donderdag 6 december 2007

Bommelding in Museum van Rozijnen.


Een grooooot lokaal, zes loketten naast elkaar, met cognackleurig hout omkaderd, volledig afgeschermd met glas waarin zo'n rond stuk met gaatjes erin en tegen twee muren een aantal goedkope houten tuinbanken. Ik ga zitten en denk dat mijn 50 kilo er zo doorheen gaat zakken! Is dat een nieuw soort bank? Ene met een lattenbodem. Maakt niet uit.

Bij 't binnenkomen moet je een ticketje met een nummer nemen. Ik heb nummer 77. Er zijn vier wachtenden voor me. Vier van de zes loketten zijn open. Er hangen twee hele grote prikborden aan de muur. Daarop hangen hoop en al vijf documenten. Een half uur gaat voorbij. Al drie mensen werden verder geholpen. Een van de andere slachtoffers lijkt zijn gesprekje af te ronden, dus sta ik alvast op van de stevige bank die 'k toch maar heb uitgezocht.

Het loket komt vrij. Ik moet nog zo'n vijf meter doen en besluit om er langzaampjes aan te beginnen, zodat ik er ben tegen dat de 'biep' komt. Na een eeuwigheid in mijn slavendrijvers-normen, sta ik op zo'n drie meter, traag van links naar rechts te wiegen.

Ik waag nog één stap dichter, terwijl er nog niet gebiept werd. En dat is te dicht! Ik heb de grens van aanvaardbaarheid overschreden:”GE zult toch een beetje MOETEN wachten ze meVROUW!! Ik moet dat hier EERST nog afwerken!!” Uit de toon waarop ze het zegt, blijkt duidelijk dat ze bakken en bakken en bakken begrip, medeleven, medelijden en steun van mij verwacht. Omdat ze tegelijkertijd beseft dat ik de zoveelste ben van wie ze dat NIET zal krijgen, zit er genoeg verwijt en verontwaardiging bij, om me te beletten haar te vragen of ik ondertussen misschien voor haar wat kan doen.

Ze heeft borsten als watermeloenen zo groot en ze hangen echt tot op haar taille. Ze zijn duidelijk afgetekend in een pastelkleurige, matglanzende, veel te dunne en te strakke trui. “Jeikes!!! Koopt u nen deftigen bh hé zeg!!” denk ik, terwijl mijn blik gedurende een fractie van een seconde aan haar melkkoe-uier blijft kleven. Ik zet een stap terug.

De juffrouw met nummer 78 stelt zich recht en kijkt me aan. Het is een geste. Ze staat me bij. Even beeld ik me in, dat iedereen – toch zo'n achttal mensen – op zou staan. Er komt nog een loket vrij. Een biep komt er niet. En dan komt er al na zo'n zeven minuten een derde loket vrij. De melkkoe heeft besloten dat zij me niet zal helpen. Haar collega's naast haar hebben het allemaal zien gebeuren. Zij zeggen ook symbolisch "neen". Ze hebben tijd. Ze hopen dat ik géén tijd heb. Dat maakt hun wraak nog zoeter. “Moest ik nu eens naar dat loket gaan en vragen of je om een bom af te geven ook je beurt moet afwachten?” Beter niet.

De dame aan het derde loket heeft het allemaal niet meegekregen. Ze was net even aan het werk. Ze biept en nummer 78 verschijnt. Ze ziet er ook uit als een uitgeharde rozijn. Binnen de vier minuten ben ik weg, want ze kunnen mij niet helpen, zegt ze. Dat is niet erg. Ik bedank haar vriendelijk. Want ik ben KLAAR OM ER TEGENAAN TE GAAN!!!!!!!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen