dinsdag 19 augustus 2008

van graven en vangen en in een put vallen en nog meer vangen en nog meer putten

.

Toen ik nog in Moorsel (bij Aalst) woonde, zaten er op een avond in de goot voor mijn deur twee piepkleine, zwarte knaagdiertjes. Hun lijfjes waren hoop en al zo'n vijf, zes centimeter lang. 'k Denk dat 't jonge ratjes waren. En die kleine snoezen waren helemaal niet schuw. Ik ging gehurkt zitten en eentje kwam traag maar zonder veel aarzelen naar mij toe. Hun velletje zag er zo poezelig zacht uit als dat van een molletje, dus aaide ik het beestje voorzichtig met één vinger. Hij leek dat wel ok te vinden, want liep nog altijd niet weg. Zo zat ik daar dan een tijdje, een rattenjong te aaien.

In Moorsel had ik een tuin en zowel mijn honden als katten - twee van elk - voerden geregeld allerlei vangsten aan: knaagdieren, vogels, ... Zelfs een egel is voor mijn honden niet veilig. Ze draaien hem op zijn rug en bijten daar waar hij geen stekels heeft. De ratten!!
'k Heb geen van hen ooit bestraft, omdat ik het als natuurlijk gedrag zie.


Een tijdje terug beten mijn honden een verwilderd kitten dood. 'k Had het heel even moeilijk met hun 'natuurlijk' jachtinstinct.
Toen ik zaterdag met hen ging wandelen en op zo'n twintig meter van hen een hele bende dikke, vette konijnen zat, hadden ze niets in de mot. Jachtinstinct mijn oor! Hun neus liet hen blijkbaar nog geen klein beetje in de steek.

Maar zondag, toen ik hen op de binnenkoert liet, liepen ze alletwee gelijk bezeten van hot naar her. Plots wrikten ze zich achter een plantenbak die in een hoek staat en na een kort 'grwagwrrgrr' kwam een van hen zo fier als een gieter aangelopen met een rat in zijn muil. De kop en voorpoten staken er links uit en de staart en achterpoten rechts.
Ze moet via het afvoerputje op de koer geraakt zijn. Ik laat het deksel eraf omdat als het héél hard regent, het water anders te traag wegloopt naar mijn goesting. En al heb ik niets tegen ratten, toch heb ik hem geprezen voor de vangst. Want ratjes zijn ook mijn vriendjes, maar 't is dat ze zo rap kweken hé. En wat dan? 't Deed mij denken aan 'De Rattenvanger van Hamelen'.


Raar verhaal trouwens. Een bedrieger, tovenaar stuurt ratten op een dorp af – graaft dus een put voor een ander - haalt de ratten weg, maar wordt bedrogen, want hij krijgt niet de beloning die hij vroeg – en valt dus zelf in een put. Maar de bewoners van Hamelen namen de rattenvanger beet, door de verloning bij de deal 'een chilling per kop' te weigeren, omdat hij geen koppen kon tonen – een put graven voor een ander. De rattenvanger lokte hun kinderen dan maar mee als vergelding – en dus vielen de bewoners zelf in de put.

De moraal ontgaat mij.
Wie een put graaft voor een ander omdat deze een put voor hem graaft, valt nadat die ander zelf in de put gevallen is, in een (andere?) put omdat die ander er nog uit wist te kruipen.
Zegt dat dan: als je een put graaft voor een ander, moet je zorgen dat hij van de eerste keer diep genoeg is? Soms kan je niet beter doen dan zwichten? Of zie ik dat verkeerd? Of is er bij een sage helemaal geen 'moraal van het verhaal'? Iemand?

In deze versie is 't wel hééle fééle schoon verteld.
Robert Browning's poem 'The Pied Piper' written in 1888



.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen