maandag 2 januari 2012

Later word je slecht. Slaapwel ...

Twee zeer grote ramen waarlangs het licht van de lantaarnpalen buiten binnenvalt. Balatum op de vloer. Een bruin, gebombeerd tweepersoonsbed uit de jaren vijftig met lakens en wollen dekens. Naast het bed een bijhorende kleerkast met vijf deuren, groot, log, zwaar, in staat tot verpletteren als ze omvalt. De andere kant, in de hoek tussen de twee ramen de commode met grote, driedelige spiegel waarop een pick-up staat, om sprookjes op LP te beluisteren. Maar nu niet. Niet voor het slapengaan.
Voor het slapengaan is moe er. Moe komt dichtbij, geeft een kruiske “Juzzeke zegendou, juzzeken bewoardou”. Ze komt nog dichterbij om een nachtzoen te geven. Uit haar mond komt de vertrouwde stank van zieke tanden, een ongezonde spijsvertering en sigaretten. De stank uit de mond van pit is nog sterker. Hij moet ook niet komen over hangen om het te kunnen ruiken.
“Slaapwel!”, “Tot morgenvroe-oe-oeg!”, “Tot morgenvroe-oeg”, … “Tot morgenvroe-oe-oe-oeg!”, “Tot morgenvroe-oeg”, over en weer tot moe helemaal de trap af is.

Als eten stinkt, is ‘t slecht. Later als je groot bent, ga je stinken, word je slecht.
Zal de kast omvallen?
“Boem-boem, boem-boem” luide hartslag in de stille kamer.
Liggen op de rug, “gris-gris”, “gris-gris”, hoofd van links naar rechts wiegen op het hoofdkussen. Haar ritselt en kraakt “gris-gris”, sneller wiegen, luider dan “boem-boem, boem-boem”
Slaapwel …




Nick Cave - People Ain't No Good

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen