woensdag 2 juli 2008

Zullen we teruggaan of verder achteruit?

.

Wat voor een mislukte soort zijn wij verdomme toch?!
Een solitair bestaan is voor de mens – op de uitzonderingen na – niet geschikt. En om in groep te leven is de mens dan weer niet geschikt! Leven we afgezonderd van soortgenoten dan aarden we niet. Als deel van een grote groep ontaarden we.

Hoe zou het geweest zijn toen de mens nog in kleine groepjes leefde en men op elkaar was aangewezen én afgestemd? Zou wat in het filmpje aan 't einde van dit artikel gebeurt, toen ook mogelijk geweest zijn?


'k Heb al vaker de indruk gehad dat de mens op zijn beste zou functioneren in een relatief kleine gemeenschap. Inteelt zou onbewust worden vermeden, doordat er geregeld een paar zouden vertrekken en er wat nieuwe in de plaats zouden komen. Want het is onmogelijk dat iedereen zich op zijn plaats zou voelen op de plek waar hij opgroeit. Net als nu eigenlijk. Met het enige en meteen ook immense verschil, dat de verschillende gemeenschappen niet permanent in verbinding zouden staan met elkaar. Verdwijnen voor wie je niet zint en achter laten wat je kwijt wilt, zou dan een stuk gemakkelijker zijn als nu.


Een te grote groep zorgt voor té veel informatie. We zijn genoodzaakt onszelf te verdoven door ons of te drogeren of af te sluiten voor de gigantische hoeveelheid prikkels die constant op ons afkomt.
Denk nou maar niet dat je niet in die grote groep zit, omdat je alleen woont, weinig of geen contact hebt met collega's, geen activiteiten deelt met vrienden of familie, ... Vanaf het moment dat je geregeld je huis uitkomt – al was het maar om boodschappen te doen – en hier en daar via de media een geut welk soort nieuws ook over je heen gegoten krijgt, maak je deel uit van 'de té grote groep'.

Als ik voor de deur van kantoor onze dakloze 'buurman' zijn kapotte schoenen zie, kan ik het niet laten om hem in de ogen te kijken. Als mijn collega's of ik daar staan, durft hij niet naar binnen in het leegstaande pand naast ons. Hij draalt en bij het kruisen van onze blikken groeit zijn onwennigheid.
'k Vraag me soms af wat hij graag zou willen, moest ik bereid zijn om hem ergens mee te helpen. Zou hij andere schoenen willen? Een douche? - Het straatje naast kantoor loopt tot bij de Leie. Je kan er met een trapje tot vlak bij de waterkant. Zou hij daar baden, in de zomer 's avonds laat? - Zou hij liever een film kijken? Of een boek lezen? Zich alleen of samen met mij of iemand anders een stijf stuk in zijn kraag drinken?
Neen, ik vraag de man niet mee naar huis. En ja, moest iedereen met de nodige ruimte een dakloze in huis nemen, dan waren er geen meer. Maar de groep is té groot. Ik ben al té verdoofd door mijn ervaringen. Ik heb dat niet nodig om met mezelf te kunnen leven. Ik hoef ook helemáál geen "goeie dag!" van de mensen in de straat als ik 's ochtends naar de bakker loop, in tegenstelling met de bewoners van de meer landelijke streken in ons Vlaamsche land. En ik woon nog maar in Gent. Wat moet in bijvoorbeeld New York wonen dan doen met een mens?

Als je het filmpje uitkijkt, zie je drie voorvallen die elkaar relatief snel hebben opgevolgd. Ik denk dat we er écht niet tegen kunnen ... tegen de té grote groep.

.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen