “Ik lust da nie-ie-ie!” roept.
Ben ik dan geen bijzonder redelijk soort missionaris?!


Die redelijkheid gaat zo ver, dat ik zélfs mijzelf een stap terug laat doen!
Contactgegevens bewaar ik net als zoveel op computer. Dat is ook de plek waar ik ze het vaakst gebruik (e-mail, Voice over IP, internettelefonie). Daarnaast worden de gegevens ook nog bewaard in mijn gsm en - voor het geval er zich een f*cking panne voordoet!! - ook in een ouderwets adresboekje - dat ik dus zelden of nooit gebruik, omdat ik tijdens een panne sowieso niet in de juiste mood ben om contacten op te bellen!! En toch …


Toch gooi ik visitekaartjes nooit weg. Elk visitekaartje dat ik ooit in mijn leven kreeg, bewaarde ik. Ik deed er nooit nog iets mee, maar kon er geen afscheid van nemen. Ze hebben iets, die kaartjes. Ze zeggen iets. Dat kan over de persoon zijn wiens gegevens het draagt of over de organisatie waaraan hij of zij verbonden is.
Er zijn heel onopvallende kaartjes, er zijn pareltjes en ook gedrochten.
Zo is dat toch hé? Als je de contactgegevens van iemand gedicteerd krijgt, dan komt daar zelden interpretatie bij kijken. Maar zo’n kaartje daarentegen … Dat lokt direct een mening uit.
En precies daarom, heb ik besloten dat ik een stap terug zal doen. Ik ga die kaartjes in de toekomst effectief gebruiken. ‘k Ga ze in een bakje met tabblaadjes stoppen en telkens ik iemand wil contacteren, zal ik mijzelf aan die ‘ingesloten boodschap’ herinneren. Dan zal ik die ‘keuze’ van de betrokkene uit het bakje halen en opnieuw interpreteren. Want enkel op die manier kan zo’n signaal helemaal zijn werk doen.
De meeste voelen ook zo fijn hé …


zaterdag 14 februari 2009

de beperkingen van de totentaal


Ben je blij, boos, triest, verbaasd of wat dan ook waarvan je wéét dat je het bent, dan zet je een daarbij passend gezicht op.
En wat als je ‘t niet weet?
Dan zie je er misschien uit zoals blob eergisteravond.

Zat was onderweg naar iets doen, bezig betrokken te worden bij een activiteit. Een bezigheid waarvan ze onlangs nog had vastgesteld dat ze die niet had en veronderstelde dat het ook in de toekomst niet 't geval zou worden. Gevolg? Deels positieve verwondering en de bijbehorende snoet.
Ze ging er van uit dat wat er sowieso al was ook snel weer zou volgen. En op het moment dat het op de proppen kwam, wist ze met de beste wil niet de vinger te leggen op wat ze daar nou eigenlijk echt van vond of zelfs hoe ze er tegenover zou willen staan.


“Trek zo geen toot!” wordt wel eens gezegd tegen iemand die met mimiek zijn ongenoegen laat blijken. “Ik trek geen toot!” wordt door de trekker dan ook wel eens beweerd.
Een hypocriet persoon, wordt hier bij ons ‘nen totentrekker’ genoemd. Vast omdat hij opzettelijk een expressie kiest die van zijn oprecht gevoel afwijkt.
Maar in hoeverre worden onze gezichtsspieren bewust gestuurd? Komt eerst de emotie en na de bewustwording ervan, in super snel tempo - alsof ‘t vanzelf ging, maar dus wél gestuurd door gedachten - de bijbehorende gelaatsuitdrukking? Of arriveren de beide tegelijkertijd omdat ze alle twee uit dezelfde, verborgen poel komen?
Is dat misschien ook de reden waarom we zo veel ongeloofwaardig acteerwerk zien? Omdat mensen al te vaak emotie willen uitdrukken vanuit redenering? Is daarom de fysieke beleving van een gespeelde emotie, zoveel belangrijker dan de verstandelijke herkenning?
Want hoeveel acteurs zijn er niet, die hun lichaam vergeten? Doordat onze focus op het aangezicht ligt, zijn we al te vaak geneigd de taal van onze houding en bewegingen over het hoofd te zien. Verbale communicatie heeft de aandacht danig verlegd, dat we meer dan de helft van wat we zelf vertellen niet meer verstaan. Terwijl ons lijf uiteindelijk toch zegt wat er gezegd moet worden, als we het met ons gezicht niet zonder woorden weten te brengen.
Zoals bij blob dus ...





vrijdag 13 februari 2009

witte plamuur en krullekes


dacht daar zo ineens aan ...








En zo zijn er overal overeenkomsten te vinden. Als we zelf maar genoeg moeite willen doen om aan te tonen dat ze er zijn!

Om u maar te zeggen hoe belachelijk 't is om ...
Pfff!! Neen, ik ga niet proberen waar een paar duizend jaar beschaving nog niet eens in geslaagd is.


donderdag 12 februari 2009

blob hangt het soms uit


Gisteren bijvoorbeeld.

Bijna de hele dag lang heeft ze zich – 'ze' ja, want ja ... toch wel hoor ... volgens mij is 't een 'ze' - ontzettend onproductief liggen wentelen in boosheid op zichzelf, net omwille van boosheid op zichzelf. Het leek een beetje op zelfmedelijden, maar dan zonder het 'ocharme' gehalte.
Altijd maar “dat steekt mij tegen!”, “waarom reageer ik nu zo?!”, “ik moet hieruit!”, “waarom kan ik hier nou niet gewoon direct uit?!!”, ...




Op zulk moment zou een mens van “sliep, sliep, sliep!” naar haar gaan doen hoor!


Herinnert u zich dat nog mensen? Dat van “sliep, sliep, sliep!”-gedoe als u niet flink geweest was? Erg hé?
Dan was u al triest, voelde u zich al helemaal mislukt om wat u deed of net niet kon doen en kreeg u dát er nog een keer bovenop. Werd u plotsklaps nog eens zo mistroostig als u al was, niet?
“Sliep, sliep, sliep!” was eigenlijk niet meer dan een collectieve pesterij die volkomen aanvaard werd. Ook door volwassenen. Die er niet zelden zelf aan deelnamen!
Dan weten wij wel beter, hé? Wij doen zo tersluiks wel een keer ons beklag tegen elkaar, maar dat is het dan ook. Wij gaan het blob niet nog een keer extra in het gezicht smijten, toch? Want zo'n mentale pandoering, daarvan weten wij dat het geen enkel, maar dan ook geen enkel pedagogisch nut heeft.
Ik heb het alvast niet gedaan. En kijk! Vandaag is ze alweer best handelbaar.


er zijn mooie en er zijn lelijke streepjes



Ja, ik zie graag streepjes.

Horizontale streepjes in felle, warme kleuren voor truien en shirtjes. Ik ben nogal een fijntje qua rug en schouders en daarmee kan ik dan een beetje optisch bedriegen. Maar 't gaat me veel en veel meer om het levendige, speelse, opgewekte dat ze uitstralen. Ik word daar goed gezind beter gehumeurd van.
Allez zeg zelf! Daar kan je nu toch niet somber bij blijven?






In mijn vorig huis had ik zelfs eens tot op een hoogte van zo'n 120 cm behangen met verticale streepjes in zachte, maar evengoed vrolijke kleurtjes. - Wat ik overigens nooit meer zou doen, want dat stak mij héél rap tegen! - Om u maar te zeggen ...


En als je lang genoeg wacht met het defragmenteren van je harde schijf ...
dan krijg je ook streepjes ...
Maar die kleuren zijn veel te hard dus heb ik ze maar weggewerkt.
Zeg zelf! Daar word je nu toch niet vrolijk van hé?






Welke streepjes vindt u mooi?
En welke tooootaaaaaaal niet?

woensdag 11 februari 2009

blobje en het carnaval



Dertig jaar geleden was er bij blob op school een groot carnavalsfeest. Vele kinderen waren verkleed in fruit. De mama van blob zelf had voor de gelegenheid speciaal uit Duitsland een lang, wit prinsessenkleed met glinsterkes meegebracht en daarbij een zilverkleurige punthoed met uit de top een stuk gordijn.
Omdat prinsessen mooi zijn, moest blob zich ook schminken. Dus nam het vettige stiftjes en een potje plakkende glinsterkes mee. De andere kindjes wilden ook blinken. Maar het was maar een klein potteken. Dus wou blob niet delen.
Eén van de kindjes, dat op een homofiel leek, wou tóch per se glinsteren en pikte het potje. Toen blob zijn wangen zag, verweet het hem voor dief en toen hij dat ontkende met het potje in zijn handen, plantte blob twee vingernagels in de rug van zijn hand en trok zijn vlees open. De dief weende en blob ging - met de andere kindjes die mooi blijven zagen waren naar een beetje glitter tot blob toch toegegeven had - naar de turnzaal waar het feest al bezig was.
Oma nam veel foto's van de kindjes met een kartonnen annanas of peer rond hun hoofd en ook ééntje van blob met wat klasgenootjes die ook graag op de foto wilden.

Thuis keken oma en onze pit naar 'Op Volle Toeren' op Holland. En als er carnavalliedjes gezongen werden en oma moest naar de keuken, dan stapte ze niet, maar waggelde er naartoe. Als ze dan voorbij de zetel van onze pit passeerde, kon hij iets langer dan anders onder haar rok grabbelen. Want al waggelend ging ze trager vooruit en pas toen ze de zetel zogoed als voorbij was, riep ze elke keer luid en boos:"Ah-ei jongen!!!"

Onze pit en de mama zijn ondertussen al lang dood, zoals u misschien al wist. Alle twee gestorven aan kanker.
Blob rookt veel, zal misschien ook redelijk rap sterven aan kanker en kan dus maar beter niet te veel serieus zijn.
En zo heeft blob er gisteren of eergisteren aan gedacht om misschien nog een keer mee te doen met zo'n echt domme, onnozele carnaval en ging daardoor op zoek naar een paar liedjes van toen op Holland. U zult er zeker enkele van herkennen. 't Zijn allemaal maar korte stukjes hoor. Net genoeg om te weten te komen of u er de seskes van krijgt of goesting om ook mee te doen.

linkje in de adresbalk plakken en u krijgt een blanco pagina mét muziekje
- als ik er zelf een linkje van maak, werkt die niet :-(

www.tullepetaon.net/audio/fragment094.swf
www.tullepetaon.net/audio/fragment043.swf
www.tullepetaon.net/audio/fragment025.swf
www.tullepetaon.net/audio/fragment152.swf
www.tullepetaon.net/audio/fragment153.swf








dinsdag 10 februari 2009

blobje spreekt van eenzaamheid


"Ik ben eenzaam.
En dat is goed.
Want zo moet ik zijn als je er niet bent."

zou ik willen kunnen zeggen.
Maar ik kan het niet, want het is niet zo.



Of is dát eenzaam zijn?
Graag eenzaam willen zijn omdat iemand er niet is,
maar zo niemand kennen?
Nog niet zo ver zijn, het missen van het missen niet meer te zoeken,
maar niemand te missen hebben?



Het wil alleszins zeggen dat hét niet verdwijnt als je er bent.




maandag 9 februari 2009

just hangin' in there


Er zijn dagen dat ik opsta, doorgezakt op een stoel ga hangen, "ei-ei-ei-ei!!", "pffffff!", "jakkeu-eu-eu", ... om beurt door mijn hoofd gaan en het lijkt of ik die dag niets anders zal kunnen bereiken dan teleurstelling. Extra kromme rug, opgetrokken schouders, kin naar beneden, armen die daar maar wat hangen te hangen, handen in de schoot en een blik die er vast zo uitgedroogd uitziet als die van een beest in een zoo. Als ik dan niet rap iets vind om mij daaruit te trekken, is die dag gegarandeerd naar de zak!!
Maar als ik er wel in slaag om mijzelf bij mijne collé te pakken en - al was het op automatische piloot - aan iets te laten beginnen, dan is dat eigenlijk heel rap over.




zondag 8 februari 2009

Merci hé mannen!!


We zullen 't moeten doen met wat ze ons tot nu toe gegeven hebben.
Mijn favoriete band stopt er eind dit jaar mee.
En ja ... ik word daar zo'n beetje sentimenteel van ...

Pas op! Voor mij is 't alleszins zo dat zij sowieso meer gemaakt hebben dat ik prachtig vind, dan eender welke andere band ik ken. Maar zo goed weten dat er dus geen nieuw materiaal meer zal bij komen. Mja ... toch spijtig.

Hun laatste mega-hit bijvoorbeeld ...
Vanaf de eerste keer dat ik hem hoorde, wist ik dat 't weer zo ene was waar ik helemaal gek op zou worden.
'k Had waarschijnlijk nog niet de helft verstaan van wat hij zong. Maar het klonk zooooo ... 'k Wist nog niet wat precies maar toch drong het al meteen naar binnen.
Nog een aantal keer geluisterd. De klank van de muziek en zijn stem hun werk op zich laten doen en daarna de tekst erbij genomen. En ja ... Typisch Coldplay ... Het klopte weer als een bus, de tekst en muziek vallen weer naadloos samen. En dát vind ik voor een pop-rock-song niét evident. Of zeg maar eerder uitzonderlijk!

Pas toen ik de tekst volledig kende, kon ik woorden vinden voor wat de klank had gedaan.
Onvoorstelbaar heroïsch klinkt het dus ... dat was 't woord voor het ontzettend drijvende dat erin zit. Maar ... met een in en in trieste inslag. De keerzijde, de onvermijdelijke neveneffecten, zoals het onbegrip, de verwijten, de terugval en vooral, wat er met kop en schouders bovenuit steekt, de berusting bij de negatieve indrukken tijdens die terugblik en beschouwing van de nieuwe toestand.
En technisch groots ze zelf zijn als artiesten, muzikanten. De gezamelijke, glorieuze zang die op de achtergrond gehouden wordt, de kerkklok die afstand suggereert. Dat is toch allemaal geen toeval? Dat versterkt de indruk dat 't om iets gaat wat hoe sterk ook, ondertussen al voorbij en, op de herinneringen na, buiten bereik geraakt is.

Mensenlief die mannen zijn écht wel goed in wat ze doen.

coldplay - Viva La Vida


zaterdag 7 februari 2009

Applausverslaving


'k Heb onlangs een recensie gelezen over David Nolens zijn 'Stilte en melk voor iedereen'.
Pffff!! Als het boek nog maar lijkt op de bespreking, dan is het 'bezemsteel-in-mijn-gat'-gehalte veel te hoog voor een neurootje als ik. Ge moet niet gaan zoeken, waar dat ge uit uzelf al overschot van hebt - bedenk ik nu.
"Ja, maar zo krijg ik daar beter zicht op." argumenteert de navelstaarder in mij.
"Niks van! Uw zicht is al beperkt genoeg!" tegenargumenteert mijn ander stukje (gezond?) verstand.

'k Vond 't woord 'applausverslaving' - werd gebruikt in die recensie - wel mooi. Als je 't opzoekt met Google, krijg je nagenoeg enkel verwijzingen naar dat boek. Vreemd ... Want ik kan me daar wel iets bij voorstellen. En hoe kan ik me nu iets kunnen voorstellen bij een woord dat nog maar net uitgevonden is?
Gelijk dat 'swaffelen' ... Dat was ook iets dat al héél lang bestond, waar iemand dan plots een woord op plakt. Dat woord had evengoed 'swiefelen' kunnen zijn, toch? Op zich zegt 't toch helemaal niets? Toen ik het voor 't eerst las, kon ik me dus niet indenken waarover dat zou kunnen gaan. En dát vind ik logisch met nieuwe woorden.
Ik hou ook niet van dat soort niets zeggende woorden. Maar wel van 'applausverslaving' dus. Dat sprak mij aan.
Want neem nu theater. - Daarin krijg je met applaus te maken. Allez, dat is dikwijls toch goed meegenomen. - Wel, dat is een vieze beeste!! Als ge daarvan gebeten zijt, geraakt ge daar nooit meer helemaal vanaf.

Ik wissel nu ne keer altijd, altijd constant 't gebruik van 'je' en 'ge' hé!! En ja, 'k ga 't laten staan, want 't is zo dat 't mij uitkomt.

Gebeten dus ...
Jjjjá!! 't Is weer zover. 'k Heb 't lang bij kijken gehouden, maar ben nu toch weer aan een stuk begonnen. Toen ik dat woord - applausverlaviiiiing - las, stelde ik me de vraag of dat voor een deel de reden is waarom ik terug theater wil maken, of dat op mij ook van toepassing is.
Ja, 'k heb dat met rare ziekten ook. Ik ontdek symptomen van ... van alles. Breng het ter sprake en ik vind wel iets dat er zou kunnen op wijzen dat ik 't heb. Ze hebben daar een mooie naam voor ... hypochondrie ... en dat doet mij altijd aan een nijlpaard denken - which is the fun part!
The even better part is, dat ik - nu dat ik er bij stilsta - bedenk dat ik dat eigenlijk niet meer zo heb. Ja, ik heb dat gehad. De volledige hutsekluts, met alles erop en eraan. Soit, gehád dus.
Ben nog altijd wel wat het 'ik heb dat ook!!'-type. Zeer emphatisch hé. Zo emphatisch dat ik me in iedereen zijn misérie herken. En egocentrisch dus ook. Want ik trek alles naar mijn persoontje toe. Is dat dan eigenlijk niet vreemd, dat ik toch goed naar anderen kan luisteren? Ik gebruik die herkenning - bij mijn weten - niet zoals ik soms bij anderen hoor:"Och en bij MIJ dan! Ik hé, ik ... " en ze zijn vertrokken. - Toeme! Blijft erbij!! -
'Applausverslaving' ... Ik wil dat niet. Want ik wil niet enkel maar theater maken om het applaus. Dat mensen 't appreciëren is tof. Maar applaus alleen is te gemakkelijk. - Hoor mij!! - Ja, 'k wil gewoon zeggen dat 't feit dat sommige mensen iets goed vinden, niet wil zeggen dat ik 't ook zelf goed vind. 't Moet niet zodanig moeilijk zijn, dat er geen kat nog mee te bereiken valt. Maar op de 'gulle lach' ben ik ook niet uit.
't Is veel meer dan dat. Applaus is de kers op de taart. Maar als die kers er niet is, hoeft de taart niet in de vuilbak. 't Is heel dat werkproces dat er aan vooraf gaat. Dat zoeken, uitproberen, aanpassen, prutsen, vinden, ... Ik denk dat ik een 'maakverslaving' heb. Een 'scheppingsdrang'!! Klinkt schoon hé?

Mja ... den ene maakt kindjes en den anderen iets anders. In hoeverre is dat vanzelfsprekend of sluit het één het ander uit?
Laat dat nu net aan bod komen in 't stuk.

vrijdag 6 februari 2009

'Vooruit'-gang



Eerlijk gezegd weet ik niet hoe mensen het doen. 't Is waarschijnlijk iets wat je gewend moet zijn.
'k Zit hier in Café Vooruit en kan mij niet indenken dat ik in dit rumoer iets deftig ineen zou kunnen steken.
Ja, ik vermoed dat heel wat mensen hier zijn om werk en ... te combineren.

Ok, ik zit hier ook met een ding op tafel en ik zie bij een ander met een ding op tafel een doos roltabak en filterhulzen in zijn kabas zitten. - Ik schuif mijn sigaretten ook zelf - Maar in die mate 'mee' met den tijd, dat ik me compleet kan afsluiten voor die prikkels die afbreuk doen aan mijn productiviteit ... mmmm ... dat zou serieus wat training vragen.
En toch ... toch heeft 't wel iets plezant, aantrekkelijk, levendig, gezellig, ...

't Is zoveel minder fysiek afgesloten. Contact leggen gaat zoooo gemakkelijk!
De gast aan het tafeltje naast mij, sprak me aan naar aanleiding van een telefoontje dat hij net kreeg van een vriend van hem. We bleven even in gesprek en toen hij wegging zei hij 'bedank' omdat hij heel even 'een babbel' nodig had. 'Zoooo' gemakkelijk dus.

Twee jonge vrouwen vroegen of ze aan 'mijn tafeltje' mochten zitten, omdat er geen enkel ander meer vrij was.
Ik moet hier meer komen. Dat 'niet schuwen' van nabijheid zou me nu en dan wel eens goed doen.

dinsdag 20 januari 2009

ah maar allez?!!


Ge kunt dat zo hebben hé, dat iets u gelijk een emmertje donsveertjes over de kop valt, uw mond wijd open is door het "aaaaaahaaaaaaa!!!" roepen, er daardoor een stuk of wat naar binnen kruipen en ge u bijkans verslikt.

Wel, dat is mij nu ook net overkomen zie.

zondag 18 januari 2009

friedeum!


Er is mij toen ik de volwassen leeftijd bereikte, niet verteld dat ik niet meer verondersteld werd braaf te zijn. En grotendeels daardoor heb ik mij veel langer schuldig gevoeld dan nodig, over al die dingen die ik veel vroeger ben beginnen doen en willen dan ik van haar mocht.
Ja, ja, ja ... Ik had dat uit mezelf moeten weten. Wel ... Neen, toch niet!
Toen 't niet mocht, was daar geen enkele voor mij aannemelijke reden voor. Edoch, helemaal vanzelf nam ik de vrouw - de schuldgevoelleverancier - haar beweringen aan; ongeveer zoals de natuurfenomenen waarvoor de verklaring mij niet bekend was. En als ik in mijn hoofd had gestoken dat iets slecht was (en ik slecht was), zonder voor mij bevattelijke reden, dan kon ik ook niet op basis van eigen argumenten te weten komen wanneer 't dan wel ok was.
Dus, als je jonge mensen ongegronde angsten, zwartgalligheid en dergelijke bezorgt om hen ergens van te weerhouden, heb dan tenminste de decency om hen - eens ze volgens jou wel oud genoeg zijn - te zeggen dat 't allemaal dikke zever in pakskes was. Bullshit die ervoor moest proberen zorgen dat ze zich minstens toch slecht voelden als ze jouw zin niet deden.


En willen al diegenen die "Ja, ja ... D'r ga' veel spijt in ne zak eerdat 'em vol is." zeggen elke keer een jong mens iets spijtig vindt, met den enen ook dát een keer uitleggen eens hun living doll volgens hen plots wel oud genoeg is om écht aandacht te geven?
Ah neen, mja ... 't Zal dat zijn. Die leeftijd bereikt een mens bij een heel groot deel van de met opvoeding belasten waarschijnlijk nooit. Zelfs niet bij die categorie die dat grootbrengen naar zich toe trekt vanuit de bewering dat zij 't beter kunnen dan de natuurlijke ouder(s).


"Friedeum!" my ass!! Mijn rugzak is voor een groot stuk gevuld met stront. En als ik blijf proberen om daar patekes van te bakken, zal 't niet voor sebiet zijn.




free!, originally uploaded by dP spot.



babyborrel


Erlend ging vannamiddag naar een babyborrel.
Kort voor hij vertrok vroeg hij me waar de kaartjes lagen. Ik verwees hem eerst naar de lade met rouwkaartjes.

Later op de dag nam ik de foto.



neglect, originally uploaded by dP spot.



donderdag 8 januari 2009

Broeders van Liefde


'k Heb enkel 'Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen' nog maar gezien. Fan-tas-tisch stuk!!!
'Broeders van Liefde' wou 'k deze keer niet missen. Meteen ticket besteld.

Compagnie Cecilia / Union Suspecte / HETPALEIS – Broeders van Liefde



van de bus naar Pointillisme


Stond ik gisteren op de bus te wachten en geraakte aan de klap met een heer op leeftijd. Hij bleek in Dendermonde te wonen, schildert, plant binnenkort een tentoonstelling in Gent en stelde zichzelf voor als Willy Bosteels. Een markante man en aangenaam in de omgang.

Uit nieuwsgierigheid gaf ik vandaag de naam in op Google. Meneer Bosteels zou van 1933 zijn, tot de Dendermondse School behoren en onder meer "Rood Landschap" en "Woonwagens" (Piron - Baz 1 - pag. 126) geschilderd hebben. Dat allemaal in geval mijn meneer Bosteels dé Willy Bosteels is waarvan sprake op het internet.
Nu wou ik toch wel weten wat de 'Dendermondse School' kenmerkt. Van Dendermonde afkomstig zijnde, weet u ... En die curieuze-neuziteit bracht me tot bij een omschrijving van Impressionisme en zo bij Pointillisme.

Straf! Ja, eigenlijk straf hoe ontzettend weinig ik afweet van stromingen in de kunst. Terwijl ik het net boeiend vind om te weten welke technieken bepaalde stromingen nu precies onderscheiden van andere, weet ik er nagenoeg niets vanaf.
Een vriend van me, vertelde me kort geleden, dat de streepjestekening die ik van Aurélie had gemaakt niet knap te noemen was, maar wel 'iets' had, 'iets' wat zei dat het 'iets' zou kunnen worden. Dat op zich vond ik al heel prettig om te horen, omdat het uiteindelijk toch enkel een schetsje was. Enerzijds was het bezigheidstherapie geweest en anderzijds kon het voor mezelf als geheugensteuntje dienen.
De manier waarop het getekend was, deed hem ergens aan Impressionisme denken, maar wel héél vlak. Ik moest bekennen dat ik geen flauw idee had waarom! Tot nu ik gelezen heb, dat in die stroming kleuren náást elkaar werden aangebracht om ze nadien door de hersenen te laten vermengen tot de kleur die men wou weergeven. En DAT was nu precies wat ik op toen wilde doen!! Niet als op voorhand vastgelegd doel op zich. Neen, gewoonweg omdat ik slechts enkele kleuren bij de hand had en mijn plan moest trekken om tot die kleur te komen die ik hebben wou. Van armoei dus. Zoals ik vroeger al vertelde wou ik rond haar persoon een straling van warm licht proberen weergeven. Maar ik kon de kleuren met die viltstiftjes niet in elkaar laten overlopen of vervagen. Dus zette ik streepjes om het allemaal niet té zwaar en donker te maken en van iets verder bekeken zonder scherpe focus toch die doorloop te krijgen.
Kortom, zonder het te weten, was ik dus eigenlijk met een sterk vereenvoudigde vorm van Pointillisme bezig. Helemaal strikt en juist was het natuurlijk niet, omdat echt Pointillisme enkel primaire kleuren gebruikt, maar de bedoeling was wel gelijkaardig.

Als mijn meneer Bosteels dé meneer Bosteels is, dan zou onderstaande van zijn hand zijn en is hij volgens mij - zoals ik gisteren al vermoedde - een warm mens.
En ondanks ik doorgaans een voorkeur heb voor niet figuratieve en surrealistische kunst - omdat het voor mijn part minder met denken en meer met voelen te maken heeft - wil ik dat soort werken toch wel graag in het echt kunnen zien. Omdat ik de indruk heb, dat ook daar gemikt wordt op zintuiglijke gewaarwording die omgezet wordt naar emotie. En door dat te schrijven, bedenk ik dat dat laatste misschien zelfs voor alle kunstvormen 't geval is. Maar ik herhaal 'misschien', want ik weet er zo weinig vanaf niet waar ...




slaapmutske 1


Wanneer ik te moe ben om nog de moeite te willen doen mijn gedachten neer te schrijven, ben ik doorgaans ook te moe om ze nog te onthouden. Daarom heb ik naast mijn bed een ouderwetse dictafoon - niets fancy, geen modern display en piepkleine toetsen, maar grote op de tast herkenbare knoppen. Want die bedenkingen van vlak voor ik in slaap val, lijken me geregeld belangrijk genoeg om ze niet zomaar te laten wegglippen. Tenminste, voor mezelf toch.
Nu heb ik net even naar de tape geluisterd en heb ondertussen blijkbaar al een flink aantal zaken ingesproken, waarbij ik nog altijd even stil wil blijven staan. Vandaar de '1' in de titel.

Eéntje is:
" ... lijkt zich te verslikken in de romantiek die hij/zij voor zichzelf droomt. Eigenlijk doen we dat allemaal een beetje. We verslikken ons in wat we voor onszelf dromen. Door dromen voor onszelf uit te bouwen, bouwen we er eigenlijk een muur rond."

Ok, misschien doen we dat niet allemaal. Zelfs niet een beetje. Er zijn vast heel wat mensen zonder dromen. Maar ik keek toen naar het deel mét.

Waarom zeg ik dat? Waarom bouwen we volgens mij een muur rond onze dromen als we ze met onze verbeelding verder ontwikkelen? Ik wil helemaal niet beweren dat dagdromen destructief werkt. Door onze betrachtingen vorm te geven in dagdromen bouwen we d'r een dun gipsmuurtje rond. Eéntje dat ervoor zorgt, dat onze verlangens te onderscheiden vallen van die van anderen. We maken onze droom voor onszelf uitgesproken genoeg, om hem te kunnen meedragen als leidraad. Dat lijkt me goed.
Hoe meer of hoe langer we die uitbouw uitsluitend in onze fantasie houden, hoe moeilijker het me echter lijkt om het verlangen ook in realiteit bevredigd te krijgen. Voor een deel al, omdat het een manier wordt om nu al, zonder grote inspanningen van de verwezenlijking te genieten. Wanneer we niet meer willen werken aan die ontwikkeling, maar meteen de vruchten willen plukken, ligt onze focus niet meer op de zoektocht hoe iets in realiteit verwezenlijkt kan worden. We zijn gericht op het plezierige deel. De vele hindernissen en mogelijke tegenslagen, dromen we er daarom niet bij. Ik toch alleszins niet. Onze droom komt hoe langer hoe verder van het verwezenlijkbare te staan, omdat hij niet meer met hetzelfde opzet - de actie - wordt uitgebouwd. Het gipsmuurtje is ondertussen vervangen door een bakstenen muur. De droom geraakt moeilijker bij de realiteit van het dagelijkse leven en die realiteit heeft ook heel wat minder invloed op de richting die we er mee uitgaan.
Door geregeld weg te zakken in die droom en buiten de realiteit met volle teugen te genieten, willen of kunnen we steeds minder - concreet - met het basisidee aanvangen. De wil kan ontbreken, omdat de bevrediging door fantasie nagenoeg hetzelfde aanvoelt dan die uit werkelijke verwezenlijking. De kunde kan ontbreken, omdat hij ondertussen proporties heeft aangenomen, die in ons dagelijks leven helemaal niet meer binnen bereik liggen. De neiging om op gefantaseer terug te vallen wordt steeds groter en de muur rond de basisidee bestaat op de duur uit gewapend beton.

Kortom, die redenering zegt mij dat dromen goed is, maar we het beste niet te lang wachten om er wat mee te doen als dat oorspronkelijk de bedoeling was.

dinsdag 30 december 2008

beeld


Ik maak een beeld
voor een beeld van een vrouw

Want dat is wat we graag zien
een beeld

En als dat beeld niet blijkt te kloppen
dan maken we een nieuw

maandag 29 december 2008

klote hormonen!!


Een paar dagen geleden wist je 't al. Je lief moeten vragen, om je tieten net iets minder stevig knedend beet te pakken, omdat ze er lekkerder uitzien, maar ook alleen zo voelen als ze voorzichtig behandeld worden. Dat zijn de dagen waarop je van die boezem geniet, zonder dat iemand hem aanraakt. Permanent een heel lichte tinteling in 't vlees en ietsje sterker in de tepels. Which is nice ...
En je wist het dus dan al, dat je jezelf een paar dagen nadien zou voelen als een platte vijg die door een nevel van tristesse omhuld wordt.

Elke keer weer denk ik:"Deze keer niet. Ik aanvaard nu al dat 't normaal is dat ik mij wat minder zal voelen en daarmee zal ik 't allemaal te snel af zijn. Ik ga er pro-actief mee om. Ik ben het voor. 't Feit dat ik geen fut zal hebben om ook maar ergens plezier aan te beleven en robotisch de dag door zal schuiven, zal zich niet herhalen van deze keer. Want als ik het nu al accepteer, kan ik mij daar niet druk om maken en ..."
Maar dat is het hem dus hé! Dát is het!!! Ik maak mij niet druk! Ik wind mij niet op en sakker niet. Ik vlieg mensen niet naar de strot omdat ze iets zeggen. 'k Heb alleen zo'n lichte Saudade in mijn lijf. Alsof ik de indruk heb dat alles somber is, maar zonder ernstig genoeg te zijn om te vrezen dat 't voor altijd zo zal blijven. En met dat die ernst er niet is, kan ik het niet hebben dat ik mij daar dan niet gewoonweg overheen kan zetten. Nu!!!

Ik dacht dus, dat 't deze keer gene waar ging zijn. Dat mijn analyse van 't probleem de oplossing zelve was. Maar 't is weer wel waar. 't Is zo ... ik voel mij zo vijg als een vijg die weet dat ze morgen alweer een dadel zou kunnen zijn, zich maar kan voelen.

Wat een cirque! Wat een klucht om te proberen daar vat op te krijgen ook ...
Pffff ...

jaar


'k Ben blij. Allez, 'blij' is misschien 't woord niet. Eerder content ...
Al mijn gefoeter en geflans hebben er voor gezorgd, dat ik niet dat soort goeie voornemens heb voor 't nieuw jaar, waarvan ik nog niet kon merken dat ze mij effectief goed doen. 'k Ben er mij voor 't eerst van bewust, dat ik op veel fronten, van mezelf gerust mag verder doen zoals ik bezig ben. Voor een woelig jaar ten huize dP spot -gelijk 2008 toch écht wel geweest is - is dat tof, heel tof.



Februari, de 17de - overlijdensdatum van mijn moeder:
'deine van hierboven' en ik besluiten na veel en laaaaang wikken en wegen, proberen, volhouden, uithouden, waarderen, ... dat 't tijd is om elkaar te laten gaan en net daardoor te tonen dat we elkaar graag zien. We blijven de beste maten en zien geen enkele reden om elk apart te gaan wonen.
Dus ... twee dagen 35 jaar en na een relatie van bijna zeven jaar
- de relatie waarvoor ik het meeste moeite deed van alle relaties die 'k ooit had;
écht moeite, want ik probeerde voor 't eerst in mijn leven om mijn noden aan te passen aan de noden van mijn partner -
weer single.
Wat leerde ik eruit? Dat ik beter niet te veel moeite kan doen. Dat ik het beter kan houden op het delen van mijn noden met iemand die dezelfde heeft. Te veel proberen om te zijn wie ik niet ben, maakt me letterlijk ziek. En dat is in de verste verte geen verwijt naar E toe, want IK heb dat willen proberen. Ik heb precies dát willen proberen, wat ik van anderen niet wil: dat ze dingen doen waar ze zelf geen boodschap aan hebben, om hun gedrag te laten aansluiten bij mijn behoeften.

April:
ik ondervind dat het voorttrekken van een groep ongemotiveerde mensen mij lukt, maar de prijs me te hoog ligt om hem te blijven betalen.

April - Augustus:
gevoelsmatig had ik al geruime tijd voor februari geen lief meer, dus stort ik mij gretig op de zoektocht naar een nieuwe liefde om te verslinden. Het zoeken en de beleving van de nieuwe contacten zijn even boeiend als vermoeiend. Ik heb geen geduld, wil meteen vinden wat ik zoek en consumeren wat ik vind. Als ik niet vind, ben ik weer weg en als ik vind, bijt ik - dat laatste tot ontsteltenis van de onvrijwillige prooi.

Eind augustus - begin september:
interne verhuis. Enkel aparte slaapkamers hebben, voldoet niet meer. Ik wil ruimte voor mezelf en E treedt me daarin meteen bij als ik voorstel om 't huis verder op te delen.
Het indelen en aankleden van mijn deel, maakt dat ik ideeën terug concreet wil en kan uitwerken. Daarmee bezig kunnen zijn, maakt dat ik droompjes die jaren in de kast zaten, kan testen op haalbaarheid en af kan stellen op reëele vereisten. Zowel het bedenken, op punt zetten als fysiek verwezenlijken van die ontwerpen doet me goed.

September:
iemand die er ooit was en nooit helemaal verdween, komt terug. Hij verbergt geen betrachtingen meer en mij komt dat goed uit.

November:
hij belt, ik zit met verdriet, hij komt naar me toe, ik vraag of hij die avond wilt blijven en hij doet dat. Er is meer aan de hand dan 'dat komt mij goed uit'. En dat komt mij goed uit.
Hij heeft veel aan mij, als ik aan hem. Hij wil 'dingen' doen, net als ik. Hij wil helpen als dat kan, zoals ik. Hij kent mij, zo goed als ik hem.
Ik wil fysiek oprechte beleving en mentaal oprechte aandacht, en ik krijg beide zonder opgeëist te worden of dat zelf te willen doen.
Ja, misschien ben ik technisch bekeken nog altijd vrijgezel, gezien ik aan niemand rekenschap hoef te geven over wat ik wanneer doe of met wie. Maar ik word te goed gesoigneerd, om op zoek te zijn.
Eind november beslis ik - na een babbel - om niet vaste contacten achterwege te laten.

Nog in november:
terug meer gaan tekenen als een soort vervolg op en/of gevolg van het herinrichten van mijn stek
Behoefte om minder 'nieuwe bekenden' te frequenteren, omdat ze een ander soort aandacht vragen dan 'oude bekenden'; een soort aandacht die ik niet lang aan één stuk kan geven.

Begin december:
het organiseren, een doordachte plek geven aan mijn persoonlijke spullen binnen een heel andere indeling dan voordien - lees: veel minder verdeeld over verschillende ruimten - werpt zijn vruchten af. Na het tekenen volgen ideeën voor driedimensionele werken, die ik net als mijn interieur-oplossingen zoveel mogelijk met gerecycleerde materialen wil maken; en dat lukt.

Eind december:
ik besef dat uitgaan niet meer mijn ding is, dat ik geniet van fysiek bezig zijn met de verwezenlijking van dingen die ik bedacht heb, dat via het internet veel contacten me goed doen en ik tegelijk naar de fysieke aanwezigheid van ontzettend weinig mensen uitkijk.



Omdat ik nu en dan zie wat het niet bij jezelf kunnen geraken met mensen aanricht, ben ik blij dat ik steeds dichter geraak. Allez, 'blij' is misschien 't woord niet. Ook weer eerder content.