Posts tonen met het label kat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kat. Alle posts tonen

vrijdag 6 augustus 2010

zakdoek leggen

Op zoek naar een clipje over ‘zakdoek leggen’, vond ik er eentje, gefilmd waar ik jaren school liep.
Je krijgt maar een deel van het spel mee. Het geluid ontbreekt.
Zo gaat dat wel vaker als je iets probeert te leren door toe te kijken.



Zakdoek leggen
Pië vertelt over de laatste poes die hij in huis had en zegt:”Ik ben allergisch aan katten.”
Mie:”Oei!”, omdat ze een gigant van een hindernis ziet opduiken.
”Maar dat gaat over ze. ’t Is een kwestie van wennen aan de kat.” rept hij zich, want hij weet dat zij twee poezen heeft.
Pië niest en snottert zich al dagen op rij verloren. Gebruikte papieren zakdoeken worden per hoopje naar de vuilbak verhuisd. Maar er kan geen kat passeren of hij start er een gesprek mee.

Niemand zeggen
Pië en Mie hebben enkele eigenaardigheidjes. Dat is ‘ok’ geworden.

‘k Heb de hele nacht gewerkt
Voor iemand die nooit ’s nachts gewerkt heeft, is het moeilijk om zo’n ritme te begrijpen. Mie is stil als Pië ’s nachts gewerkt heeft, want Mie begrijpt het.

Twee paar schoenen heb ik afgewerkt
Mie kan koppig zijn met schoenen. Blaren laten haar niet van paar veranderen. De apotheker van wacht biedt de oplossing, die Mie thuis vergat.
Pië ziet altijd welke schoenen Mie draagt. Hij noemt haar soms naar ‘t geluid van haar hakken.

Een van stof en één van leer
Pië heeft handen bekleed met zijde die alle delen van Mie omzichtig omhullen en een blik van leer welke niets ontgaat. Ze geeft en hij (be)grijpt haar.

Hier leg ik mijn zakdoek neer
Mie voelde zich als kind verloren zonder zakdoek. Ze voelde zich later nog wel (eens) verloren. Nu biedt Pië Mie een zakdoek. Mie legt hem neer.

zondag 10 mei 2009

beestachtig


Eerst gefrutsel onder de verwarmingsradiator. Dan achter de kachel. Daarna een opbergbox omver. Telkens met enige tijd tussen en elke keer met Puddy als bron. Tot zijn gekoers en gespring me vanochtend nóg maar eens wakker maakte, ik rechtop in bed ging zitten en hij me gespannen zat aan te kijken mét ... een muis in zijn bek.

"Flinke Púddy! Muis gepakt?! ... Flínke man!"

De kat legt haar neer en loopt op hoge poten, staart in een vraagteken en opgeheven kop weg. De muis trippelde ook weg. Vooral met snelheid. Roefel, de fauteuil onder! Doosje genomen, zetel weg, doosje over de muis, dekseltje eronder en met haar naar buiten.


Bedankt!, originally uploaded by dP spot.



Beestje was toen ik het doosje oplichtte, waarschijnlijk té sterk van slag om zich meteen uit de voeten te maken.
Gevolg ... zoals te zien op volgende foto.


O jee!, originally uploaded by dP spot.



Hij weer met 't grutje naar binnen en 't wreed amusement kon herbeginnen. Na relatief korte tijd was er al 't leven uit.


Is 'beestachtig' terecht of onterecht het woord voor datgene waarvoor 't staat?

Mijn grootvader die bond destijds een mus die hij gevangen had, levend met een touwtje aan een staak. Die pikkedieven kwamen roven in zijn moestuin. "Om de andere mussen te verjagen." zei hij.
Ja, inderdaad. Dezelfde grootvader die een merel hield in een kooi. Hij die beweerde vogels graag te zien. Hij hield van het plezier die ze hem leverden, niet van vogels zelf.

Katten zouden naar 't schijnt 'spelen' met hun prooi, omdat ze instinctief nog altijd jagen, maar het niet meer doen uit honger.
Mijn grootvader had ook genoeg aan wat overbleef na de mussen hun inmenging. 'k Vraag mij af wat de verklaring is voor zijn gedrag. 'k Zie er niet graag een domme, eigengereide bruut in.

zondag 24 augustus 2008

Ik ben een slappe vrouw!

.
Nono duwt met haar kop tegen het kussen waarop mijn laptop ligt, tot hij bijna van mijn schoot kantelt.
"Nono!" roep ik berispend uit. En een paar seconden later herhaalt mistanguette haar actie.
Als een beest bedelt om iets van voedsel uit de hand te krijgen, kan ik daar goed aan weerstaan omdat ik er geen schooiers van wil maken. Maar vragen om affectie, daartegen ben ik niet bestand. Dus leg ik de laptop ostentatief aan de kant. Zij kijkt gederangeerd. Ik pak haar op en plof haar op mijn schoot. "Als ge er om vraagt, dan moet ge hier maar komen liggen ook!" Madame laat zich traagjes door haar pootjes zakken en nestelt zich genoegzaam.
"Ge hebt gelijk jong! Met lief zijn komt ge nergens. Terroriseren, dat is 't middel."

Moest ik een kind hebben, dan zou ik dat constant in mijn armen meedragen, geloof ik.
Moest ik er twee hebben, dan zat er ook nog eens één permanent op mijn rug.
Drie, dan had ik er nog één in mijn nek zitten.
En moest ik effectief vier koters hebben, zoals ik bedacht in 'Gij zijt een slechte vrouw!', dan had ik er dus één in elke arm, één op mijn rug en één in mijn nek.


Wie een kleine dochter heeft, pak haar op en dans op dit nummer dat volgens mij prachtig weergeeft wat kleine dochters zijn.
Aan wie geen kleine dochter heeft: er zitten een paar mighty fij-hij-hijne foto's in de reeks ;-)

Lenny Kravitz - Little Girl's Eyes





'k Geloof dat madame nog een keer als blogonderwerp wou fungeren, want nu dit geschreven is, trapt ze 't af.

.

maandag 21 juli 2008

haarbalslingeren

.

Michel zijn pas geadopteerd kitten, kruipt in de doos van 't oud papier om daar lief te liggen zijn. Een van zijn lezers zei dat daar troubles van komen, omdat katten de neiging hebben om daar een plasje te maken. Ja en neen. Hangt af van de kat. Er zijn er die 't enkel lekker vinden om daar te soezen. Andere mja ... die willen daar hun afval verstoppen.
Wat me wel vaker opvalt is, dat mensen met katten vaak communicatief zijn over wat hun exemplaar allemaal uitsteekt. Collega-kattenliefhebbers reageren ook spontaan op die ervaringen. Vandaar mijn oproep ...

Heb jij één of meerdere katten en herken je onderstaande bedenkingen? Laat een link achter naar jouw ventilatiekanaal met neerslag van de zottigheden die de beestjes uitsteken. Behoort je zelf niet tot de categorie, maar ken je wel iemand die zich daar volgens jou mag bij rekenen? Drop de link naar zijn of haar ervaringen.


Ik heb al betrekkelijk wat gelezen over kattengedrag. Omdat ik van 't standpunt bent, dat je in de omgang met een huisdier niet moet verwachten dat het zich verheft tot jouw niveau van communiceren. Jij wordt verondersteld de intelligentste van de twee te zijn. Leer dus hun taal en probeer die zo veel mogelijk te gebruiken.
Dankzij 't observeren erbij mag ik waarschijnlijk wel stellen dat ik redelijk goed geworden ben in 't interpreteren van mijn katten hun gedrag. Maar er zijn van die trekjes waarvoor ik de beweegreden nog altijd niet heb achterhaald.


Nono, éen van mijn twee katten, zet zich af en toe in de zetel met haar gezicht naar altijd diezelfde hoek van de kamer, kijkt naar boven, naar beneden, weer naar boven en miauwt een keer klaaglijk. Ze doet dat al van in begin dat we hier wonen. Voor een mens is er niets te zien, maar je zou zweren dat zij daar wel wat in de gaten heeft. Zeer vreemd!

Wat zowel zij als Puddy – die mij zou verwensen moest hij weten dat ik weer naar die foto verwijs die hem probeert te verlagen tot een kat die hij niet is - fijn vinden, is om terwijl ik lichtjes onderuitgezakt met de laptop op schoot in de zetel zit, voorzichtig over het vrije stukje buik te trippelen.

Ze blijven niet trappelen, zoals poezen zo graag doen op bijvoorbeeld een wollen trui of een zacht deken. Ze zoeken geen manier om me te overhalen hen plaats te geven om zich op mijn schoot te nestelen, want dat doen ze door zich gewoonweg op datzelfde stukje buik te leggen en de rest waarvoor niet genoeg ruimte is op de laptop te droppen.

De enige verklaring waartoe ik al ben gekomen, is dat ze het gewoon leuk vinden om tijdens het wandelen iets onder die pootjes te voelen dat anders meegeeft dan bijvoorbeeld een zetel. 'k Heb nog nooit in een waterbed gelegen, maar misschien is het verschil tussen mijn buik en de zetel wel vergelijkbaar met dat tussen een waterbed en één zonder water. Zou kunnen hé? Een kat kan prima haar evenwicht houden en misschien vinden ze 't wel leuk om te ondervinden dat ze zelfs bij het wandelen over een ondergrond die te klein is om eraan te kunnen wennen, niet wankelen.

Als je op je zij gaat liggen en een boek naast je legt, dan gaat elke kat daarop liggen. Vast omwille van de vaststelling:”Hé, ze kijkt altijd naar daar. Als ik daar ga liggen kijkt ze dus naar mij.”
Gebruik je een Extra Large size (19 x 25 cm) Moleskine Soft Notebook als alternatief voor een muismat, dan kan je maar beter zorgen dat je de muis daar zo rap als tellen oplegt wanneer je de laptop bij je neemt. Anders wordt die met mijn Nono in de buurt meteen een katmat.
Zij heeft sowieso de neiging om op een hand van me te gaan liggen als ze kan. Als ik die dan eventjes heel lichtjes beweeg, begint ze zacht te spinnen. Zou haar dat een gelijkaardig gevoel geven als de kittens die ze ooit had, omdat die ook lagen te wriemelen onder haar buik?

Puddy hoopt met elke vezel in zijn lijf dat er ooit iemand op 't idee gaat komen om lolly's voor katten op de markt te brengen. Tot dan houdt hij 't op met grote voldoening, traag likken aan plastic tassen en heel snel aan de badkraan. Ik wijt het niet aan een gebrek aan 't één of 't ander, want water heeft hij altijd staan en in plastic zitten vast geen miniralen of wat dan ook die hij mist in zijn dieet.

't Feit dat Puddy liever op schaduwen jaagt, dan op de speeltjes zelf, is mogelijks te wijten aan 't feit dat hij het extra spannend vindt, wegens er nog nooit in geslaagd om te winnen.


Zowel Nono als Puddy hebben ook maniertjes die enkel op 't eerste zicht gek zijn. Als ik ze kan verklaren, horen ze hier echter niet thuis. Dus moet er bijvoorbeeld niet verteld worden op welk moment Nono als een dolle het huis door spurt. En moet er niet gesproken worden over Puddy zijn protestacties tegenover nieuwelingen!



Toch ook op zijn minst vreemd te noemen dat men het haar dat een kat uitbraakt een 'haarbal' noemt, terwijl het eruit ziet als een haarslinger. Zou die in hun maag nog de vorm van een bal hebben?

.

zaterdag 12 juli 2008

kat in de bankvijs

.




Zo'n achttien jaar geleden vertelde iemand me, hoe hij met maten voor de fun een kat haar kop in een bankvijs had gestopt.
Tot op de dag van vandaag vraag ik mij nog geregeld af, wat ik met hem had moeten doen.

.

zaterdag 20 oktober 2007

Non ho l'età


't Merendeel van de mensen moet al láng met iemand samenwonen opdat het langer zou zijn als ze bij hun ouder(s) inwoonden. Als huisdieren ook meetellen, dan is 't mij dit jaar gelukt. Als ik goed gerekend heb ...

Met mijn moeder woonde ik van mijn geboorte tot ik vier was ... vier jaar.

Met mijn grootouders, langs moeders kant, van mijn vierde tot mijn zeventiende ... dertien jaar.

Met mijn ex echtgenoot, van toen ik zeventien was tot ik negentien werd ... twee jaar. *

Met 'hij' uit 'Lot(je) kiezen', van mijn negentien tot mijn tweeëntwintig ... drie jaar.

Met 't zot lief uit 'Venster op?', van mijn tweeëntwintig tot mijn zesentwintig ... vier jaar.

Met (Liese-)Lotte, een van de twee poezen uit 'Venster op?', die verdween, van mijn twintig tot mijn negenentwintig ... negen jaar.

Met Rico woefie die moest sterven, van mijn vierentwintig tot mijn drieëndertig ... negen jaar.**



Met (A-)Mica woefie (Dog Carry Bag en Apen apen apen na) woon ik sinds mijn vijfentwintig ... negen jaar.

Met Froemel woefie (zelfde artikels als Mica) sinds mijn zesentwintig ... acht jaar.

Met E (duidelijkste foto bij 'Sisters of Emergency') sinds mijn negenentwintig ... vijf jaar.

Met het 'Vleesgeworden kattenkwaad' ook sinds mijn negenentwintig ... vijf jaar.


En met deze dame, Nono(-leta), sinds mijn twintig ... veertien jaar.




Van kindsbeen af was het als een naam in mijn hoofd blijven hangen. "Non ho l'età ..."



* Twee jaar is gelijk niet de moeite om over te bloggen? Was 't maar waar!!
** Negen jaar is de moeite. Maar misschien is 't nog niet lang genoeg voorbij.

donderdag 18 oktober 2007

Venster op?

Onze enige plek met een ruim uitzicht, is bij het raam in de logeerkamer. Daarom wilde ik van die kamer ook mijn bureau maken. Schrijven, tekenen, ideeën uitwerken terwijl ik naar buiten kan kijken, leek me helemaal het einde. Maar nu ik hier zit, lijkt het zicht me eerder af te leiden dan dat het me inspireert.




't Is de eerste keer sinds ik weet niet meer hoe lang, dat ik echt even rustig naar buiten zit te turen en op de achtergrond weer dat gevoel heb dat ik wat mis. Ik heb mijn grootvader zijn verrekijker nog niet eens bij me staan. Die moet ik hier beslist bij de hand hebben.


En dan ineens doen de daken die ik nu zie, me heel erg denken aan daken van vroeger. Lage daken in antraciet grijze golfplaat waarover ik keek als ik mijn klein appartementje met gemeenschappelijk terras buitenkwam. Ik vond het iets heel zuiders hebben, achteraan zo'n lang, smal terras waarop de deurtjes van vier gelijkaardige appartementen uitkomen. Er was een living met keuken in L-vorm, badkamer met douche en plaats voor een wasmachine, een slaapkamer waarin een tweepersoonsbed paste en nog een smal kamertje waar ik met schappen links een kledingrek had gemaakt en rechts mijn bureau. 'k Had goesting in vanalles en nog wat, een geschift lief, twee kattinnen en heel weinig spullen. Links van me woonde een puriteins aandoende jonge vrouw, rechts kwam er een robuuste, laat-maar-waaien kerel bij en nog later in het vierde appartement een vriend van mijn zot lief.


Toen de twee poezen tegelijkertijd een nest jongen kregen, lag ik voortdurend in de clinch met mijn buurvrouw die 't sowieso al niet voor beesten had. Ze kreeg zowat een paniekaanval telkens er een jonge kat haar stukje van het balkon op waggelde. Ja, waggelde, want je moet daar een keer op letten hoe een kitten loopt. Volwassen zijn katten nog altijd super soepel. Maar als kitten lijkt het of hun ledematen allemaal met elastiekjes aan hun lijf vastzitten, waardoor ze zichzelf na elke stap even moeten stabiliseren.


Eigenlijk heb ik al vaak op leuke plekken gewoond. Daar wil ik het wel vaker over hebben.


vrijdag 5 oktober 2007

Vleesgeworden kattenkwaad


Niet volgzaam
Wel aanhankelijk
Niet onderdanig
Wel lief
Niet afhankelijk
Wel toegewijd
Niet dominant
Wel geprofileerd
Niet aggressief
Wel brutaal





Hij steekt heel anders in elkaar dan de woefies. Maar smijten we een speelgoedmuis weg, dan loopt hij er achter. En brengt ze - veel later - luid en rauw miauwend terug.


Een spotpostje speciaal voor de schenker van de schat. Het is ondertussen ook alweer zo'n vijf jaar geleden, dat we hem kregen.



maandag 17 september 2007

Een rondje dierenleed?

Een visje in zoet, zout of sterk water?


Wat een namiddag! 'k Moet jullie met een lange, lange post belasten.


Ondanks ik op voorhand wist, dat het zwaar voor me zou zijn, had ik mezelf voorgenomen naar een opendeurdag te gaan van het dierenasiel in het Gentse Citadelpark. 'k Wilde niet vluchten voor die realiteit. Dus, ik met de bus naar 't park.

Voor 't eerst kocht ik mijn ticketje met de gsm. Dus kreeg ik er deze keer geen visitekaartje bij (zie 'Biljet van de Lijn'). Tot 31 oktober is het eerste ticket dat je via gsm betaalt gratis. Dat was mijne 'zondag'.


Omwille van een onvrijwille omweg kwam ik bij het park aan op 't kruispunt van de Filips Van Marnixstraat met de Koning Leopold II-laan. Wie de omgeving kent, weet dat wie aan die kant per se het park in wil een flink talud moet beklimmen. Er was een deel zodanig afgesleten, dat er zelfs geen gras meer op groeide. Dan moest het toch goed te doen zijn? Nu moet je weten, dat ik hoogtevrees heb vanaf het moment dat ik niets meer heb om me – desnoods met één vinger – aan vast te klampen. Halverwege die helling realiseerde ik me de mogelijkheid dat ik stuik achterover zou vallen als ik mijn bovenlichaam niet dicht genoeg bij de grond hield. En dat stelde me absoluut niet op mijn gemak. Mijn bottines kregen amper grip op de bodem en even overwoog ik om terug naar beneden te klauteren. Toen ik in de diepte keek, wist ik dat ik dat enkel schuivend op mijn gat zou durven.

En ik wou nog naar 't asiel. Dus moest ik verder. Ik liet me zo dicht mogelijk bij de grond zakken en bracht mezelf met kleine, uiterst voorzichtige passen net boven een boompje. “Als ik dan op handen en voeten naar beneden schuif, is het toch maar tot tegen dat boompje.” dacht ik. Doembeelden uit de turnlessen op de evenwichtsbalk en hoe het zou voelen als ik bij een mislukte kattensprong met mijn ... op de balk terecht zou komen, drongen zich meteen op. Gelukkig waren er uit de grond stekende boomwortels van bij de plek waar ik dom, bang, maar toch ook moedig stond te wezen tot helemaal boven. Nadien was ik enerzijds trots en anderzijds kwaad op mezelf.


Toen moest ik het park doorkruisen. Het eerste paadje dat ik inliep, gaf uit op een bankje met twee keuvelende jonge mannen. Ik erger me aan vooroordelen en vroeg me toch direct af, of dat homo's waren die in het park hun ding kwamen doen. Daarvoor is 't Citadelpark het best gekend.

Om bij het asiel te komen, kon ik een rotstrap nemen of een lang pad af wandelen. Mmja ... 'k Had het talud al bedwongen, dus waarom de spookachtige trap niet? Elke stap die ik zette, steunde ik met minstens één hand op een rotsblok aan de zijkant. En dan moest ik nog met mijn voeten de bladeren van de treden vegen, om hem effectief veilig begaanbaar te maken. Er was geen levende ziel in de omtrek te bespeuren. “Als ik hier naar beneden kletter, kan ik hier lang liggen.” was de gedachte die mij het ei in mijn gat deed ophouden. De voorlaatste twee treden waren mooi breed en niet met loof bedekt, dus haalde ik diep adem en genoot van twee normale stappen. De laatste, gevaarlijke stap zocht ik toch maar weer houvast bij een steen. 'k Was al zo ver geraakt. Zou 't niet zonde geweest zijn als ik daar nog onderuit was gegaan?


Plots hoorde ik muziek. 'k Wilde uit nieuwsgierigheid mijn pas versnellen, maar ik moest opletten om geen kramp in mijn bovenbeenspieren te krijgen. Van dat simpel klimmetje! Wat verder gewandeld, zag ik een dranktent en springkasteel. “Zou hier nog iets anders te doen zijn?” vroeg ik mij af. Toch niet. Ik was bij het asiel aangekomen en het zag eruit als een stukje uit een Vlaamse dorpskermis. De tent was versierd met kleurrijke ballonnen en vlaggetjes, het bier en de snacks werden gretig verteerd en 'Tom Jones' zong lekker luid de ene hit na de andere. Ik had het gevonden en het was hier feest!! 't Leek nog gezellig eigenlijk.


Een keer het opvangcentrum binnen, sloeg de ellende me nog harder in mijn gezicht dan ik had verwacht. Elke hond achter de tralies in zijn kooi van één op drie meter en alle hokken volzet. Natuurlijk had ik het ooit al wel gezien op t.v. Toch was dit erger. Mensen passeerden de rennen alsof ze voorbij marktkraampjes liepen. Ik was gegeneerd daar in feite bij te horen en voelde me een eerste klas ramptoerist. De ene na de andere Staffordshire stond daar te wachten, in aantal op de voet gevolgd door Jack Russell-terriers. Beide rassen zijn vast slachtoffer geworden van hun populariteit.

Eén Jack liep vlak bij zijn deur constant rondjes. Ik geef even een stukje conversatie mee, dat ik heb opgevangen.

Kind (ong. 8 jaar - lachend):”Kijk mama! Dat hondje draait altijd maar in rondjes.”
Mama (ook lachend):”Ja dat zou zeker graag zat worden hé.”
Kom je daarvoor met je kind naar een asiel???? Om het niets of niets of niets de kloten bij te brengen, dat ik het zo lelijk moet zeggen? En ik moet het lelijk zeggen, want ik moet lelijke woorden gebruiken als ik kwaad ben! Om dat mens niet den 'djoef van de week' te willen verkopen.


Bij de katten (telkens met een vijftal in één grote ruimte) hoorde ik dan weer 't volgende.
Dhr. X (na het bekijken van één van hen):”Katten zijn toch verwaande beesten ze.”

Misschien komt het inderdaad zelden voor dat mensen zowel honden als katten kunnen appreciëren. Ik ben alleszins één van hen. Ook al kom je naar de opendeurdag omdat je het toch zo erg vindt voor de honden, dan ga je toch nog het leed van die katten niet ontkennen? Misschien was hij enkel mee om zijn dierenvriendin een plezier te doen.


Als je lid wordt, wat tien euro per jaar kost, mag je de honden uit wandelen nemen. Eens terug op de pensenkermis, bedacht ik dat ze nu vast wandelaars op overschot hebben. Dat is natuurlijk fijn. “Hoeveel zullen er nog komen opdagen eens het elke dag pijpenstelen regent of vriest?” vroeg ik me ook meteen af. 'k Weet dat ik er met mijn woefies al tegenop zie, als 't niet ophoudt met regenen.



Bij mijn vlucht uit het park, zag ik dat de plantentuin van de Universiteit van Gent open was. Ter gelegenheid van Aquariana 2007, een aquarium en terrariumtentoonstelling. Tegelijkertijd kon je ook de tentoonstelling 'Verzamelkoorts : ziekte of zegen?' in het Museum voor Dierkunde van de Universiteit Gent bekijken.


Ik was de plantentuin al zo vaak gepasseerd zonder er binnen te kunnen, dat ik deze kans niet wou laten liggen. De tuin was mooi (zoals verwacht) “en aquariums en terrariums zijn dat ook” dacht ik en ging naar binnen. Mmmm ... Ik genoot met volle teugen van het kuieren voorbij de grote, prachtig natuurlijk ingerichte visverblijven en hield halt aan elk terrarium om te zoeken naar de bewoner, om dan opgetogen te lachen als ik hem had kunnen vinden. Ook al wilde ik de volledige tentoonstellingen nog kunnen bekijken, moest ik de kruipende beestjes telkens even zeer geboeid observeren.


Omdat het gros van de mensen nu eenmaal overal wilt kunnen eten, drinken en volks vertier zoekt, was ook hier een cafetaria ingericht met, geloof het of niet, een heuse tombola!! Kermis, deel 2 dus! Maar op deze foor stond een heel leuke attractie: een excellente stereomicroscoop!! Daarmee kon je naar hele, hele kleine kreeftjes in een potje water kijken. Er stond vermeld dat het levend visvoer is, dat men zelf kan kweken. Dat kon best en dat was zeer nuttig, maar ik wilde kijken, ik wilde het zien! En ooooh ja!!! ... Die stereomicroscoop was enkele minuten de mijne.


Het bezoek aan het Museum voor Dierkunde was ontzettend boeiend en creepy tegelijkertijd.


Ik gluurde in ontzettend veel potten sterk water, want ook dat wou 'k natuurlijk weer liefst allemáál zien. Na een half uur turen, moest ik er voorbij wandelen en mezelf tevreden stellen met een glimp. Het was te veel om alles op te nemen.



Bij de opgezette zoogdieren en vogels of stukken ervan, viel het me vooral op hoe lelijk die waren. Hoe alles behalve levensecht, hoe miserabel zo'n opgevuld vel er uit ziet.

Het klinkt misschien vreemd, maar ik vond de skeletten nog het minst akelig.


Een lichte, maar op de lange duur toch misselijk makende geur van vermoedelijk formol en verstorven huiden dwong me even voor het sluitingsuur al naar buiten te gaan.



't Was tof.
Die tentoonstellingen waren een onverwachte meevaller.


En dan besefte ik hoe rap ik de miserie van die beesten in het asiel weer van me had afgeschud.