woensdag 18 januari 2012

zatte patatte


“Ne zatte man, dad es eirg. Mor een zatte vraa! Dad es nog veel eirger!!” zei mijn grootmoeder meer dan eens.

Vanavond, rond half zeven kwam een madame op het voetpad mijn richting uit, zeilde uit haar baan tot tegen een verkeersbord en zei stilletjes ‘oei’. Haar ogen waren open, maar haar blik leek zonder focus. Of neen, het leek alsof ze iets bewegend volgde, zo’n anderhalve meter voor haar, op de grond. Terwijl ze me passeerde, tilde ze haar voeten bij elke stap net iets hoger dan men doorgaans ziet. Ze zwenkte naar de straatkant om over te steken. Ik draaide me om en dacht:”‘k Wil ’t niet zien als ze aangereden wordt!!!! Als ik er dan toch niets aan doe, kan ik het evengoed compleet negeren!!”. Maar ik hield ’t niet vol, hield haar toch terug in de gaten. Ze bereikte veilig de overkant en keerde terug in de richting waar ze vandaan kwam. “Waar gaat ze naartoe? Woont ze daar ergens? Gaat ze naar de nachtwinkel om meer drank?” Ze stapte vrij kortdaad door en bij de hoek een zijstraatje in.
Plots leek het of ze bij momenten op rolschaatsen stond waarvan elk wieltje een toer van 360° kan maken. “Is die vrouw wel dronken? Heeft ze misschien om totaal andere reden zware evenwichtstoornissen? Misschien heeft ze iets als een beroerte.” Ik bleef toekijken en vroeg me af wat ik zou doen als ze zou vallen. Zou ik naar haar toe gaan, zoals ik zou willen dat ik zou doen? “Is ze nu zo sterk aan ’t zwalpen, omdat ze meent dat ze uit het zicht is? Omdat ze zich nu gewoon laat gaan.” Ze verdween uit mijn zicht. Ik stapte verder en vroeg me af of een zatte vrouw inderdaad nóg erger is.
“Wat is ‘mijn’ mening daarover? Is openbare dronkenschap erg? Los van ’t gevaar waar je voor zorgt. En had ik effectief iets willen doen, wat was het dan geweest? Als ze inderdaad zwaar dronken was, had ze dan een probleem? Was het haar keuze? Was ze semipermanent in de drank verzeild geraakt? Zou het helpen om zo iemand te laten oppakken voor openbare dronkenschap – moest de politie daar al toe over willen gaan, want daar heb ik geen flauw benul van – zodat ze misschien attent gemaakt wordt op de ernst van de situatie? Is de situatie ernstig? Zou ik me dezelfde vragen stellen over een man? Kan ik überhaupt oordelen zonder invloed van de doctrine van mijn grootmoeder?!”.

Zoveel uren later denk ik:”De doctrine van mijn grootmoeder??”.
Mijn grootmoeder had – en heeft waarschijnlijk nog altijd – een zeer sterke eigen overtuiging, net zo lang tot er een sterk tegenargument kwam. Dan draaide ze – desnoods 180° – bij en begon ze met een vurige verdediging van het tegenargument. Als je haar confronteerde met haar inconsequentie, reageerde ze verontwaardigd, alsof ze valselijk beschuldigd werd. Jak zeg!!
Is het omwille van mijn laatdunkende indruk over haar, dat ik zo sterk betwijfel of een zatte vrouw wel zoveel erger is? Of omdat ik sowieso alles betwijfel?
Of was het omdat zij de meeste van haar debatten met mij voerde van in haar fauteuil, pintjes drinkend uit ’t flesje en het leeggoed op de vloer liet staan tot het er gemakkelijk een stuk of acht waren.
Vond ik haar nog erger als ze zat was? Ze was enkel maar zichzelf, maar dan erger …

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen