dinsdag 27 november 2007

Ze komen en de Chinese is er ook.



Ja we moeten hier weg.
Als ze komen, gaat de deur open en kunnen we langs daar wegglippen.

Ze zijn net binnen en ik kan ongemerkt naar buiten.
Het is stikdonker en het motregent. Het grint glanst op sommige plekken.
Ik ren door de gang als een vervallen, vochtig berghok naar achter.
Daar staan de anderen te overleggen wat te doen. Maar ze komen en er is geen tijd te verliezen.
Ik leg mijn linkerhand op het hek dat net niet tot op borsthoogte komt, zwaai mijn linkerbeen omhoog zodat ik mijn voet op het hek kan zetten, trek mijn rechterbeen bij en kom als lucht aan de andere kant neer.
Ik neem de fiets en trap zo hard ik kan.
Er zitten verraderlijke sporen in het klamme zand, maar ik rijd erover alsof het macadam was.
De zon doet me elke toer van de pedalen meer verlangen naar het water waar ik heen fiets.
De vijver is zo helder dat ik overal waar ik waad de bodem kan zien.


Ik ben terug.
Ik moet naar 't toilet en het ene is kapot en in het andere ligt de vloer vol water.
Overal oude, vuile, witte betegeling en daarbuiten vochtige, in een lichte kleur beschilderde muren.
Richard, Frans uitgesproken, vraagt of ik niet weg was.
Ik ga de tuin in.
Alles is kil en vochtig.
De aarde is donker.
Hier en daar groeit wat koppig gras.
Ik ga net gehurkt zitten als de Chinese erbij komt en zich naast me zet.
'k Heb ooit een Aziatische danseres gezien in een nachtclub. Ze was zo mooi dat ik helemaal in haar wilde kruipen om haar vandaar uit mee te maken.
Als we klaar zijn om er aan te beginnen, komt er volk aan.
We blijven zitten en doen dan maar niets.


___________________________________

Het instrumentale stuk aan het einde (vanaf 3'29'') is als een arm die achter me gelegd wordt, waarvan de eigenaar zijn pink en duim net voorbij mijn haargrens neerzet en de twee langs mijn wervelkolom naar beneden strijkt tot waar mijn bekken begint.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen