maandag 5 maart 2012

schoot


Kortgeleden - vlak voor het slapen gaan - schoot mijn grootmoeder me door het hoofd. ’t Is lang geleden dat ik haar nog heb gezien. Ik dacht:

“Zo oud dat ge nu zijt. Wat loopt gij hier nog te doen?
Ge hebt nooit veel bijgedragen tot ’t geluk van anderen.
Kom, legt u in mijne schoot. Ik zal u stillekes wurgen.”

Welk gevoel primeert op zo’n moment? Diepgewortelde haat, in toom gehouden woede, medelijdend verdriet?
Toch raar eigenlijk, dat mensen die voortdurend lelijke dingen doen zo vaak denken dat ze de goedheid zelve zijn en omgekeerd?

vrijdag 24 februari 2012

Rije, rije, rije!


Zot van schema’s als ik ben, heb ik van ergens onthouden dat een mens zijn kar doorgaans wordt getrokken door volgende vier emoties: woede, angst, verdriet en vreugde. De menner op de bok van de koets is onze ratio. Wel, hij heeft het druk, mijn menner.

Is Ratio, de menner, niet al te bedreven in het vak of vallen mijn paarden moeilijk te leiden? Woede probeert zelden op kop te lopen, maar kijkt wel geregeld opzij naar wat Angst en Verdriet doen en laat zich daardoor opjutten. Dan laat hij zijn hoofd wat zakken, strekt lichtjes de nek en wil enkel vooruit. Angst spreidt de neusgaten, gooit het hoofd achterover, rolt met de ogen, licht de voorbenen op, zakt licht door de achterbenen en werpt dan het gewicht van zijn hele voorhand in de strijd. De strijd tegen de kracht die Verdriet laat blijken. Verdriet kijkt niet meer door zijn glazige, open ogen, laat niet meer op zich inwerken wat door zijn oren komt. Hij rent en rent, door en door en door, als een machine.
Vreugde lijkt helaas te denken, dat de koets zo ook wel vooruit gaat, zonder zijn verwoede pogingen om de snelste te zijn. Vreugde lijkt niet competitief … Kan Vreugde zijn neus enkel eens voorbij de anderen krijgen, als mijn menner Ratio hen ingetoomd krijgt? Neen, neen, neen! Vreugde kent hen! Vreugde weet dat Angst een krachtig dier is, wiens energie met vlagen komt en gebruikt kan worden. Vreugde weet dat Woede op Angst let en het van hem overneemt als Angst het schuim op de flanken of lippen heeft staan. Vreugde weet dat Verdriet een constante is op wie je kunt rekenen, al weet Verdriet dat niet en hebben Angst en Woede de goedhartigheid om zijn werk geregeld te verlichten. Vreugde houdt hen in de gaten, ziet hun samenwerking en loopt gestaag mee, om af en toe, slechts héél af en toe, als de anderen compleet door zichzelf afgejakkerd hun eigen kracht niet meer kennen, zijn breidel te negeren en helemaal paard te zijn.

Ratio heeft de teugels in de hand. Maar hij is slechts een man, kan zich qua kracht niet met hen meten en moet het stellen met vertrouwen. Dat vertrouwen wordt gesterkt of gekelderd door hun gedrag. Hun gedrag wordt mee door hem beïnvloed. Maar vergeet ook de omgeving niet. Als uw paarden lastig te mennen blijken, vergeet dan de omgeving niet. Uw menner is maar een man. De omgeving is alles daarbuiten. Leven is doorrijden. Hagel doet zeer, hoe goed de teugels ook gevierd worden. 


donderdag 2 februari 2012

laatbloeier


’t Moment dat de knop van een avondbloeier zich opent. Zo ineens! Paaaf!! Bijna zo snel als vuurwerk en honderdduizend keer schoner …
Wéten dat ’t schoon, zo schoon zal zijn. Dat de bloem een geur zal verspreiden die je wil blijven opsnuiven en nog, nog …

Ik sta nu bij zo’n bloem.
Alsof ik wel weet dat ze zich gaat openen, maar niet precies weet wanneer. Ik ben in afwachting. Een beetje gespannen, een beetje opgewonden, maar zeker dat áls ik het mag zien, dat ‘t dan schoon zal zijn, zo schoon …

donderdag 19 januari 2012

wolf met rood kapje



Ha!! Totally into Little Red Riding Hood …
Wat een verhaaltje eigenlijk, feitelijk?!






Roodkapje wandelt graag door ’t bos.
Wel, ik ook!
Roodkapje rent niet krijsend weg als een wolf haar aanspreekt.
Wel, ik ook niet.
Roodkapje ziet graag rood.
Wel, ik ook.
Roodkapje draagt graag een kapje.
Wel, ik ook!

Neen, kom toe, serieus … Roodkapje gaat niet over letterlijk opgegeten worden hé? Dat gaat over een jonge vrouw die aantrekkelijk gevonden wordt en een man die haar avances maakt om ook bij haar lust op te wekken.
Ik was ooit een roodkapje. Mmmm … And then the wolf came.

Hier en nu gaan roodkapjes in jeans, rode hoodie, blouson, met rugzak, op hoge hakken de straat op.
Een jonge wolf vraagt ex-roodkapje hoe ’t met haar gaat. Ze denkt:”Dom wolfje! Ik ben helemaal geen roodkapje meer. Zoek toch onwetend vlees.” en antwoordt:”Wel, niet goed! Ik moest lijm hebben en in den Brico waren ze verdomme de vloer aan ’t verven en dus kon daar niemand bij de rekken met lijm!”. De wolf zegt dat hij thuis lijm heeft en vraagt of ze mee wil. Het ex-roodkapje antwoordt dat ’t niet hoeft, dat ze onderweg was naar Delhaize om lijm te halen, maar dat ze al teruggekeerd is, omdat tijdens het telefoongesprek van daarnet bleek dat ’t toch niet dringend is. De wolf:”Nog een fijne avond dan.” Conclusie: Doe alsof je hem al jaren kent. Ventileer volop uw ongenoegen over iets wat niets met hem te maken heeft en de jonge wolf is afgeschoten door de gedachte:”Miljaar! Die praat gelijk mijn zus/moeder/grootmoeder!!” Enfin, een vrouw die hij wel ok vindt, maar zeker niet op zijn ILF-lijstje staat.
Terwijl zij rustig en tevreden over haar techniek op de tram wacht, komt de volgende wolf eraan. Eentje van een heel andere soort. Hij kijkt en haar blik kruist héél kort de zijne. Hij weet. Hij zegt niets. Hij blijft uit de buurt. De tram heeft veel deuren. De wolf loopt met zachte, stabiele tred, op poten met kussentjes onder, naar de plek waar zij staat. Hij stopt en laat haar met een expliciet gebaar voorgaan. Het ex-kapje bedankt, stapt in en gaat zitten. De wolf kijkt even rond en legt zich rustig neer, op korte afstand, zijn kop op zijn poten. Geveinsde onschuld en stromend bloed worden vermengd. Hij waakt. Ze denkt:”Mooie, trotse, krachtige wolf. Gij zult verslinden.” en stapt af. Zelf een wolf … Eentje met een rood kapje.



Incubus - In The Company of Wolves

woensdag 18 januari 2012

zatte patatte


“Ne zatte man, dad es eirg. Mor een zatte vraa! Dad es nog veel eirger!!” zei mijn grootmoeder meer dan eens.

Vanavond, rond half zeven kwam een madame op het voetpad mijn richting uit, zeilde uit haar baan tot tegen een verkeersbord en zei stilletjes ‘oei’. Haar ogen waren open, maar haar blik leek zonder focus. Of neen, het leek alsof ze iets bewegend volgde, zo’n anderhalve meter voor haar, op de grond. Terwijl ze me passeerde, tilde ze haar voeten bij elke stap net iets hoger dan men doorgaans ziet. Ze zwenkte naar de straatkant om over te steken. Ik draaide me om en dacht:”‘k Wil ’t niet zien als ze aangereden wordt!!!! Als ik er dan toch niets aan doe, kan ik het evengoed compleet negeren!!”. Maar ik hield ’t niet vol, hield haar toch terug in de gaten. Ze bereikte veilig de overkant en keerde terug in de richting waar ze vandaan kwam. “Waar gaat ze naartoe? Woont ze daar ergens? Gaat ze naar de nachtwinkel om meer drank?” Ze stapte vrij kortdaad door en bij de hoek een zijstraatje in.
Plots leek het of ze bij momenten op rolschaatsen stond waarvan elk wieltje een toer van 360° kan maken. “Is die vrouw wel dronken? Heeft ze misschien om totaal andere reden zware evenwichtstoornissen? Misschien heeft ze iets als een beroerte.” Ik bleef toekijken en vroeg me af wat ik zou doen als ze zou vallen. Zou ik naar haar toe gaan, zoals ik zou willen dat ik zou doen? “Is ze nu zo sterk aan ’t zwalpen, omdat ze meent dat ze uit het zicht is? Omdat ze zich nu gewoon laat gaan.” Ze verdween uit mijn zicht. Ik stapte verder en vroeg me af of een zatte vrouw inderdaad nóg erger is.
“Wat is ‘mijn’ mening daarover? Is openbare dronkenschap erg? Los van ’t gevaar waar je voor zorgt. En had ik effectief iets willen doen, wat was het dan geweest? Als ze inderdaad zwaar dronken was, had ze dan een probleem? Was het haar keuze? Was ze semipermanent in de drank verzeild geraakt? Zou het helpen om zo iemand te laten oppakken voor openbare dronkenschap – moest de politie daar al toe over willen gaan, want daar heb ik geen flauw benul van – zodat ze misschien attent gemaakt wordt op de ernst van de situatie? Is de situatie ernstig? Zou ik me dezelfde vragen stellen over een man? Kan ik überhaupt oordelen zonder invloed van de doctrine van mijn grootmoeder?!”.

Zoveel uren later denk ik:”De doctrine van mijn grootmoeder??”.
Mijn grootmoeder had – en heeft waarschijnlijk nog altijd – een zeer sterke eigen overtuiging, net zo lang tot er een sterk tegenargument kwam. Dan draaide ze – desnoods 180° – bij en begon ze met een vurige verdediging van het tegenargument. Als je haar confronteerde met haar inconsequentie, reageerde ze verontwaardigd, alsof ze valselijk beschuldigd werd. Jak zeg!!
Is het omwille van mijn laatdunkende indruk over haar, dat ik zo sterk betwijfel of een zatte vrouw wel zoveel erger is? Of omdat ik sowieso alles betwijfel?
Of was het omdat zij de meeste van haar debatten met mij voerde van in haar fauteuil, pintjes drinkend uit ’t flesje en het leeggoed op de vloer liet staan tot het er gemakkelijk een stuk of acht waren.
Vond ik haar nog erger als ze zat was? Ze was enkel maar zichzelf, maar dan erger …

wel merci

Kent ge dat? Van die dagen dat ge niet meer weet waarom? Welke waarom? Wel, gelijk welke waarom.

Waarom ge uw mailbox zou open doen. Waarom ge de diepvries zou ontdooien. Waarom ge schoon ondergoed aan zou trekken. Waarom ge zou eten. Ook al hebt ge honger. Ook al hebt ge bergen schoon ondergoed. Ook al weet ge hoe de diepvries snel ontdooid kan worden. En ook al weet ge dat mensen contact met u willen.
Dagen dat ge niet meer weet wat ge zijt met een gegarandeerde voldoening. Want, oh ja. Ge weet dat ge er voldoening uit zou halen, moest ge er allemaal toe komen. Maar ge vraagt u af:”En dan?”, blijft zitten en staart voor u uit.
Wel, voor mij was vandaag niet zo’n dag. Vraag mij niet:”Waarom?”. Ik weet niet waaraan ik ’t heb te danken.
Maar wel:“Merci!”. Want er is veel kans dat gij er voor iets tussen zit.



Udo Jürgens - Merci Chérie - 1966

Merci, Merci, Merci für die Stunden,
Cherie, Cherie, Cherie,
uns're Liebe war schön, so schön,
Mercie, Cherie,
sei nicht traurig, muß ich auch von Dir geh'n.

Adieu, adieu, adieu,
Deine Tränen tun weh, so weh, so weh,
unser Traum fliegt dahin, dahin,
Merci, Cherie,
weine nicht, auch das hat so seinen Sinn.

Schau nach vorn, nicht zurück,
zwingen kann man kein Glück,
denn kein Meer ist so wild wie die Liebe,
die Liebe allein,
nur die kann so sein, so sein, so sein.

dinsdag 17 januari 2012

apenapenapenna

Iedereen kopieert gedrag van anderen, toch? Allez ja, iedereen … Wie actief deelneemt aan een samenleving. Maar doet iedereen dat even bewust?

Als ge mij ziet doen wat algemeen als ‘normaal’ aanzien wordt, zijt dan maar zeker dat ’t geen impromptu is. In elke compleet nieuwe situatie – waarbij ik dus niet heb kunnen checken hoe anderen ermee omgaan – kom ik geregeld onconventioneel over. Waar anderen meteen patronen – haast vanzelf zo lijkt het mij! – doortrekken, moet ik (weer bewust) een link leggen met een situatie die ik als gelijkaardig zie, moet ik eerst al uitzoeken wat dan wel een ‘gelijkaardige situatie’ kan zijn. Want neen, ook dat gaat bij mij niet vanzelf. En omdat de ene vraag tot de andere leidt, kan zo’n reeks gedachtesprongen lang duren en spring ik er dus geregeld even uit.
Na zo’n kleine negenendertig jaar geraak ik het stilaan gewend om als wat raar, zotjes, excentriek, onconventioneel gezien te worden. Om ’t voor mijzelf wat te vereenvoudigen, volg ik doorgaans eenvoudigweg mijn geweten. ‘k Laat mij voornamelijk leiden door de vraag:”Doe ik daarmee iemand opzettelijk kwaad?”. Vroeger ging ik nog verder en vroeg:”Doe ik daarmee iemand bewust kwaad?”. Tussen ‘bewust’ en ‘opzettelijk’ zit een groot verschil! Nu vind ik gedrag waarbij ik mij ervan bewust ben dat anderen er soms last van hebben ok, zolang die veroorzaakte hinder niet mijn oorspronkelijk opzet was. Collateral damage …

Er zijn vast nog veel meer mensen die zoveel sprongen moeten maken. Als er iemand tegen uw kar rijdt, is dat misschien omdat hij de weg naast uw kar (nog) niet kent.

zondag 15 januari 2012

Je bent wat je eet?

Iemand vertelde me dat zijn beenhouwer van destijds net een varkenskop had, zo rood en opgezwollen en was ervan overtuigd dat ’t te wijten was aan al ’t vlees dat die slager zelf naar binnen had gespeeld. Je bent wat je eet, zoals men zegt.
Dat deed mij nu over mijzelf denken:”Amai. Dan moet ík altijd en overal goed op tijd zijn!”
Maar kijk. Misschien is dat nog zo gek niet. Als ge rust vindt, zijt ge zzzennnn … Wie ‘zen’ is zijn gedrag hangt volgens mij alleszins niet aaneen van de snelle, nerveuze doeningen. Ik denk dan aan bewegingen uit de Tai Chi. Traaaage, glijdende, golvende enerrrrgie-ie-ie … En wat eten mensen die ‘zzzennnn’ zijn? Trraaaage suikers!!

Mmmm ... op wie kunnen we dat nog toepassen?

Rijst heeft de vorm van een spleetje ...

woensdag 4 januari 2012

het kadertje als referentie

Als je iemand die je lief is – om welke reden ook – bekijkt, zie jij die dan in een bepaald kader?

‘k Had al geruime tijd een aantal foto’s aan de muur hangen. Foto’s van mensen die voor mij veel belang hebben. Een duimspijker in ’t randje en dat was het.
Geen idee meer eigenlijk, hoe ik ertoe kwam hen liever in een kader te willen. Nu die keuze gemaakt is, lijkt ’t me zo logisch als wat, alsof ik hen het sierraad wil geven dat ze verdienen.
‘k Ga daar dan ook niet licht over. Iemand komt bij mij niet zomaar in de eerste, de beste lijst terecht. Om hét kadertje te kiezen dat een referentie kan zijn voor die persoon, gebruik ik mijn volledig referentiekader.
Wat heb ik nu ondervonden? Eens ik zo’n kader aan de afbeelding van iemand hebt gekoppeld, ik daar niet meer op terug kan komen.
Ik haal de foto uit de eerder gekozen lijst en stop hem in een nieuwe die ik net kocht. Natuurlijk sowieso één waarvan ik vermoed dat hij een mooiere combinatie zal geven. Wat merk ik? Dat ’t helemaal niet beter is. Het oorspronkelijke besluit om iemand dat soortement huisje, jasje te geven, moet voor mij zo gefundeerd zijn, dat ik me snel aan dat beeld lijk te hechten.
Eens mijn referentiekader gecreëerd is, blijkt het redelijk robuust.

maandag 2 januari 2012

Later word je slecht. Slaapwel ...

Twee zeer grote ramen waarlangs het licht van de lantaarnpalen buiten binnenvalt. Balatum op de vloer. Een bruin, gebombeerd tweepersoonsbed uit de jaren vijftig met lakens en wollen dekens. Naast het bed een bijhorende kleerkast met vijf deuren, groot, log, zwaar, in staat tot verpletteren als ze omvalt. De andere kant, in de hoek tussen de twee ramen de commode met grote, driedelige spiegel waarop een pick-up staat, om sprookjes op LP te beluisteren. Maar nu niet. Niet voor het slapengaan.
Voor het slapengaan is moe er. Moe komt dichtbij, geeft een kruiske “Juzzeke zegendou, juzzeken bewoardou”. Ze komt nog dichterbij om een nachtzoen te geven. Uit haar mond komt de vertrouwde stank van zieke tanden, een ongezonde spijsvertering en sigaretten. De stank uit de mond van pit is nog sterker. Hij moet ook niet komen over hangen om het te kunnen ruiken.
“Slaapwel!”, “Tot morgenvroe-oe-oeg!”, “Tot morgenvroe-oeg”, … “Tot morgenvroe-oe-oe-oeg!”, “Tot morgenvroe-oeg”, over en weer tot moe helemaal de trap af is.

Als eten stinkt, is ‘t slecht. Later als je groot bent, ga je stinken, word je slecht.
Zal de kast omvallen?
“Boem-boem, boem-boem” luide hartslag in de stille kamer.
Liggen op de rug, “gris-gris”, “gris-gris”, hoofd van links naar rechts wiegen op het hoofdkussen. Haar ritselt en kraakt “gris-gris”, sneller wiegen, luider dan “boem-boem, boem-boem”
Slaapwel …




Nick Cave - People Ain't No Good

zaterdag 31 december 2011

geheugen als een kaas zonder eind

Het geheugen is een raar spellement. Een straf, maar vooral toch raar iets. Of misschien zelfs toch nóg straffer dan ’t raar is. Kijk …

Ik loop al geruime tijd met ’t vermoeden, dat we eigenlijk alles weten – dat m.a.w. iederéén alles weet – maar dat we niet op elk moment bewust met die kennis kunnen omgaan. Alsof er zoiets is als een heeeeel groot archief dat bestaat uit alle, alle, alle levende wezens hun geheugen, waar iedereen met iedereen in verbinding staat, maarrrr … waar niemand zich (permanent) bewust van is.
Kennis vergaren is dan niet meer dan ophalen wat er al zat. Dat zou willen zeggen, dat IQ iets zegt over de mate waarin iemand in staat is om de sowieso voorradige kennis naar zijn bewustzijn over te brengen en toegankelijk te houden. Dat is zo’n beetje ’t beeld waarmee ik speel.

Ik kijk zelden of nooit tv. Maar 27 december j.l, had ik daar plots in ’t laat nog even zin in en zag het einde van de film op Canvas. Ik zag een madame die zong van “Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt”, een man die “Kukelekuuuuu” moest zeggen op scène en dan compleet doorsloeg. En toen was ’t gedaan. ‘k Wist dat ’t liedje van Marlene Dietrich was. Maar geen idee van welke film ik net een stukje had gezien. ‘k Dacht:”Ik zoek dat wel eens op.”.

Gisteren hing ik een muurkandelaar op met daarachter blauwe veren. Ik wou er een barbie op, zodat ’t lijkt of de veren uit haar schouders ontspringen. Zoals bij een engel, maar dan in ’t blauw. “Der blaue Engel” dacht ik en koos een zwarte barbie.
Uit nieuwsgierigheid zocht ik ‘Der blaue Engel’ op en lap! Bleek dat de titel van die film waarvan ik net een stukje had gezien. En nu vermoed ik ergens, dat ik eigenlijk dus wist dat het liedje uit die specifieke film kwam. Allez ja ‘wist’. Dat die kennis voor mij voorradig was, maar dat ik hem moest weten op te halen.
Terwijl ik dat hier schrijf, denk ik:”Jaaaa! Tuurlijk is die kennis voorradig en moest ge hem gewoon weten op te halen naar uw bewustzijn. Ze noemen dat superarchief waar gij het over hebt ‘het internet’!!!!”. Maar zo simpel bedoelde ik ’t niet.
Ik wil zeggen dat ik het ergens mogelijk acht, dat mijn onbewuste die – door mijn bewuste ook gekende – ‘blaue Engel’ naar voor geschoven heeft, omdat mijn onbewuste die link met die film al kon leggen vóór mijn bewuste dat op ’t internet gezien had.

Moest ik nu nog weten waaróm mijn onbewuste die informatie voor mij toegankelijk wou maken, waarom dat volgens mijn onbewuste belangrijk voor mij is! Onbewust weet ik ‘t natuurlijk al wel. Maar ’t drijft nog niet boven.

’t Zou er dan alleszins wel op neer komen dat ’t geheugen volkomen of toch zo goed als oneindig zou zijn. Geen kaas met gaatjes, maar een kaas zonder eind!!
Pfff … de korst is ofwel lekker ofwel – indien niet eetbaar - leuk om aan te knabbelen.

donderdag 29 december 2011

Martha, dat lief schaap

Met kerstnacht wordt er gezongen van 'de herderkes lagen bij nachte' en over dat ze hun schaapkes geteld hadden. Kerstochtend ging ik naar de wachtweiden die ik tijdens mijn stage had helpen aanleggen. Mijn stagementor zou de gewoonlijke herder(in) vervangen en ik was twee dingen: 1 wel benieuwd hoe dat er nu allemaal uit zou zien en zou werken en 2 ik vond dat nu zo leutig om met kerst iets écht leutig te kunnen doen!

Ik zag veel schaapkes.
Schoon beestjes.



Maar toen was er nummer 5039



en 5039 kwam dichter,
deed haar oogskes toe,



ze legde haar hoofd in mijn armen,



deed haar oogskes weer open


en besloot mij binnen te doen!!


Neen, serieus nu.
Schapen, dat zijn dus fan-tas-tisch lieve en aanhankelijke beesten! Ik wist dat helemaal niet.
'k Had bij nummertje 5039 de kanten van haar ruggengraat afgetast, om te zien hoe goed ze al dan niet in 't vlees zat. Als ze te mager was, moest ze van weide verhuisd worden naar de kant waar er nog meer bijgevoederd wordt. Die vond dat op zich al leutiiiig!! Zo met haar koddeke kwispelen!
Ik haar dan maar nog wat geflost en gekrabbeld. En nadien liep mistanguette voortdurend achter mij, kwam haar neus in mijn hand duwen, om dan met de zijkant van haar gezicht erlangs te strijken. Als ik bleef staan, bleef zij met haar schouder tegen de zijkant van mijn been wachten.
Toen ik thuis de foto's zag, heb ik haar Martha genoemd. 'k Vond dat beter bij haar passen dan zomaar een nummer.

zaterdag 24 december 2011

een getuigschrift en nen nieuwen hond

Gelijk ge al wist of nog niet wist, volgde ik onlangs een opleiding tot begeleider in de sociale economie met bijhorende stage in een sociale werkplaats, in mijn geval met buitenactiviteiten. Zoals ge dankzij de titel al wist of nog niet wist, heb ik daar een getuigschrift en een nieuwe hond aan overgehouden.

Nu zou ‘k het hierbij kunnen laten, want

  • de essentie is met de titel mogelijk al wel gezegd.
  • ’t is al bij den elven ’s avonds en ik moet – dankzij de nieuwen hond – nog even de straat op en hoe later het wordt, hoe sterker de volle goesting krimpt tot op de lange duur nagenoeg onvindbaar.
  • er zijn andere mogelijkheden te over om tijd te verschijten.
  • ik zou zelfs iets nuttig kunnen doen, zoals nu – enfin ja, na dat stukske ‘straat op’ dus – gaan slapen.

En ik ga dat bij deze dus … toch maar niet doen.
Al heb ik echt wel op punt gestaan, sta ik nu nog op komma.

Eén van die tijdverschijtingen is persoonlijke mails sturen na weer een periode van ouwe-getrouwen-verwaarlozing. Als ge u aangesproken voelt: tijdens mijn stage was ik elke dag minstens 11 uur van huis. Pover excuus als ge weet dat die stage slechts 11 dagen heeft geduurd. Maar gelijk ge weet of niet weet:”les excuses …
Neen, echt. Ik zou u wel willen mailen hoor. Maar tijdens die stage heb ik er thuis (weer eens!) een regelrechte puinhoop van gemaakt en die wil ik liever eerst ruimen. ‘k Ben er al aan begonnen. De leuke kant: de living lijkt nu weer groter!
Next on my list: de vaatwasmachine – die hier al een week staat – eindelijk aansluiten. Maar eerst de afwas! Zodat ik overal gemakkelijk aan en door kan.
Gelijk ge wist of niet wist, hebben afvoerbuizen van was- of vaatwasmachine standaard of 40 of 32 mm diameter. In plaats van uw afvoerslang héél diep in de buis in de vloer te steken, kunt ge ‘nen dikke joint’ gebruiken. Dan zit dat direct goed en er is mij verzekerd dat ge u daar achteraf niks meer van moet aantrekken. Nog een tip: als ge een aansluiting gebruikt die de diameter heeft van een standaard tuinslang, kunt ge met het winkelpersoneel van de doe-het-zelf zaak – om een onderlegde indruk te geven – spreken over een aansluiting op een ‘gewone dienstkraan’. Mij lijkt ’t wat zot om een kraan te hebben die geen dienst kan doen. Vakjargon wordt vast verzonnen door vak’idioten’.
Na de vaat en ’t machien moet de strijk aan de beurt geraken. ‘k Heb twee strijkijzers – één met en één zonder stoom –, twee strijkplanken en ook twee armen, twee handen. ‘t Zou er nogal eens een gat uit kunnen gaan. Als ik dan ondertussen ook nog tekst zou herhalen voor een theaterproductie, zou ‘k zelfs multifunctioneel zijn!
Daarna wil ik naar ’t containerpark. Daarvoor ben ik sowieso bijna klaar. Als ik dat te voet doe, kan ik de nieuwe hond meenemen. We passeren een losloopweide waarop hij eens goed zou kunnen koersen. Alleen weet ik niet uit ’t hoofd hoe hoog de afsluiting is rond die weide. En gezien meneerke met gemak over een hindernis van één meter springt, ‘t liefst van al zijn neus volgt en zelfs de katten probeert te dekken, is hem laten uitbreken … ook een optie natuurlijk. Wel ja, ’t is dan toch een extra wandeling met hem, kwestie van ’t nuttige aan het … Ook aan de leiband volgt hij het liefst zijn neus. Wat hem constant van links naar rechts naar links naar rechts doet rennen. Moest hij dat niet doen, een mens zou er trouwens een karreke kunnen achter spannen in plaats van hem het constant trekken af te leren! Maar hij is ook wel slim. Hij leert eigenlijk heel snel.
Voorbije zomer zwierf hij op het platteland zo’n 14 dagen door de velden, tussen de boerenhoven, overlevend op wat hij kon vangen of vinden. Mijn stagementor heeft hem in huis gehaald. Louis – toen ook voor mijn stagementor en zijn vrouw ‘de nieuwen hond’ – sprong op tafel, kasten, noem maar op. Ze vroegen zich af waar hij vandaan kwam, hadden de indruk dat hem nooit iets was aangeleerd. Maar ge weet dus niet wat zo’n zwerfhond heeft meegemaakt hé. Hij weet dat misschien van dat karreke. ’t Is misschien net daarom dat hij zo links, rechts, links, rechts loopt.

‘k Heb Louiske in de eerste plaats in huis heb gehaald, omdat Mica – sinds het overlijden van Froemelke – het alleen thuis zijn zeer moeilijk verdroeg. Mica is haar hele leven niet zonder een soortgenootje geweest. Als ik van huis was of zelfs nog maar op een ander verdiep in huis, begon ze te huilen. ‘k Heb het flink wat tijd gegeven, maar ze kon er blijkbaar niet aan wennen.
Mijn stagementor presenteerde mij Louis, omdat hij steeds uit hun tuin brak, al eens aangereden werd door een auto en bij de buren al rattenvergif naar binnen kreeg, zodat hij wéér ternauwernood aan de dood ontsnapte.
Sinds de dood van Froemel hadden we al eens een lieve logé voor enkele dagen, maar daar had Mica geen aandacht voor. Naar honden die we tijdens het wandelen ontmoetten, keek ze niet om. Zelfs aan een Deense Dog van een vriend gaf ze bij hen thuis geen aandacht. Maar met Louis is het anders. Hij is een Parson Russell Terriër – da’s de hoogbenige Jack – is helemaal wit met caramelbruine oortjes en masker. Qua kleur en tekening lijkt hij eigenlijk ontzettend sterk op Froemel. Hij kan zelfs het vel op zijn voorhoofd ‘froemelen’ zoals Froemel deed. Maar er moet meer zijn dan dat. Mica merkt die uiterlijke gelijkenis vast niet eens op. Er is duidelijk iéts wat haar heeft aangetrokken. Zijn nieuwsgierigheid naar haar toen ik met hem thuis kwam, was meteen wederzijds. Hij was kort daarop al aan ’t proberen om haar te bestijgen, waarbij hij steeds een flinke uithaal van haar te verduren kreeg. Maar ’t is hem dus wel gelukt om haar naar hem te doen ‘omkijken’!! Na een dag wou ze al vlakbij hem in één mandje liggen. Als zij begint te huilen wanneer ik weg ben, blaft hij even en ze stopt ermee. Mja, hij is een lastpak buiten de deur. Maar kleine Mica heeft eindelijk weer een maatje en dat maakt dat hij de moeite van het trainen nog meer waard is.

Gelijk ge weet, moet ik met dat koppel klein grut nog een wandelingske doen. En hoe later het wordt, hoe meer de goesting krimpt, gelijk ge …

vrijdag 18 november 2011

outstanding to stand out standing outside


Heel binnenkort loop ik stage als monitor/begeleider in de sociale economie en koos daarvoor – dezen tijd van ’t jaar astemblieft!! – een sociale werkplaats met ‘buiten’-activiteiten.
Wat kan hiervoor de reden zijn?

Misschien ’t beste eerst even meegeven wie ik daar dan zal gaan begeleiden.
Voorwaarden tewerkstelling voor de doelgroep:
sinds minstens vijf jaar inactief zijn op de arbeidsmarkt
hoogste diploma ≤ lager secundair onderwijs
psycho-sociale problematiek(en) zoals
o alcohol- of drugsverslaving
o (ex)gedetineerden
o karakterstoornis(sen) die het vinden/houden van een job in de reguliere economie verhinderen
o werkstraf
o arbeidshandicap (definitie)

Daarnaast wordt ook een job geboden aan mensen die door het OCMW worden tewerkgesteld in het kader van de OCMW-wet artikel 60
Kortom, in een sociale werkplaats gaat men aan de slag met personen met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt

dP-ken hier kent de wetten van de economie, maar beseft evengoed dat niet iedereen op elk moment van zijn leven past in dat reguliere systeem en wil dit vangnet, de sociale economie daarom mee in stand houden. Mijn realistisch stukje kijk op de maatschappij zegt dat steeds meer mensen dit vangnet nodig hebben. Mijn idealisme doet me geloven dat niet iedereen die valt, moet blijven liggen.
“Ok, goed dP. Maar waarom nu buiten? Buiten dP! Nu Sinterklaas alvast aan ’t checken is of Sintemaarten zijne Piet den tabbaard en cape goed gewassen en schoon gestreken heeft.” denkt ge. Dus nogmaals: wat kan hiervoor de reden zijn?
Wel …

dP bedacht, als ge al buiten zijt, zijt ge minder geneigd om “Ja maar! Gaan we eens buiten?! Hé?! Gaan we buiten?!! Ja maar!!” te zeggen. Wat niet onbelangrijk is in een werkomgeving waar agressie wat vaker voorkomt als in de reguliere economie.
dP is een ‘buiten’beentje
dP dacht dat ’t – dezen tijd van ’t jaar – buiten ’t gemakkelijkst is to keep your cool
dP wil de goesting om werknemers ‘buiten te smijten’ preventief afremmen
dP hoorde dat muren oren hebben en blijft daarom liever bij hen uit de buurt
dP denkt buiten minder snel tegen ’t plafond te gaan

Yep! Ik ga naar een organisatie actief in ’t segment ‘Groenvoorziening en natuurbeheer’ en ik neem mee:
  • Al rond mijn lijf gedrapeerd zijnde, een lange onderbroek in thermo-dinges-stof-spul, een topje, fleece pull, fleece hoody, dikke jas met kap, dikke sjaal, dikke muts, skihandschoenen, dikke sokken en stevige schoenen of laarzen én … én … als ’t écht koud is, een skibroek! Ném!
  • Mijn koptelefoon, zodat ik om kwart na zes in de ochtend, op de bus de pijn van het zijn wat kan verzachten door muziek te luisteren.
  • Een goed boek, zodat ik om half zeven in de ochtend, op de trein de pijn van het zijn nog wat meer kan verzachten.
  • Mijn step – lees: trotinette – om van ’t station waar ik aankom naar de sociale werkplaats te rijden, omdat ik er te voet een half uur over zou doen en de busverbinding daar ‘kut’ is. Maar vooral omdat steppen gewoonweg graaf, de max, super, WOOT is!! En dat om kwart na zeven in de ochtend kunnen doen, verzacht toch wel fameus de pijn van het zijn als ge ’t mij vraagt. Als ge ’t lang en snel doet, krijgt ge d’r wel pijn van in uw spieren. Maar da’s kwestie van training.
Gelijk om kwart na zes uw deur uitgaan, om een uur met ’t openbaar vervoer te tuffen, om een hele dag in de kou te werken met een groep mensen waarvan een flink deel vast geen goesting heeft, om daarna terug te steppen – weer “WOOT!!” or maybe not … - en dan weer te tuffen. Da’s ook maar een kwestie van training … ahum.
En ’t is wel buiten hé! Buiten! En da’s goed …
Héél goed … Ook nu.
Want ik ben graag buiten.

dinsdag 11 oktober 2011

Hollandse maatjes


dP past een jeansrokje bij Zeeman.
Op het moment dat dP al in het rokje steekt ...
Madame Zeeman (verontwaardigd):"Gade gij daar in kunnen madame? Dat is voor kindjes hé."
dP:"Die voor vrouwen zijn te groot." - denkt: ik zal er maar niet bij zeggen, dat ze vooral veel te breed zijn. - "Ik meet maar een meter achtenvijftig hé."

En die voor kindjes zijn lekker nóg goedkoper!!! Nana nanaaa na!!







kachelmama


Klein, klein kindje weent, krijst, snikt uren en uren. Klein, klein kindje heeft honger en zou misschien graag verschoond worden. Misschien heeft klein, klein kindje kou. Moeder slaapt vlakbij, in het bed naast de wieg.

Klein kindje heeft een lichaam gevonden om tegen te kruipen: een zacht, warm bovenmaats Duitse Herderlichaam. Kindje gaat op de rug van Wodan mee naar de tuin. Carzy heeft lang rood haar, slobberlippen die kindje mag optillen om naar haar grote witte tanden te kijken. Kindje wordt meegenomen om ergens anders te wonen en Wodan en Carzy niet.

Kindje heeft soms het lijf van een man om vast te pakken. De man slaapt niet in het huis waar kindje slaapt. ’s Avonds gaat de man naar zijn zieke zus die in een rolstoel zit, om voor haar te zorgen. Kindje kan al lezen en ziet op de identiteitskaart van de vrouw ‘ongehuwd’ en op die van de man ‘gehuwd’. De man gaat ’s avonds niet naar zijn zus. Hij gaat naar een andere vrouw.
Kindje slaapt nu eens hier, dan eens daar, afwisselend, over en weer tussen twee huizen. De mensen geven eten, kleren, veel speelgoed, cola, chocomousse en sommige heel snel een aspro juniorke. Sommige mensen hebben weinig en bruine tanden, moeten borrelend boeren en laten scheten op kindjes hand omdat dat grappig is. Andere mensen roepen en vloeken heel hard, slaan met deuren, gebruiken luide boormachines en hebben stinkvoeten. Sommige mensen liggen ’s nachts alleen en laten kindje dan maar bij zich slapen. Niet zoals bij Wodan tegen de buik, maar met de rug naar kindje en de kont achteruit gestoken. Sommige mensen hebben een kachel met een dun synthetisch tapijtje ervoor, waar kindje voor gaat liggen met een kussen. Nelly mag erbij, met haar zacht, warm lijfje tegen kindjes buik.

Voor ’t eerst dit seizoen de kachel laten branden.
Er ligt geen dun synthetisch tapijtje voor. Maar zachte, warme lijfjes zijn er.
Toen is er plots ook.
En de vragen.
En de antwoorden die misschien steek houden.
En de zin in berusting die nog niet gekomen is.






vrijdag 7 oktober 2011

nog velokes

Julie Stordiau liet weten dat 't inderdaad om diefstal gaat en Makro de fietsen zo snel mogelijk gaat vervangen.
Op mijn vragen of men de mogelijkheid tot diefstal incalculeert en of er gelijkaardige voorvallen geweest zijn, kreeg ik helaas geen antwoord.

woensdag 5 oktober 2011

Heeft Makro een klein véloke nodig?


Aan het reclamepaneel op de foto hieronder hingen tot voor kort drie echte fietsen gekleefd.
De bedoeling van Makro wordt in dit artikel verduidelijkt.
Maar …



Daar ‘teken’ ik voor zei de dief!!

Is zoiets te voorzien? Is dit het enige paneel waarbij dit is gebeurd?
'k Ben benieuwd wat woordvoerder Julie Stordiau hierover kwijt wil.



ik beken