donderdag 30 augustus 2007

Zwemmen


Mijn grootmoeder gaat elke week twee keer zwemmen in het stedelijk zwembad vlakbij waar ze woont. Voorbije namiddag ging ik met haar naar ’t Strop in Gent.

’t Was toch dat niet, zei ze. Het richeltje aan de rand van het bad was te laag voor haar om met haar voeten op te steunen. Ze is maar 1m53 groot. Zelfs in het ondiepste stuk moest ze op haar tipjes staan. We zijn uiteindelijk in het oefen- of kinderbadje gaan zwemmen. Daar is ’t maar een meter diep. Net diep genoeg om niet met haar voeten over de grond te slepen, want die gaan niet meer zo goed omhoog. En dan nog werd ze geïntimideerd door spelende kinderen en jonge mensen die leute aan het maken waren. Het was moeilijk om me in haar vrees in te leven.

Toen ik vijf was, was ik Carine of Pascale Verbauwen en won ik elke avond de zwemwedstrijd in het ligbad bij me thuis. Vanaf de temperatuur het toeliet, diende ook de opblaasbare kano buiten als bad om zwemmertje in te spelen. Bij een van mijn pogingen om in het ligbad te draaien door de fantastische rol te doen, geraakte ik niet meer alleen boven water. Gelukkig had ik een vaste supporter die me gewillig ter hulp schoot.

Het was mijn familie duidelijk, dat ik zo snel mogelijk wilde leren zwemmen. De lessen die in het stedelijk zwembad werden aangeboden, waren geen succes. Als start werden we per twee door een vastbesloten mannenhand kopje onder geduwd en daar even gehouden. Had die hufter dat gevraagd, dan had ik dat graag gedaan. Ik kon er met mijn pril verstand niet bij, vond dat misbruik van spierkracht onvoorstelbaar onrechtvaardig. De dwang had een tegenovergesteld effect. Ik ging niet meer naar die lessen en kan me die vent zijn gezicht, zelfs zijn slecht figuur (voor een zwemmer!) nu nog altijd voor de geest halen.

Gelukkig voor mij, was mijn peter conciërge van een grote school, waar ook een zwembad was van toch twaalf meter lang. Elke avond mocht ik zo’n half uurtje plonzen en kreeg mijn eerste degelijke zwemlessen van mijn bonne. Eerst leerde ik de schoolslagbewegingen met zwembandjes aan de armen en daarna telkens een pasje verder van de kant zonder de bandjes. In een wip kon ik zonder hulp de lengte over, zowel in schoolslag als in crawl en rugslag. Ik was apetrots toen ik korte tijd later in het stedelijk zwembad mijn eerste gouden medaille won. Fijn voor mij én de badkamer bleef sindsdien droog.

Nu ga ik nog zelden zwemmen. Als ik ga, komt bij mezelf meteen het meest kinderlijke deel naar boven. Ik sta in het water, spring omhoog en gooi mijn benen alletwee tegelijkertijd in de lucht tot mijn voeten boven het water uitsteken, om met een dikke plons neer te komen en het uit te schateren. Ik zwem zo lang mogelijk onder water met mijn buik bijna tegen de bodem. Ik leg mijn onderbenen op de rand langs het bad en laat me achteruit zakken. Het verwondert me in feite, dat ik mijn grootmoeder niet heb gevraagd in spreidstand te staan, zodat ik door de opening kon zwemmen. En toch is het niet meer hetzelfde. Vroeger dacht ik nooit:”Als ik nou maar geen kramp krijg.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen